English & other languages: click here!

Jeremia 12 - Rennen met voetgangers en paarden


Ga naar hoofdstuk:  inleiding/index -  1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 18 - 19 - 20 - 21 - 22 - 23(1) - 23(2) - 24 - 25 - 2627 - 28 - 29 - 30 - 31(1) - 31(2) - 3233 - 34 - 35 - 36 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 42 - 43 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48(A) - 48(B) - 49(A) - 49(B) - 50(A) - 50(B) - 51(A) - 51(B) - 52 - Safan


Jeremia 12:1-4 HEERE, U zou rechtvaardig blijken, wanneer ik met U een rechtszaak zou voeren. Toch wil ik met U over Uw oordelen spreken. Waarom is de weg van de goddelozen voorspoedig, waarom hebben rust, allen die in ontrouw trouweloos handelen? 2. U hebt hen geplant, ook hebben zij wortel geschoten, zij gaan hun gang, ook dragen zij vrucht. U bent nabij in hun mond, maar ver van hun nieren. 3. U echter, HEERE, kent mij, U ziet mij, U beproeft mijn hart, dat met U is. Ruk hen weg als schapen ter slachting, bereid hen voor op de dag van de slacht. 4. Hoelang moet het land treuren, het gewas op heel het veld verdorren? Vanwege het kwaad van wie daarin wonen, vergaan de dieren en de vogels, omdat zij gezegd hebben: Hij ziet ons einde niet.


U zou rechtvaardig blijken, wanneer ik met U een rechtszaak zou voeren. Toch wil ik met U over Uw oordelen spreken.....  Jeremia zit met een probleem, waarover hij graag met God wil spreken. Hij weet dat God rechtvaardig is en erkent zijn gezag. Hij spreekt vanuit een eerlijk hart en op gepaste wijze. 

Waarom is de weg van de goddelozen voorspoedig, waarom hebben ze rust...... De mensen lijken vaak volkomen gelukkig en welvarend en ze sterven vredig in hun bed. Het is dezelfde vraag die Asaf in Psalm 73 stelt. Het lijkt soms zo onrechtvaardig. De zegen en de vloek zijn toch afhankelijk van het al of niet houden van Gods geboden?  Jeremia wist, zonder zich op de borst te slaan, dat hij rechtvaardig was en dat de meesten in Juda en Jeruzalem zondig waren. Toch leken ze voorspoedig te zijn , terwijl Jeremia voortdurend leed. Er zijn andere rechtvaardige mensen die veel ellende moeten doorstaan en soms nodeloos moeten lijden. Wat is er toch mis, dat dit allemaal gebeurt? 

U hebt hen geplant, ook hebben zij wortel geschoten.....  "Zij zijn geplant in een goed land, een land overvloeiende van
melk en honing, en Gij hebt ze geplant! 

Psalm 44:3 Ú hebt de heidenvolken met Uw hand verdreven, maar hén geplant. U hebt de volken kwaad aangedaan, maar hén zich laten uitbreiden. Ook psalm 80:9 spreekt in die trant. U bent zo toegeeflijk voor hen geweest en ze hadden succes in de wereld. 

U bent nabij in hun mond, maar ver van hun nieren..... dat is ook iets wat Yeshua constateerde: "Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij."  Matth. 15:8.

U echter, HEERE, kent mij, U ziet mij, U beproeft mijn hart, dat met U is...... Jeremia wist dat zijn leven en hart voor God op de proef werden gesteld...   

Ruk hen weg als schapen ter slachting....... In het vorige hoofdstuk voelde Jeremia zich zelf als een schaap voor de slacht (Jeremia 11:19). Nu bad hij om die bedreiging op hun eigen hoofd te doen neerkomen.

Hoelang moet het land treuren, het gewas op heel het veld verdorren?  Een voorlopig oordeel van droogte was al gaande. Dat lezen we in Jeremia 3:3; Jeremia 8:13; Jeremia 9:10-12.  Deze droogte zou een reden kunnen zijn geweest om Jeremia's waarschuwing ter harte te nemen, want hij gaf exact aan wat er mis was.  Hadden ze Gods stem hierin maar herkend, en berouw gekregen, zodat het grote oordeel afgewend zou kunnen worden. God heeft ze alle kansen gegeven. 


