English & other languages: click here!

Jeremia 29 - Brief aan de ballingen

Jeremía schrijft in een brief aan de ballingen in Babel, dat ze erop moeten rekenen nog lange tijd daar te moeten blijven. Ze moeten de vrede van de stad zoeken en niet verminderen, maar vermeerderen door te huwen en nageslacht voort te brengen. De HEERE zal hen terugbrengen na zeventig jaar. De valse profeet Semája stuurt vanuit Babel een brief die gericht is tegen Jeremía. De profeet stuurt een brief terug waarin hij Semája namens de HEERE het oordeel aanzegt.


Jeremia 29:1-4 Dit zijn de woorden van de brief die de profeet Jeremia uit Jeruzalem gestuurd heeft aan de rest van de oudsten van de ballingen, aan de priesters, aan de profeten en aan heel het volk dat Nebukadnezar van Jeruzalem in ballingschap had gevoerd naar Babel 2. – nadat koning Jechonia, de koningin-moeder, de hovelingen, de vorsten van Juda en Jeruzalem, de ambachtslieden en de smeden uit Jeruzalem vertrokken waren – 3. door de hand van Elasa, de zoon van Safan, en Gemarja, de zoon van Hilkia, die Zedekia, de koning van Juda, naar Babel gestuurd heeft, naar Nebukadnezar, de koning van Babel: 4. Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, tegen alle ballingen die Ik uit Jeruzalem naar Babel in ballingschap heb gevoerd:


Dit zijn de woorden van de brief die de profeet Jeremia gestuurd heeft aan de ballingen....... 

Jeremia mocht dan aangesteld zijn tot profeet voor de volken (Jer. 1:5), zijn eerste verantwoordelijkheid is toch wel Juda en dus wil hij dan ook heel Juda bereiken. Ook dat deel dat al in 597 v. Chr. in ballingschap was gevoerd, mensen van de bovenlaag van de bevolking, waaronder Daniël als 16-17 jarige tiener. Zie 2 Koningen 24:15-16.  De brief was speciaal gericht aan de leiders (de rest van de oudsten) van de Joodse gemeenschap daar. De brief werd verzonden door de hand van Elasa de zoon van Safan..... Jeremia geeft de brief mee aan twee boodschappers van koning Zedekia: Elasa en Gemarja. Zij functioneren als ambassadeurs van koning Zedekia. Omdat Zedekia vertrouwenspersoon is van Nebukadnezar moet hij geregeld contact onderhouden met het hof in Babel.

Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, tegen alle ballingen.... het feit dat YHWH de God van Israël een boodschap voor de ballingen had, was dan ook de reden van de brief die Jeremia stuurde. 


Jeremia 29:5-9 Bouw huizen en woon erin, leg tuinen aan en eet de vrucht ervan, 6. neem vrouwen en verwek zonen en dochters, neem vrouwen voor uw zonen en geef uw dochters aan mannen, zodat zij zonen en dochters baren. Word daar talrijk en verminder niet in aantal. 7. Zoek de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb gevoerd. Bid ervoor tot de HEERE, want in haar vrede zult u vrede hebben. 8. Want zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Laten uw profeten die in uw midden zijn, en uw waarzeggers u niet bedriegen. Luister niet naar uw dromers die u laat dromen, 9. want met leugen profeteren zij tegen u in Mijn Naam. Ik heb hen niet gezonden, spreekt de HEERE.


Bouw huizen en woon erin....... Jeremia raadt hen aan er het beste van te maken, zich neer te leggen bij de situatie, een eigen leven op te bouwen in Babel. De mensen moeten niet wegkwijnen, ze moeten juist sterker worden! Ook in Babel moeten ze blijven bidden, naar de HERE blijven luisteren en Gods straf accepteren. Het feit dat dit hun toegestaan werd laat zien dat ze niet in harde slavendienst waren beland. 

Word daar talrijk en verminder niet in aantal....... De HEERE heeft degenen die al in Babel zijn, niet in de steek gelaten. Hij wil hen niet vernietigen, Hij wil nog steeds hun God zijn en Hij wil nog steeds dat zij Zijn volk zijn. 

Zoek de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb gevoerd..... de ballingen moeten het goede zoeken voor het land waar zij verblijven, want die vrede zullen ze weer terugontvangen. Jeremia roept hen ook op voor de stad Babel te bidden.

