English & other languages: click here!

Jeremia 52 - Jeruzalem verwoest

Het vorige hoofdstuk eindigde met de woorden: "Tot zover de woorden van Jeremia." Maar dan volgt er nog een hoofdstuk, Jeremia 52. Om welke reden?

Vermoedelijk om bij een aantal voorzeggingen van Jeremia te laten zien dat ze ook echt uitgekomen zijn. Is dat belangrijk? Ja, een profetie staat of valt met de vervulling. In Deuteronomium 18 horen we wat het criterium is van ware profetie.

Deuteronomium 18:21,22 Wanneer u dan in uw hart zegt: Hoe kunnen wij het woord herkennen dat de HEERE niet gesproken heeft? Wanneer die profeet in de Naam van de HEERE spreekt, en het gebeurt niet en het komt niet uit, dan is dat een woord dat de HEERE niet gesproken heeft. In overmoed heeft die profeet dat gesproken; wees niet bevreesd voor hem.

Het was dus best spannend of er ook werkelijk zou gebeuren wat de HEERE via Jeremia aankondigde. 

Kort overzicht van dit hoofdstuk: Koning Nebukadrézar belegert en verwoest Jeruzalem. Koning Zedekía wordt samen met veel Judeeërs weggevoerd naar Babel. Koning Jójachin krijgt daar tot zijn dood een goede behandeling. Door sommigen wordt verondersteld dat dit hoofdstuk door de secretaris van Jeremia, Baruch is geschreven. Het is een enigszins zakelijke opsomming van de gebeurtenissen en voor een deel een herhaling van 2 Koningen 25.


Ga naar hoofdstuk:  inleiding/index -  1 - 2 - 3 - 4 - 5 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 17 - 18 - 19 - 20 - 21 - 22 - 23(1) - 23(2) - 24 - 25 - 26 -  27 - 28 - 29 - 30 - 31(1) - 31(2) - 32 - 33 - 34 - 35 - 36 - 37 - 38 39 - 40 - 41 - 42 - 43 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48(A) - 48(B) - 49(A) - 49(B) - 50(A) - 50(B) - 51(A) - 51(B) - 52 - Safan


Jeremia 52:1-3 Zedekia was eenentwintig jaar oud, toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, uit Libna. 2. Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, overeenkomstig alles wat Jojakim gedaan had. 3. Want het gebeurde vanwege de toorn van de HEERE tegen Jeruzalem en Juda dat Hij hen verwierp van voor Zijn aangezicht. En Zedekia kwam in opstand tegen de koning van Babel.


Zedekia was eenentwintig jaar oud, toen hij koning werd........In 2 Koningen 24:17 lezen we dat Nebukadnezar de jonge Zedekia op de troon van Juda plaatste als zijn vazalkoning na de opstand van Jojachin. In 2 Koningen 24:17 lezen we verder dat de naam van Zedekia oorspronkelijk Mattanja was, en dat Nebukadnezar die veranderde in Zedekia. De naam Zedekia betekent:  "De HEERE is rechtvaardig". Met dat rechtvaardige oordeel van God zou Juda en zijn koning spoedig te maken krijgen.

Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE......... Net als Joachin doet hij wat kwaad is in de ogen van de HEERE. We lezen van Zedekia niet eens dat hij afgoden diende, maar wel dat hij het verbond met Nebukadnezar, dat hij met een eed bekrachtigd had, verachtte. Dat lezen we in 2 Kronieken 36:12-14.

Ezechiël 17:15 en 20 Maar hij kwam in opstand tegen hem door zijn gezanten naar Egypte te sturen, opdat men hem paarden en veel volk zou geven. Zou hij erin slagen? Zou hij ontkomen die zulke dingen doet? Zou hij een verbond verbreken en ontkomen? 16. Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, voorwaar, in de woonplaats van de koning die hem koning gemaakt heeft, wiens eed hij verachtte en wiens verbond hij verbrak, bij hem, midden in Babel, zal hij sterven! 20. Ik zal Mijn net over hem uitspreiden, zodat hij in Mijn vangnet gevangen raakt. Ik zal hem naar Babel brengen en daar met hem een rechtszaak voeren over zijn trouwbreuk, die hij tegenover Mij gepleegd heeft.

