English & other languages: click here!

Jeremia 7 - Prediking in de tempelpoort

Jeremía ontvangt opnieuw een boodschap van YHWH. Deze moet hij verkondigen in de poort van de tempel. De eerste vijftien verzen van Jeremía 7 worden ook wel de “tempelprediking van de profeet” genoemd. De boodschap die hij aan alle tempelbezoekers uit Juda moet brengen, komt op meerdere punten overeen met de boodschap in Jeremía 26.
Het volk stelt zijn vertrouwen op de tempel, maar de HEERE van de tempel wordt in dit vertrouwen niet gevonden. In het Hinnomdal offert het volk zijn kinderen aan de afgoden. De naam van dit dal zal bij de verwoesting van het land worden veranderd in Moorddal.


Ga naar hoofdstuk:  inleiding/index -  1 - 2 - 3 - 4 - 5 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 17 - 18 - 19 - 20 - 21 - 22 - 23(1) - 23(2) - 24 - 25 - 26 -  27 - 28 - 29 - 30 - 31(1) - 31(2) - 32 - 33 - 34 - 35 - 36 - 37 - 38 39 - 40 - 41 - 42 - 43 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48(A) - 48(B) - 49(A) - 49(B) - 50(A) - 50(B) - 51(A) - 51(B) - 52 - Safan


Jeremia 7:1-4 Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia: 2. Ga in de poort van het huis van de HEERE staan, en predik daar dit woord, en zeg: Hoor het woord van de HEERE, heel Juda, u die door deze poorten binnengaat om zich voor de HEERE neer te buigen. 3. Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Laat uw wegen en uw daden goed zijn, dan laat Ik u wonen in deze plaats. 4. Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE is dit!


Ga in de poort van het huis van de HEER staan…………… Een mooie plek om het Woord van God te verkondigen, ware het niet dat het geestelijk duister was in Jeruzalem en dat er allemaal mensen rondlopen met “onbesneden oren”.  (Jer. 6:10)  Uiterlijk een mooie stad en een prachtige tempel, er is welvaart. Zorgeloze bewoners die trots zijn op hun mooie tempel. Ze zijn er vol van! Ze gebruiken slogans “De Tempel van de HEER”, “De Tempel van de HEER”, “De Tempel van de HEER is dit!” Een buitenstaander zou deze bevolking als heel gelovig bestempelen. 

Maar schijn bedriegt en de loftuitingen over de tempel zijn kwalijk en bedrieglijk. Ze beseffen niet dat die tempel binnenkort verwoest en verbrand zal worden door Gods toorn. Ze willen daar niets over horen. Ze kennen Hem niet echt, de God van Israël  die in de tempel woont! Die zijn ontrouwe volk oproept tot bekering:

Laat uw wegen en uw daden goed zijn, dan laat Ik u wonen in deze plaats.  Nog klinken er woorden die een uitweg bieden uit de dreiging van de ondergang.

Deze zonde van uiterlijke vroomheid, ondanks plechtige erediensten, kenmerkt in alle tijden een gevallen schepping die zich niet laat onttrekken uit de macht van de overste van deze wereld: de satan. Het is wat Yeshua constateerde bij de gemeente van Sardis: “en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent dood!” Openbaring 3:1.


Jeremia 7:5-7 Als u echter uw wegen en uw daden werkelijk betert, als u werkelijk recht doet tussen iemand en zijn naaste, 6. als u de vreemdeling, de wees en de weduwe niet onderdrukt, geen onschuldig bloed in deze plaats vergiet, en geen andere goden achternagaat, uzelf ten kwade, 7. dan zal Ik u in deze plaats, in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, laten wonen, eeuw uit en eeuw in.


Als u echter uw wegen en uw daden werkelijk betert.....  Net zo als in vers 3 de steeds terugkerende oproep tot bekering. God wil echte oprechtheid zien, geen uiterlijk vertoon, maar om te beginnen in het hart dat verbinding zoekt met Hem.

Als u werkelijk recht doet tussen iemand en zijn naaste..... dit gaat over de rechtspraak die al helemaal niet deugt. Òf er vindt geen rechtspraak plaats, òf de rechtspraak deugt niet. De grondprincipes van de Tora worden geweld aangedaan en daarmee komen degenen die recht zoeken  in moeilijke omstandigheden.

als u de vreemdeling, de wees en de weduwe niet onderdrukt ...... de sociale barmhartigheid weegt bij YHWH heel zwaar. De Tora geeft instructies die in de moeiten van deze mensen voorzien. Maar de harten staan niet open voor Yahweh en Zijn aanwijzingen en daardoor zijn ze ook niet bewogen met degenen die hulp nodig hebben.  Onderdrukking betekent dat hun druk nog verzwaard wordt.