Laten uw profeten die in uw midden zijn, en uw waarzeggers u niet bedriegen.....Ook in Babel moeten de Judeeërs op hun hoede zijn voor valse profeten.Degenen die al in Babel zijn, doen hetzelfde als zij die nog in Jeruzalem zijn: ze laten zich leiden door valse profeten, die hun valse hoop geven. ‘Nog even en we gaan weer naar huis!’. De mensen moeten zelf zo verstandig zijn niet naar hen te luisteren.


Jeremia 29:10-14 Want zo zegt de HEERE: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats. 11. Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. 12. Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren. 13. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart. 14. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de HEERE, Ik zal een omkeer brengen in uw gevangenschap en u bijeenbrengen uit alle volken en uit alle plaatsen waarheen Ik u verdreven heb, spreekt de HEERE, en Ik zal u terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik u in ballingschap heb gevoerd.


Pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien........ ook voor deze Judeeërs heeft Jeremia van God een boodschap ontvangen die aan die hoop op spoedige terugkeer een eind maakt: 70 jaar zal de ballingschap duren! Dat betekent voor de meesten van hen, dat ze nooit meer naar hun land terug zullen keren. Het betekent dat ze de stad Jeruzalem nooit meer terug zullen zien. Hun kinderen en kleinkinderen zullen terugkeren naar hun eigen land. God zelf zal hen terugbrengen.

Waarom 70 jaar.......? Jeremia vermeldt dat hier niet, maar het staat wel elders geschreven:

2 Kronieken 36:21 om het woord van de HEERE, bij monde van Jeremia gesproken, te vervullen, totdat het land behagen zou scheppen in zijn sabbatsjaren. Het rustte al de dagen van de verwoesting, totdat de zeventig jaar vervuld waren.

Gods opdracht om het sabbatsjaar, waarop het land braak moest blijven liggen, was niet gehoorzaamd. Er waren voor het land 70 sabbatsjaren in te halen. Dat betekent dat gedurende een periode van 490 jaar (70x7) Gods gebod van sabbatsrust was overtreden. Zo kreeg het land alsnog de rust.

Ik zal over u Mijn goede woord gestand doen...... God had een goed woord voor de ballingen; het was alleen niet het woord dat de valse profeten brachten. De tijd door God bepaald zou zegenrijk zijn als ze hun valse hoop prijsgeven en gelovig uitzien naar de vervulling van wat YHWH had beloofd. 

Gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven..... Het ligt voor de hand dat de Judeeërs denken dat God kwaad op hun is. Dat Hij ze heeft afgeschreven. Daarom moeten ze weten wat Gods gedachten over hen zijn. Wat Hij met ze van plan is. Ze moeten blijven vertrouwen op Gods beloften. En die beloven heel wat goeds! Gods bedoeling met deze ballingschap was ook om Zijn Naam bekend te maken onder andere volken.

U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart..... ook, en misschien juist in de ballingschap, is er de mogelijkheid om terug te keren naar de God die Israël liefheeft en uitverkoren heeft. Maar dan niet met een beetje godsdienstigheid, maar met het hele hart en alles wat in je is! Dat het volk berouw heeft gekregen en zich met heel hun hart tot YHWH wendde, lezen we nergens in de Bijbel. Na die 70 jaar was het maar een klein overblijfsel dat terugkeerde naar het land. De meesten vonden het wel prima daar in Babel. De reden dat de ballingschap werd opgeheven was omdat de 70 jaar voorbij waren, maar niet omdat het volk de Heere had aangeroepen, zoals ook Mozes als voorwaarde voor de terugkeer had aangekondigd (Deut. 30:1-6). Dat moet dus in de toekomst nog plaatsvinden. Heel veel van deze heilsbeloften zullen pas in vervulling gaan bij de aanvang van het Vrederijk.

Ik zal u terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik u in ballingschap heb gevoerd..... het is dan pas na 70 jaar, maar de belofte ligt vast. En de grote terugkeer moet nog komen.