En Zedekia kwam in opstand tegen de koning van Babel......... Omdat Egypte in die tijd een bloeiend rijk was probeerde Zedekia daarmee contacten te krijgen om los te komen van zijn ondergeschiktheid van Nebukadnezar aan wie hij trouw had gezworen. Jeremia 32:1-5 vertelt ons bijvoorbeeld dat Jeremia duidelijk tegen Zedekia zei dat hij niet zou slagen in zijn opstand tegen Babylon. Zedekia arresteerde Jeremia en zette hem hiervoor gevangen, maar de profeet bleef standvastig, trouw aan de boodschap die God hem had gegeven.


Jeremia 52:4-6 Het gebeurde in het negende jaar van zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem kwam, hij en heel zijn leger. Zij belegerden de stad en bouwden er rondom schansen tegenaan. 5. Zo werd de stad belegerd tot het elfde jaar van koning Zedekia. 6. In de vierde maand, op de negende van de maand, toen de hongersnood in de stad zo sterk geworden was dat de bevolking van het land geen brood meer had,


in de tiende maand, op de tiende van de maand, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem kwam, hij en heel zijn leger. Zij belegerden de stad........ Toen Nebukadnezar erachter kwam wat Zedekia beraamde, was dat voor hem reden om de stad gedurende twee jaar te belegeren.
bouwden er rondom schansen tegenaan.........het werd een belegeringsmuur. Een belegering was bedoeld om een ​​stad te omsingelen, te voorkomen dat er voedsel en andere producten de stad konden binnenkomen, om uiteindelijk de bevolking uit te hongeren en te dwingen zich over te geven. Dit had zo'n grote impact dat Gods Woord het vier keer vermeldt – in 2 Koningen 25 ; 2 Kronieken 36:11-21 ; Jeremia 39:1-14 ; en in dit tekstgedeelte.

toen de hongersnood in de stad zo sterk geworden was....... Het laat zien dat Nebukadnezar erg kwaad was, anders had hij wel gewacht tot de winter voorbij was. Er kwam grote hongersnood in Jeruzalem, zodat er geen brood meer was. 


Jeremia 52:7-11 werd de stad opengebroken. Alle strijdbare mannen vluchtten en trokken 's nachts de stad uit via de poort tussen de twee muren, die zich bij de tuin van de koning bevond, terwijl de Chaldeeën rondom voor de stad lagen. En zij gingen in de richting van de Vlakte. 8. Maar het leger van de Chaldeeën achtervolgde de koning en zij haalden Zedekia in op de vlakten van Jericho. Heel zijn leger werd van hem gescheiden en verspreid. 9. Toen grepen zij de koning en brachten hem naar de koning van Babel, naar Ribla, in het land van Hamath. En die sprak het vonnis over hem uit. 10. De koning van Babel liet de zonen van Zedekia voor diens ogen afslachten. Ook liet hij in Ribla alle vorsten van Juda afslachten. 11. Verder liet hij de ogen van Zedekia blind maken en hem met twee bronzen ketenen binden. Zo bracht de koning van Babel hem naar Babel en zette hem in de gevangenis tot de dag van zijn dood.


toen werd de stad opengebroken.........Alle strijdbare mannen vluchtten en trokken 's nachts de stad uit via de poort tussen de twee muren, die zich bij de tuin van de koning bevond,

Je ziet het al voor je. Een koning die met soldaten in het donker van de nacht moet vluchten en dan een wilde achtervolging, die slecht afloopt. Hij dacht te kunnen ontsnappen, maar Gods woord uit de mond van Jeremia bleek maar al te waar te zijn.  

zij haalden Zedekia in op de vlakten van Jericho....... hoe wrang, de plek waar in het verleden de Israëlieten in geloof op Gods leiding de muren van de stad ineen zagen vallen.... wat een overwinning(!) en nu die vreselijke nederlaag, het eind van het koningshuis van David......