Jeremia 12:5-6 Wanneer u met hardlopers meerent, en die maken u al moe, hoe moet u dan wedijveren met paarden? Wanneer u het alleen in een land van vrede vertrouwt, hoe moet u het dan maken in de glorie van de Jordaan? 6. Want ook uw broeders en het huis van uw vader – ook zij handelen trouweloos tegen u, ook zij roepen u luid na. Vertrouw hen niet als ze vriendelijk tot u spreken.


Wanneer u met hardlopers meerent, en die maken u al moe...... 

God reageert op de vragen van Jeremia. De profeet is niet obstinaat, maar hij begrijpt de oordelen niet. Hoe kan het nu dat God dit volk zelf heeft geplant en hen voorspoed heeft gegeven? Hij vergelijkt het met zijn eigen leven en vraagt dan "wat doet U?" Aan het eind van hoofdstuk 11 voelde de profeet zich als een lam voor de slacht en hij wil dat zijn vijanden zich zo voelen. (Jer.12:3) Jeremia moet zien dat het niet gaat om dit kleine stukje leven dat voorafgaat aan het totale eeuwige leven. 

Nee, hij krijgt geen antwoord op zijn vragen, maar wel een antwoord waar hij wat aan heeft.  God kan antwoorden met wat je nodig hebt, niet met wat je vraagt.  God weet dat zijn woordvoerder moeilijke situaties doorstaat, maar het zal nog moeilijker worden. Hij wordt als het ware daarin getraind. Er vindt een opbouw plaats. Jeremia vindt het al zwaar wat hij nu mee maakt. God vergelijkt zijn situatie met het gelijke tred houden met een hardloper. Dat is uiterst vermoeiend. Maar wacht maar, straks zijn het paarden die je moet bijhouden. God wist dat ze Jeremia wilden vermoorden. Wacht maar, ze gaan je in een moddergat laten zakken, in een put van de gevangenis. Er komen nog meer samenzweringen tegen je leven. Je zult tegen je wil naar Egypte worden gedeporteerd. Deze dingen die zouden gebeuren werden nog niet aan Jeremia bekend gemaakt. Maar wij weten het uit wat

hij later heeft opgeschreven onder leiding van de Heilige Geest en met behulp van zijn schrijver Baruch. 

Wanneer u het alleen in een land van vrede vertrouwt, hoe moet u het dan maken in de glorie van de Jordaan?...... de bedoeling van deze vergelijking is dezelfde als die van de hardlopers. Als je alleen in een land van vrede wilt leven, hoe zul je dan standhouden als de Jordaan overstroomt en de leeuwen uit het kreupelhout tevoorschijn komen? De situatie is nu niet goed, maar er is nog geen oorlog. Zo gezien is er vrede. Maar hoe wordt het als de Babyloniërs binnenvallen? (Jer. 49:19; Jer. 50:44) Jeremia moet door de moeiten heen leren standvastig te blijven door op God te vertrouwen, dan zal zijn vertrouwen op God ook in extreme situaties standhouden en zal hij een waardevol instrument zijn in Gods hand. Bij zijn roeping had Jeremia de belofte meegekregen: Wees niet bevreesd voor hen, want  Ik ben met u om u te redden. Jeremia 1:8   

Ook uw broeders en het huis van uw vader – ook zij handelen trouweloos tegen u...... 

De HEERE waarschuwt Jeremia niet te vertrouwen op zijn naaste familieleden en dorpsgenoten. Het is mogelijk dat ze boos worden en je in het gezicht slaan. Maar kijk vooral uit voor hun vriendelijke woorden, die zijn - evenals de "vrede" in het land - onbetrouwbaar en vleiend  maar ondertussen zijn ze uit op je dood. Vertrouw ze niet! Gelovigen moeten er rekening mee houden dat hun huisgenoten vijanden kunnen zijn. Het komt! Yeshua heeft ons gewaarschuwd. (Mattheüs 10:36; Micha 7:5) 


Jeremia 12:7-9 Ik heb Mijn huis verlaten, Mijn eigendom in de steek gelaten. Ik heb de beminde van Mijn ziel in de hand van haar vijanden gegeven. 8. Mijn eigendom is voor Mij geworden als een leeuw in het woud. Hij heeft zijn stem tegen Mij laten klinken, daarom ben Ik hem gaan haten. 9 Mijn eigendom is voor Mij een gespikkelde roofvogel, de roofvogels zijn rondom tegen hem: Kom, verzamel u, alle dieren van het veld, laat ze komen om te eten!