Als u geen onschuldig bloed in deze plaats vergiet.....  In deze plaats? Werd er in de tempel onschuldig bloed vergoten? In Jeremia 26:20-24 (het hoofdstuk dat veel overeenkomsten met Jeremia 7 vertoont) lezen we over een profeet met de naam Uria die gedood werd. Mogelijk gaat het ook over een “Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het altaar”. Matth. 23:35b Maar de Zacharia die het Bijbelboek geschreven heeft komt pas na de ballingschap “in de schijnwerpers”. In de tijd na de ballingschap was er geen tempel meer en ging men een nieuwe tempel bouwen. Uit de beschrijving van Yeshua in Mattheüs 23 blijkt dat er meer profeten vermoord zijn.

Als u geen andere goden achternaloopt..... dat is telkens weer de zonde waarmee God Zelf, die hen geschapen, uitverkoren en lief heeft,  wordt afgewezen.

.... dan zal Ik u in deze plaats, in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, laten wonen, eeuw uit en eeuw in.  Je ziet dat God de beloften van het land dat aan Abraham, Izaäk en Jakob  was gegeven, als een blijvend geschenk beschouwt, door de geschiedenis van Israël  heen, zich uitstrekkend tot in het Vrederijk.

De situatie waarin Jeremia Gods Woord moet laten klinken, is niet alleen iets van die tijd. De profeet Micha die een kleine 200 jaar eerder als profeet in Jeruzalem optrad zei dit:

Micha 3:11 Hun hoofden spreken er recht voor geschenken, hun priesters onderwijzen voor loon, hun profeten plegen waarzeggerij voor geld. En nog steunen zij op de HEERE en zeggen: Is de HEERE niet in ons midden? Ons zal geen kwaad overkomen.


Jeremia 7:8-11 Zie, u vertrouwt op bedrieglijke woorden, die niet van nut zijn. 9. Stelen, doodslaan, overspel plegen, valse eden afleggen, reukoffers brengen aan de Baäl, andere goden achternagaan, die u niet gekend hebt, 10. en dan voor Mijn aangezicht komen staan in dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, en zeggen: Wij zijn gered – om al deze gruweldaden te doen? 11. Is dan dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? Ook Ik, zie, Ik heb het gezien, spreekt de HEERE.


Zie, u vertrouwt op bedrieglijke woorden, die niet van nut zijn. Er liepen veel valse profeten rond in Juda en ze werden er waarschijnlijk ook voor betaald. Hun woorden gaven de mensen valse hoop. Ze konden gewoon doorgaan met hun leven dat afweek van de Tora. Die Jeremia zou hun maar uit hun comfortzone halen.

Stelen, doodslaan, overspel plegen, valse eden afleggen, reukoffers brengen aan de Baäl, andere goden achternagaan..... als je deze afschuwelijke opsomming leest dan begrijp je dat alle geboden van God worden overtreden. En dan zeggen “we zijn gered”? Ze dachten waarschijnlijk dat de gebrachte offers dat wel weer compenseerde.

Is dan dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? De tempel was niet meer de plek zoals die oorspronkelijk bedoeld was, waar God echt werd gezocht, waar oprecht offers werden gebracht en waar berouw oprecht was. In Gods ogen  was de tempel een rovershol (een spelonk van moordenaars SV) geworden. Deze benaming werd later ook door Yeshua gebruikt toen Hij de tempel reinigde. (Matth. 21:13; Markus 11:17; Lukas 19:46)


Jeremia 7:12-15 Want ga toch naar Mijn plaats die in Silo was, daar waar Ik vroeger Mijn Naam heb laten wonen, en zie wat Ik daarmee gedaan heb vanwege de slechtheid van Mijn volk Israël. 13. Welnu, omdat u al deze daden doet, spreekt de HEERE, en Ik vroeg en laat tot u sprak, maar u niet geluisterd hebt, en Ik u geroepen heb, maar u niet geantwoord hebt, 14. zal Ik met dit huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, waarop u vertrouwt, en met deze plaats, die Ik u en uw vaderen gegeven heb, doen zoals Ik met Silo heb gedaan. 15. Ik zal u van voor Mijn aangezicht wegwerpen, zoals Ik al uw broeders weggeworpen heb, heel het nageslacht van Efraïm.


Ga toch naar Mijn plaats die in Silo was, daar waar Ik vroeger Mijn Naam heb laten wonen, en zie wat Ik daarmee gedaan heb vanwege de slechtheid van Mijn volk Israël. Silo ligt ongeveer 30 kilometer verwijderd van Jeruzalem. Na de inname van het land Kanaän door Jozua (zie Joz. 18:1) woonde de HEERE daar bijna 400 jaar lang  - door middel van de ark - in de tabernakel.

Jeremía laat het volk terugkijken naar wat er in Silo, vanwege de zonde van het volk, met het heiligdom is gebeurd. Silo was de centrale stad van Israël, het godsdienstig centrum. 

De ark is rond 1075 voor Christus door de Filistijnen bij de slag te Eben-Haëzer buitgemaakt, maar God stuurde deze weer terug naar Silo op een wagen getrokken door koeien (zie 1 Sam. 6).