De koning van Babel liet de zonen van Zedekia voor diens ogen afslachten....... Zedekia’s zonen worden in Ribla voor zijn ogen gedood en daarna wordt hij blind gemaakt aan beide ogen. Het laatste wat Zedekia zag, was het afslachten van zijn zonen. Dit verschrikkelijke beeld staat tot aan zijn dood in een Babylonische gevangenis op zijn netvlies gebrand. Bij dit gebeuren werden velen die bij Zedekia waren gedood, ook de kwartiermeester/kamerling Seraja, de zoon van Neria - zie Jeremia 51:59-64. 

Hoezeer ook werd de profetie van Ezechiël bewaarheid:

Ezechiël 12:12-13 En de vorst die in hun midden is, zal de bagage op zijn schouder dragen, in het donker, en naar buiten gaan. Zij zullen door de muur heen breken om hem erdoor naar buiten te brengen. Hij zal zijn gezicht bedekken om niet met eigen ogen het land te zien. 13. Ik zal Mijn net over hem uitspreiden, zodat hij in Mijn vangnet gevangen raakt. Ik zal hem brengen naar Babel, het land van de Chaldeeën, maar ook dat zal hij niet zien, hoewel hij daar zal sterven.

Ezechiël 17:19 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo waar Ik leef, voorwaar, Ik zal Mijn eed die hij veracht heeft en Mijn verbond dat hij verbroken heeft, op zijn hoofd doen neerkomen! 20. Ik zal Mijn net over hem uitspreiden, zodat hij in Mijn vangnet gevangen raakt. Ik zal hem naar Babel brengen en daar met hem een rechtszaak voeren over zijn trouwbreuk, die hij tegenover Mij gepleegd heeft.

De verwoesting van Jeruzalem

Jeremia had zo vaak gewaarschuwd........ hadden ze maar geluisterd!

Jeremia 52:12-14 Daarna, in de vijfde maand, op de tiende van de maand – dat jaar was het negentiende regeringsjaar van koning Nebukadrezar, de koning van Babel – kwam Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, die in dienst stond van de koning van Babel, in Jeruzalem. 13. Hij verbrandde het huis van de HEERE, het huis van de koning en alle huizen van Jeruzalem. Ja, alle huizen van de aanzienlijken verbrandde hij met vuur. 14. Heel het leger van de Chaldeeën dat de bevelhebber van de lijfwacht bij zich had, brak alle muren rondom Jeruzalem af.

Hij verbrandde het huis van de HEERE...... dit was het einde van de grote, mooie tempel van Salomo. Het zou een ruïne blijven totdat er onder leiding van Ezra een nieuwe tempel zou worden gebouwd. Maar dat deze tempel vernield werd betekende ook dat Nebukadnezar zijn boekje te buiten ging. "de wraak van de HEERE, onze God, de wraak voor Zijn tempel" (Jer. 50:28).  Babel en zijn god Bel claimden de overwinning op Jeruzalem als een overwinning van Bel op de God van Israël. De HEERE nam Babel het meest kwalijk dat zij de tempel in Jeruzalem vernietigd hadden. (Jeremia 51:11) Hoewel Jeremia deze verwoesting namens de HEERE geprofeteerd had, betekent dit niet dat Nebukadnezar daar niet verantwoordelijk voor was. Hij had op zijn minst respect moeten tonen voor de God van Israël. Het was Gods huis waar Hij met Zijn heerlijkheid intrek had genomen. In Ezechiël 11:22-23 lezen we hoe de heerlijkheid van God vóór de inname van Jeruzalem vertrok. (zie dit artikel)

Heel het leger van de Chaldeeën, brak alle muren rondom Jeruzalem af....... muren geven nog een fysiek gevoel van veiligheid. Ook dat wordt de bewoners ontnomen. Het paleis, de huizen van de aanzienlijken waren verbrand, muren weggehaald, hoe kwetsbaar was de bevolking..... Het zou anderhalve eeuw duren voordat de muren weer zouden worden opgebouwd. 