Vanaf vers 7 spreekt YHWH tot Juda, door zijn profeet Jeremia......
Ik heb Mijn huis verlaten..... 
de HEERE verlaat de tempel. Zie Ezechiël 11, waar dit gebeuren beschreven is.

Mijn eigendom in de steek gelaten...... In de meeste vertalingen staat er in plaats van 'eigendom' 'Mijn erfenis' of 'Mijn erfdeel'. Dat is een betere vertaling. Iets wat in de wereld geërfd wordt, is dan wel het eigendom van degene die erft, maar het woord 'erfenis' heeft  hier een geestelijke meerwaarde. Bovendien wordt het woord נַחֲלָה nagalah zelfs nog in modern Ivriet voor 'erfenis' gebruikt.  In Zacharia lezen we hoe Gods volk als Zijn erfdeel een plaats heeft in het Vrederijk:

Dan zal de HEERE Juda erven voor Zijn deel, in het heilige land, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen. Zacharia 2:12 SV

Mijn eigendom (erfenis!) is voor Mij geworden als een leeuw in het woud....  De HEERE verklaart dat Hij Juda, Zijn "beminde", Zijn erfenis, heeft verlaten.  Zijn vrouw Juda is weggelopen en gaat tegen Hem te keer als een brullende leeuw...... en dat tegen de HEERE, haar Man. 
In Genesis 49:9 zegende Jacob zijn zoon Juda met het beeld van een koninklijke leeuw. Maar Juda is niet de krachtige, moedige leeuw, die hij zou moeten zijn....

Hoe wrang is het dan als het erfdeel, waarop zulke heilrijke beloften van toepassing zijn, zich als een vijandige leeuw gaat gedragen tegen Hem die gedachten over hen koestert van vrede en niet van onheil, om hen een hoopvolle toekomst te geven. Jeremia 29:11. 

Hij heeft zijn stem tegen Mij laten klinken, daarom ben Ik hem gaan haten..... dat haten betekent dat God Zijn volk een zekere tijd loslaat, het heeft Gods bescherming niet meer. Hij geeft ze over aan de vijand: Babel. Het land waar de afgoden gediend worden waarmee ze al zo bekend zijn.  (Zie Hosea 9:15 - Jeremia 2:28)
Mijn eigendom (erfenis!) is voor Mij een gespikkelde roofvogel.... als Juda trouw was geweest was hij niet gespikkeld en ook geen roofvogel. Het gespikkelde geeft aan dat Juda van alle vreemde godsdiensten een graantje meepikt. Dat hij zijn eigen God veronachtzaamt. Zo'n gespikkelde vogel valt op onder de andere vogels en daarom gaan ze hem pikken, aanvallen, wegpesten.


Jeremia 12:10-13 Vele herders hebben Mijn wijngaard te gronde gericht, zij hebben Mijn stuk land vertrapt, Mijn begerenswaardige stuk land gemaakt tot een woeste wildernis. 11. Men heeft er een woestenij van gemaakt, verwoest treurt het voor Mij, heel het land is verwoest, omdat niemand het ter harte neemt. 12. Op alle kale hoogten in de woestijn zijn verwoesters gekomen, want het zwaard van de HEERE verslindt van het ene einde van het land tot het andere einde van het land. Er is voor geen enkel vlees vrede. 13. Zij hebben tarwe gezaaid, maar dorens geoogst. Zij hebben zich pijn gedaan, maar hebben er geen voordeel van gehad. Schaam u over uw opbrengsten, vanwege de brandende toorn van de HEERE.


Vele herders hebben Mijn wijngaard te gronde gericht..... herders zijn de leiders van het land, zowel geestelijk als bestuurlijk. Zij hebben in Gods ogen gefaald. Jeremia 10:21.

Men heeft er een woestenij van gemaakt.......Ze hebben Jeremia's prediking niet ter harte genomen. Daardoor zijn ze schuldig aan de verwoesting van het land. 