De volgende beschrijving heeft te maken met het deel van Juda dat achterbleef: 


Jeremia 29:15 Omdat u gezegd hebt: De HEERE heeft ons profeten in Babel doen opstaan, 16. daarom zo zegt de HEERE van de koning die zit op de troon van David, en van heel het volk dat woont in deze stad, uw broeders die niet met u in ballingschap zijn vertrokken, 17. zo zegt de HEERE van de legermachten: Zie, Ik ga onder hen het zwaard, de honger en de pest zenden. Ik wil hen maken als de afschuwelijke vijgen die niet te eten zijn vanwege hun slechte kwaliteit. 18. Ik zal hen achtervolgen met het zwaard, met de honger en met de pest. Ik zal hen tot een schrikbeeld stellen voor alle koninkrijken van de aarde, tot een vervloeking en tot een verschrikking, tot een aanfluiting en tot smaad onder alle volken waarheen Ik hen verdreven heb, 19. omdat ze naar Mijn woorden niet geluisterd hebben, spreekt de HEERE, toen Ik Mijn dienaren, de profeten, vroeg en laat tot hen heb gezonden. Maar u hebt niet geluisterd, spreekt de HEERE. 20. En u, alle ballingen die Ik uit Jeruzalem heb weggezonden naar Babel, hoor het woord van de HEERE.


Omdat u gezegd hebt: De HEERE heeft ons profeten in Babel doen opstaan......Ook in Babel zijn leugenprofeten van wie het volk zegt dat de HEERE hen heeft doen opstaan. Maar als het woord van Jeremia is uitgekomen, dan moet het toch duidelijk zijn dat hun profetieën onbetrouwbaar zijn? 

uw broeders die niet met u in ballingschap zijn vertrokken......de koning en degenen die nog in Jeruzalem zijn, zijn niet beter af dan zij in Babel. Als het goed was waren zij mee naar Babel vertrokken. Nu gaan ze steeds meer lijken op de afschuwelijke vijgen, die niet te eten zijn.

Ik ga onder hen het zwaard, de honger en de pest zenden......... Het ziet er voor het achtergebleven deel van Juda niet goed uit. Ze hadden de keus om mee naar Babel te gaan, waar de HEERE hen op de rechte weg wilde leiden. Nu zal het onheil over hen komen, met oorlog, honger en pest.

Ik stel hen tot een vervloeking en tot een verschrikking, tot een aanfluiting en tot smaad onder alle volken waarheen Ik hen verdreven heb....... hier valt niet veel aan toe te voegen. Wat verdrietig, het had zo anders kunnen zijn. 


Jeremia 29:21-23 Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, van Achab, zoon van Kolaja, en van Zedekia, zoon van Maäseja, die in Mijn Naam leugen tegen u profeteren: Zie, Ik ga hen overgeven in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, en hij zal hen voor uw ogen doodslaan. 22. Aan hen zal een vloek ontleend worden bij alle ballingen van Juda die in Babel zijn: Moge de HEERE u maken als Zedekia en als Achab, die de koning van Babel heeft geroosterd in het vuur! – 23. omdat zij een dwaasheid in Israël hebben gedaan: zij hebben overspel gepleegd met de vrouwen van hun naasten en spraken in Mijn Naam een leugenwoord, dat Ik hun niet geboden had. Ik ben het Die dat weet en ben er Getuige van, spreekt de HEERE.


van Achab, zoon van Kolaja, en van Zedekia, zoon van Maäseja...... De namen Achab (men zegt ook Echab) en Zedekia betreft anderen dan degenen die we al kennen met die naam. Het gaat hier over valse profeten in Babel, die de heilige Naam van YHWH gebruiken in hun profetieën. De valse profetie gaat gewoon door, waar ze ook zijn.

Een probleem is dat het volk in ballingschap denkt dat YHWH ware profeten heeft gegeven in Babel. Mogelijk hebben de ballingen dit per brief aan Jeremia laten weten. Maar er zijn in Babel juist veel valse profeten. (Jer. 29:6-9, Jer, 29:20) 

Ik ga hen overgeven in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, en hij zal hen voor uw ogen doodslaan......  God maakt korte metten met deze demonische leugenaars. 

Moge de HEERE u maken als Zedekia en als Achab, die de koning van Babel heeft geroosterd in het vuur.....!