De functie van Nebuzaradan is hier 'lijfwacht'. Het Hebreeuwse woord voor 'lijfwacht' טֶבַח  'tabag' betekent ook 'beul'. (volgens hedendaags Ivriet betekent het woord: slachting, moord, bloedbad). Het ging er dus niet zachtzinnig aan toe. 


Jeremia 52:15-23 En enkelen van de armsten van het volk, de rest van het volk dat in de stad was overgebleven, de overlopers die naar de koning van Babel waren overgelopen, en de rest van de menigte voerde Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, in ballingschap. 16. Maar enkelen van de armsten van het land liet Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, als wijnbouwers en akkerbouwers achter. 17. En de koperen pilaren die aan het huis van de HEERE toebehoorden, de onderstellen en de koperen zee die in het huis van de HEERE waren, braken de Chaldeeën stuk. Al het koper daarvan voerden zij naar Babel. 18. Ook namen zij de potten mee, de scheppen, de messen, de sprengbekkens, de offerschalen en alle koperen voorwerpen waarmee men de dienst deed. 19. De bevelhebber van de lijfwacht nam de schalen, de vuurschalen, de sprengbekkens, de potten, de kandelaars, de offerschalen en de kommen mee – al wat geheel van goud en geheel van zilver was. 20. De twee pilaren, de ene zee en de twaalf koperen runderen die eronder stonden, namelijk de onderstellen die koning Salomo voor het huis van de HEERE gemaakt had – het koper van al deze voorwerpen was niet te wegen. 21. Wat betreft de pilaren: een pilaar was achttien el hoog, een draad van twaalf el kon hem omspannen. De dikte ervan was vier vingers, en hij was hol. 22. Daarop zat een kapiteel van koper. De hoogte van een kapiteel was vijf el. Het vlechtwerk en de granaatappels rondom op het kapiteel waren helemaal van koper. En de tweede pilaar had zoals deze eerste, eveneens granaatappels. 23. Er waren zesennegentig granaatappels aangebracht in alle windrichtingen. Het totaal van alle granaatappels was honderd, rondom op het vlechtwerk.


En enkelen van de armsten van het volk, de rest van het volk dat in de stad was overgebleven, voerde Nebuzaradan in ballingschap........ Nebuzaradan voerde het grootste deel  van  de bevolking in ballingschap. Onder hen waren er ook die zich, overeenkomstig Jeremia’s prediking, hadden overgegeven aan de Babyloniërs. Het was een zegen voor die armen die mochten achterblijven en de wijngaarden en akkers mochten bebouwen. 

de koperen pilaren, de onderstellen en de koperen zee, (van de tempel) braken de Chaldeeën stuk. Al het koper daarvan voerden zij naar Babel.......   Het koper en brons uit de tempel wordt geroofd en naar Babel gebracht. De potten, scheppen, messen, bekers. schalen en alles wat van koper, en zilver was en voor de dienst aan God gebruikt was, werd meegenomen.

Ook de zilveren sprengbekkens en offerschalen werden meegenomen en de twaalf koperen runderen die onder de zee stonden. De twee prachtige koperen pilaren Jachin en Boaz, enorme pronkstukken werden kapot geslagen en met kapitelen, en granaatappels naar Babel vervoerd. Er bleef niets over.                                                                                                                        Een enorme buit, teveel om te wegen, maar met een geestelijke lading. 