Op alle kale hoogten in de woestijn zijn verwoesters gekomen...... Het volk dacht op de kale heuvels (hoge plaatsen), waar de wachtposten staan, veilig te zijn. Maar ook deze plaatsen zijn verwoest. Met de ‘verwoesters’ worden de vijanden bedoeld die door YHWH worden aangestuurd. (Jer. 4:20 en Jer. 6:26) YHWH hanteert het zwaard van de vijand als verbondswraak (zie Lev. 26:25, Lev. 26:33-36 en Deut. 32:25) Overal komen de vijanden, niemand vindt vrede.

Schaam u over uw opbrengsten...... Het volk heeft zich ziek gewerkt (gepijnigd) voor de oogst, maar het is allemaal tevergeefs (zie Gen. 3:18 en Lev. 26:20). Het volk moet zich schamen vanwege de brandende toorn van YHWH. De geringe opbrengsten van de oogst, waren het gevolg van de droogte om hun ongehoorzaamheid. (Jeremia 3:3)

Jeremia 14:4 Omdat de grond gescheurd is – er is immers geen regen op het land – schamen de akkerbouwers zich, zij bedekken hun hoofd.


Jeremia 12:14-15 Zo zegt de HEERE: Wat betreft al Mijn slechte buren die aan Mijn eigendom komen, dat Ik Mijn volk Israël in erfelijk bezit gegeven heb, zie, Ik ga hen uit hun land wegrukken, en het huis van Juda ruk Ik uit hun midden weg. 15. Maar nadat Ik hen weggerukt heb, zal het gebeuren dat Ik zal terugkeren en Mij over hen zal ontfermen. Ik zal hen terugbrengen, eenieder naar zijn erfelijk bezit en eenieder naar zijn land.


Wat betreft al Mijn slechte buren die aan Mijn eigendom komen..... Het oordeel komt niet alleen over Gods volk (mijn erfenis) maar ook over de heidenen (buren). Ook al gebruikte God hen als een instrument van Zijn oordeel dat uitmondde in de ballingschap, toch zou Hij hen veroordelen voor hun slechtheid en wreedheid tegen Juda. 

Ik ga hen uit hun land wegrukken, en het huis van Juda ruk Ik uit hun midden weg.......Hij zal hen, net als Juda, ontwortelen (wegrukken) uit hun land. Maar daarna zal YHWH terugkeren en zich ontfermen. Ieder volk zal terugkeren naar zijn eigen land. God zou afrekenen met de indringers (het Babylonische rijk); maar Hij zou ook voor Zijn volk zorgen en hen een overblijfsel terugbrengen (wegrukken) om opnieuw naar het land en de belofte terug te keren. Hier zien we een sprankje hoop oplichten in alle ellende. God heeft Zijn plan en Hij werkt het uit, dwars door alle strijd heen!


Jeremia 12:16-17 En het zal gebeuren, wanneer zij werkelijk de wegen van Mijn volk zullen leren, zodat zij bij Mijn Naam zweren: Zo waar de HEERE leeft – zoals zij Mijn volk geleerd hebben te zweren bij de Baäl – dan zullen zij te midden van Mijn volk gebouwd worden. 17. Maar als zij niet willen luisteren, zal Ik dat volk voorgoed wegrukken en ombrengen, spreekt de HEERE.


wanneer zij (de heidenen c.q. buren) werkelijk de wegen van Mijn volk zullen leren.... hierin lezen we zelfs een belofte voor de heidenen. Als zij Israëls God dienen (de wegen van Mijn volk zullen leren) en zweren bij Zijn Naam, dan zullen ze in Israël worden ingelijfd (zie Deut. 28:10; Psalm 86:9 en Psalm 102:16). Als de wegen van Israël naar Gods wil waren geweest, dan had dit invloed op de heidenwereld gehad. Zie Jeremia 4:2. Ze krijgen alsnog de gelegenheid om temidden van Gods volk hun wegen te leren. Dit slaat ongetwijfeld op de kans die ze krijgen in het komende Vrederijk. Dan worden ze ingelijfd in het Koninkrijk van God op aarde. Doen ze dit niet, dan zal de verwoesting volledig en voor altijd zijn.