Dit was zowel een spreekwoord als een vloek geworden. De "profetie" van deze mannen hield in dat de macht en invloed van Nebukadnezar aan het afnemen was. Dat klonk Nebukadnezar in de oren als complottheorie en hij doodde hen letterlijk door ze te roosteren. Volgens de daar geldende 'wet van Hammurabi' was dit de officiële straf op verraad. 

zij hebben overspel gepleegd met de vrouwen van hun naasten en spraken in Mijn Naam een leugenwoord..... behalve het spreken van valse profetie in Naam van de HEER,  hadden deze zogenaamde 'geestelijken' ook nog in zonde geleefd met vrouwen die aan hun naasten toebehoorden.


Jeremia 29:24-28 Tegen Semaja, de Nechelamiet, moet u zeggen: 25. Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Omdat ú brieven in uw eigen naam verstuurd hebt naar heel het volk dat in Jeruzalem is, en naar Zefanja, de zoon van Maäseja, de priester, en naar al de priesters: 26. De HEERE heeft u tot priester aangesteld in plaats van de priester Jojada om opzichters te zijn in het huis van de HEERE over iedereen die krankzinnig is en zich voor profeet uitgeeft, opdat u die vastzet in een blok en met een ketting aan de hals: 27. Nu dan, waarom hebt u Jeremia uit Anathoth, die zich bij u uitgeeft voor profeet, niet bestraft? 28. Want daarom heeft hij tot ons naar Babel de boodschap gestuurd: Het gaat lang duren. Bouw huizen en woon erin, leg tuinen aan en eet de vrucht ervan.


U moet  tot Semaja, de Nehelamiet, zeggen: U hebt in uw naam brieven gestuurd aan al het volk dat te Jeruzalem..... Jeremia moet terugschrijven naar een valse profeet in Babel, die Semaja de Nechelamiet heet. Het is mogelijk dat zijn achternaam een spotnaam is, omdat deze ook ‘de dromer’ kan betekenen. Deze man heeft brieven geschreven vanuit Babel naar de vervangende hogepriester Zefanja in Jeruzalem met klachten over Jeremia. Hij schrijft aan dehogepriester:

De HEERE heeft u tot priester aangesteld om opzichter te zijn in het huis van de HEERE...... dit schrijft Semaja in zijn brieven aan de dienstdoende priesters in de tempel Jeruzalem. Hij schrijft dit met name aan Zefanja (niet de profeet die een Bijbelgedeelte schreef) een plaatsvervangende hogepriester. Hij heeft zich afgevraagd waarom er niet is opgetreden tegen de profeet Jeremia. Semaja is van mening dat Jeremia zich ‘als een krankzinnige voor een profeet uitgeeft’,  dus een valse profeet is. Er staat in het Hebreeuws het woord dat wij kennen als "mesjogge" מְשֻׁגָּע, dat ook "dementerend" of "gek" kan betekenen. Priesters horen volgens Semaja opzichters te zijn in de tempel en ze hebben Jeremia laten lopen. 

waarom hebt u Jeremia uit Anathoth, die zich bij u uitgeeft voor profeet, niet bestraft.....? Ook dit schreef Semaja aan Zefanja. Semaja wilde dat Zefanja alles deed wat hij kon om Jeremia tegen te werken en in diskrediet te brengen, waarbij hij zijn boodschap moest ontkennen dat ze voor lange tijd in ballingschap zouden zijn en er het beste van moesten maken. Jeremia had immers een brief geschreven naar de ballingen in Babel met de boodschap dat de ballingschap lang zal duren. (Jeremia 29:5-7)


Jeremia 29:29-32 De priester Zefanja las deze brief voor ten aanhoren van de profeet Jeremia. 30. Toen kwam het woord van de HEERE tot Jeremia: 31. Stuur aan alle ballingen deze boodschap: Zo zegt de HEERE van Semaja, de Nechelamiet: Omdat Semaja u geprofeteerd heeft, terwijl Ík hem niet heb gezonden, en heeft gemaakt dat u op leugen vertrouwt, 32. daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga Semaja, de Nechelamiet, en zijn nageslacht straffen. Hij zal niemand hebben die woont in het midden van dit volk. Hij zal niet het goede zien dat Ik doen zal aan Mijn volk, spreekt de HEERE, want hij heeft opgeroepen afvallig te worden van de HEERE.