Nebukadnezar had al  eerder (in 597 v. Chr.) tijdens de regering van Joachin Jeruzalem belegerd en de  gouden schatten uit de tempel geroofd en samen met de koning en zijn familie naar Babel gebracht. (zie Kon. 24:13)


Jeremia 52:24-27 Ook nam de bevelhebber van de lijfwacht Seraja, de hoofdpriester, Zefanja, de tweede priester, en de drie deurwachters mee. 25. En uit de stad nam hij een hoveling mee die over de strijdbare mannen aangesteld was, en zeven mannen uit degenen die het aangezicht van de koning mochten zien, die in de stad werden aangetroffen, met de schrijver van de bevelhebber van het leger, die ten behoeve van de oorlog de bevolking van het land inschreef, en zestig man van de bevolking van het land, die binnen de stad werden aangetroffen. 26. Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, nam hen mee en bracht hen naar de koning van Babel in Ribla. 27. De koning van Babel liet hen neerslaan en doden in Ribla, in het land van Hamath. Zo werd Juda uit zijn land in ballingschap weggevoerd.


De koning van Babel liet hen neerslaan en doden in Ribla........ Ribla was een strategisch knooppunt op de grote verkeersweg tussen Babel en Egypte. Dit was een geschikte plek voor Nebukadnezar om dáár tijdens de belegering en inname van Jeruzalem zijn hoofdkwartier te vestigen. Dit was de plek waar de zonen van Zedekia werden gedood, ook Seraja werd daar gedood. Hij was degene die in het vorige hoofdstuk beschreven wordt als de kwartiermeester ten tijde van Zedekia, die in Babel aan Nebukadnezar de profetieën van Jeremia over de verwoesting van Babel moest voorlezen.  Zefanja werd eveneens meegevoerd, de tweede hogepriester in rang. Hij was een bekende van Jeremia. Hij lijkt niet onwelwillend tegenover de profeet te zijn geweest (niet te verwarren met de schrijver van het boek Zefanja). Verder nog meer belangrijke leiders uit Juda. Ook nog 60 personen uit de bevolking. Zij allen werden in Ribla gedood. Uit 1 Kronieken 6:15 blijkt dat de zoon van Seraja: Jozadak wordt meegenomen naar Babel. Uit het geslacht van Jozadak wordt later Ezra de priester geboren. Hij zal op een dag terugkeren naar Jeruzalem om het werk van Seraja, in dienst van God, voort te zetten. (Ezra 7:1).
Zo werd Juda uit zijn land in ballingschap weggevoerd....... dit was het land dat YHWH aan Zijn volk, de stammen van Israël, gaf. Ze hadden dit land zo'n 860 jaar in bezit mogen hebben. Ze namen het in door geloof en gehoorzaamheid, maar ze verloren het door afgoderij en zonde.


Jeremia 52:28-30 Dit is het volk dat Nebukadrezar in ballingschap heeft gevoerd: in het zevende jaar drieduizend drieëntwintig Judeeërs, 29. in het achttiende regeringsjaar van Nebukadrezar achthonderdtweeëndertig personen uit Jeruzalem. 30. In het drieëntwintigste regeringsjaar van Nebukadrezar voerde Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, van de Judeeërs zevenhonderdvijfenveertig personen in ballingschap. Alle personen bij elkaar: vierduizend zeshonderd.


Dit is het volk dat Nebukadrezar in ballingschap heeft gevoerd........

Deze teksten beschrijven een deel van de uiteindelijke ballingschap en gedwongen ontvolking van het land. De verovering en ballingschap van Juda kwam in golven, waarvan dit de laatste was.

Alle personen bij elkaar: vierduizend zeshonderd........ dit aantal komt niet overeen met wat geschreven staat in 2 Koningen 24:14 en 16. Maar zoals gezegd ging de wegvoering in golven hetgeen de verschillen kan verklaren. Ook het feit dat soms alleen de mannen geteld werden en in andere situaties alle personen, kan verschillen opleveren. 