De priester Zefanja las deze brief voor ten aanhoren van de profeet Jeremia......De priester Zefanja, aan wie Semaja de brief had gericht, heeft de brief voorgelezen aan Jeremia. De profeet heeft hierdoor de mogelijkheid om op de brief te reageren.

Zie, Ik ga Semaja, de Nechelamiet, en zijn nageslacht straffen....... God droeg Jeremia op om Semaja terug te schrijven met een profetische verklaring.God zou deze valse profeet en zijn nageslacht straffen. Ze zouden uitsterven zonder nakomelingen. Zij zouden nooit getuige zijn van de zegeningen die God voor Zijn bestemd heeft.

De belofte dat Israël zal terugkeren naar zijn land, is na 70 jaar op heel kleine schaal in vervulling gegaan. Is sinds 1945 op veel grotere schaal in vervulling gegaan, maar heeft nog lang niet in volheid plaatsgevonden. Deze belofte strekt zich dus uit naar een toekomstige terugkeer uit alle volken en uit alle plaatsen, waarheen YAHWEH hen verdreven heeft. De Bijbelse volgorde is namelijk eerst terugkeer naar de God van Israël en dan de terugkeer naar het land van Israël. Hoewel de huidige terugkeer van Israël een belangrijk teken van de tijd is en door de Schrift is voorzegd, is het nog niet de vervulling van wat God heeft beloofd met betrekking tot het toekomstig herstel. Die belofte zal pas na de wederkomst van Yeshua in vervulling gaan (Zie o.a. Zach. 14).

‘Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen’ (Mat.8:11-12//Luk.13:28-29).

Met het Koninkrijk der hemelen is hier de toekomende wereld bedoeld, waar de opgestane aartsvaders en de rechtvaardige gestorvenen uit het oude verbond samen met de vele gelovigen uit de heidenen zullen deelhebben aan de hemelse feestmaaltijd (Mar.14:25; Openb.19:9). In de toekomst, in ieder geval na dood en opstanding van Yeshua komen de volkeren in beeld.

‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn’ (Mat.24:14/Mar.13:10)

In het Bijbels Dagboek werd ook over dit schriftgedeelte geschreven:

Mozes en vele profeten na hem, hebben telkens weer het volk Israël gewaarschuwd dat, wanneer zij ongehoorzaam zouden worden, de Here hen uit het Beloofde land zou wegrukken (Deut.28:63). We lezen dat dit dan ook in de dagen van Jeremia is gebeurd.
Maar telkens als God Zijn ongehoorzame kinderen gaat tuchtigen, zijn er mensen die van geen tucht willen weten (Tit.1:10) en zichzelf en anderen blijven suggereren dat God alleen een God van ‘liefde’ is en daarom altijd alles ‘ten goede’ doet keren. Met dit ‘ten goede’ wordt dan steeds bedoeld dat alles bij het oude zal blijven. Zij misleiden de mensen en weigeren zelf voor God te buigen. Zo verhinderen zij anderen om zich te verootmoedigen voor God. Ze maken het schuldbelijden tot een holle frase en terwijl God Zich afwendt in Zijn toorn, beweren zij bij hoog en laag dat God zegenend in de Gemeente aanwezig is. Als je nog nooit de aanwezigheid van God hebt ervaren, heb je aan een ‘veronderstelde aanwezigheid’ al genoeg!
Zo waren er in Jeremia’s dagen ook van die mensen, die zich voordeden als boodschappers van God, terwijl God hen niet gezonden had (Jeremia 27:15). Dat zijn de eeuwige optimisten met hun frisse vrolijke preken: ‘Even geduld, en alles komt goed’ (Jeremia 28:2 v.v.). Geen wonder dat het dan moeilijk wordt om te luisteren naar degene die werkelijk door God gezonden is! Maar wie de moed heeft om toch naar hem te luisteren, ontvangt een geweldige boodschap. Een boodschap die verlost van dwaze illusie en ik-gerichtheid : ‘Zoekt de vrede voor de ander, voor de ongelovige tot wie God je zendt en bidt voor hem tot de Here, want in de vrede die God dan geeft, zal jouw vrede gelegen zijn’(zie:Jeremia 29:7)!