Jojachin gratie verleend


Jeremia 52:31-34 Het gebeurde in het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojachin, de koning van Juda, in de twaalfde maand, op de vijfentwintigste van de maand, dat Evil-Merodach, de koning van Babel, in het eerste jaar van zijn koningschap, Jojachin, de koning van Juda, gratie verleende en hem uit de gevangenis haalde. 32. Hij sprak vriendelijk met hem en stelde zijn zetel boven de zetel van de koningen die met hem in Babel waren. 33. Jojachin legde zijn gevangeniskleren af en gebruikte steeds de maaltijd bij hem, al de dagen van zijn leven. 34. En wat betreft zijn levensonderhoud: een voortdurend levensonderhoud werd hem door de koning van Babel verstrekt, een dagelijkse hoeveelheid, tot de dag van zijn dood, al de dagen van zijn leven.


Het gebeurde in het zevenendertigste jaar van de ballingschap van Jojachin, de koning van Juda....... Jojachin regeerde maar drie maanden, maar lang genoeg om te kunnen zeggen "Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, overeenkomstig alles wat zijn vader gedaan had." 2 Koningen 24:9. Zijn vader was degene die de woorden van Jeremia, geschreven op een boekrol, afsneed en verbrandde. Jojachin zou ook als een zegelring aan de hand van YHWH worden afgeworpen Jer. 22:24. De straf in Babel voor zijn koningschap van drie maanden, was met 37 jaar gevangenisstraf naar verhouding wel erg zwaar. Er lag ook een vloek op Jechonja, die een rechtmatig opvolger was in de lijn van het koningschap van David. Zijn oom Zedekia regeerde nog na hem, maar was eigenlijk een zijtak in het geslacht.

Evil-Merodach, de koning van Babel sprak vriendelijk met hem en stelde zijn zetel boven de zetel van de koningen die met hem in Babel waren......... Hoe kon dat? Iemand die in Gods ogen gezondigd had, in de gevangenis had gezeten, die zo maar met de koning van Babel aan tafel at....... Toch mogen we in het licht van de profetie hierin een vervulling zien van de beloften van God! Nee, geen belofte voor Jojachin persoonlijk. Dan doelen we op de belofte dat uit de koningslijn van David de beloofde Messias-Koning zou komen: 

2 Samuel 7:16 Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.

Jeremia 33:17 Want zo zegt de HEERE: Aan David zal het niet aan een man ontbreken die op de troon van het huis van Israël zit

We vinden hiervan bevestiging  in de Psalmen 89 en 132. 

Tijdens het optreden van Jeremia was er de voortdurende oproep van de HEERE om zich ondergeschikt te maken aan de koning van Babel. Zedekia is hierop stuk gelopen. Hij hield de poorten van Jeruzalem gesloten. Hij kwam het verbond niet na om afhankelijk te zijn van het door God aangestelde "Gouden Hoofd".  Hij is hiervoor ernstig gestraft. Maar Jojachin heeft – toen Nebukadnezar voor de poorten van Jeruzalem verscheen – de poorten geopend en hij heeft de koning van Babel binnengelaten. 2 Koningen 24:10-12. 

2 Koningen 24:10-12 In die tijd trokken de dienaren van Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem, en de stad werd belegerd. 11. Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam zelf naar de stad, toen zijn dienaren die belegerden. 12. Toen ging Jojachin, de koning van Juda, de stad uit naar de koning van Babel, hij, zijn moeder, zijn dienaren, zijn vorsten en zijn hovelingen. De koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.

Jojachin gaf zich over. Hij volgde daarmee de raad van YHWH  op. Dat wordt door de HEERE gezegend. Dat mag blijken uit de gratie die aan Jojachin is verleend door de opvolger van Nebukadrezar. Jojachin komt, ondanks het koningschap dat hem en zijn nageslacht is afgenomen, toch voor in het geslachtsregister van Yeshua. Hoe dat zit kun je lezen in de Jaïr studie "Mattheüs 1:1-17 stamboom Yeshua/Jezus - de vloek over Jechonia"

De vervulling van Gods beloften over het koningschap op Davids troon, komt ten volle tot ontplooiing in het komende Vrederijk, als de strijd in deze aardse bedeling gestreden is. Uw Koninkrijk kome!