Vele jaren daarna veroverden de Assyriërs het noordelijke koninkrijk van Israël ( Psalm 78:58-60). De HEERE verliet de tabernakel (zie Ps. 78:60 en Jer. 26:6-9). 

Zoals het oordeel over Silo kwam, zo zal God ook het oordeel over deze tempel in Jeruzalem doen komen, omdat er geen berouw is.


Jeremia 7:16-20 En u, bid niet voor dit volk, hef voor hen geen geroep of gebed aan, dring niet bij Mij aan, want Ik zal niet naar u luisteren. 17. Ziet u niet wat zij doen in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem? 18. De kinderen sprokkelen hout, de vaders steken het vuur aan en de vrouwen kneden deeg om offerkoeken te maken voor de koningin van de hemel. Zij gieten plengoffers uit voor andere goden, zodat zij Mij tot toorn verwekken. 19. Verwekken zij Mij tot toorn? spreekt de HEERE. Doen zij het zichzelf niet aan, tot schande van hun eigen gezicht? 20. Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Mijn toorn en grimmigheid zullen uitgegoten worden over deze plaats, over de mensen en over de dieren, over de bomen op het veld en over de vruchten van het land. Die zullen branden en niet geblust worden.


En u, bid niet voor dit volk, hef voor hen geen geroep of gebed aan.... Ik zal niet naar u luisteren. Hier valt het doek. Jeremia bad waarschijnlijk nog steeds voor het volk. Dat lijkt ook voor de hand liggend als je steeds oproept tot bekering. De genadetijd is voor deze generatie voorbij. De maat van de zonde is vol. God heeft lang genoeg Zijn profeten tot hen laten spreken.

De kinderen sprokkelen hout, de vaders steken het vuur aan en de vrouwen kneden deeg om offerkoeken te maken voor de koningin van de hemel. 

Het vereren van “de koningin van de hemel” bewijst dat het volk, in hun gezinnen, zich gewijd hebben aan de Babylonische Ishtar (waarvan het Engelse woord ”eastern” voor Pesach is afgeleid).  Het volk is helemaal in de ban van de duisternis. Afgesloten en totaal onbereikbaar voor God.

“De 'koningin des hemels' was de Babylonische Ishtar, geïdentificeerd met de planeet Venus, wiens aanbidding, vergelijkbaar is met de culten van de Kanaänitische godinnen, Asherah, Ashtaroth en Anath, die waarschijnlijk in Juda werd geïntroduceerd door de afvallige koning Manasse (2 Koningen 21:3). De Maria-verering in onze contreien staat hier zeker niet los van. Zie deze website.

In allerlei heidense culturen en godsdiensten is er een Koningin des hemels religie. 

Verwekken zij Mij tot toorn? spreekt de HEERE. Doen zij het zichzelf niet aan, tot schande van hun eigen gezicht? Mijn toorn en grimmigheid zullen uitgegoten, over de mensen en over de dieren, ......... Die zullen branden en niet geblust worden.

Toen ik dit las kwam deze tekst in mijn gedachten.....je wordt er stil van....

Judas 1:13 Zij zijn wilde golven van de zee, die hun eigen schanddaden opschuimen, dwaalsterren, voor wie de diepste duisternis tot in eeuwigheid bewaard wordt.


Jeremia 7:21-26 Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Voeg uw brandoffers toe aan uw slachtoffers, eet vlees, 22. want Ik heb met uw vaderen op de dag dat Ik hen uit het land Egypte leidde, niet gesproken en hun evenmin iets geboden over zaken die betrekking hebben op brandoffers en slachtoffers. 23. Maar deze zaak heb Ik hun geboden: Luister naar Mijn stem. Dan zal Ik u tot een God zijn, en ú zult Mij tot een volk zijn. Bewandel heel de weg die Ik u gebieden zal en het zal u goed gaan. 24. Maar zij hebben niet geluisterd en hun oor niet geneigd, maar ze gingen in hun eigen opvattingen voort overeenkomstig hun verharde, boosaardige hart. Zij gingen achterwaarts en niet voorwaarts. 25. Vanaf de dag dat uw vaderen uit het land Egypte vertrokken zijn tot op deze dag, zond Ik elke dag, vroeg en laat al Mijn dienaren, de profeten, tot u. 26. Uw vaderen hebben echter niet naar Mij geluisterd en hebben hun oor niet geneigd. Zij waren halsstarrig en maakten het erger dan hun vaderen.


Voeg uw brandoffers toe aan uw slachtoffers, eet vlees.... Dit is sarcastisch bedoeld. Brandoffers worden nooit gegeten, die werden helemaal verteerd op het vuur.  (Lev. 1:9; Lev. 1:13) De strekking hiervan is zo ongeveer: “Voeg die brandoffers nu maar bij de offers waarvan je wel eet.... je hebt het toch niet voor Mij bestemd. Maak er maar een vlees-vreet-feest van. Dat maakt Mij niet meer  uit... 

Ik heb met uw vaderen op de dag dat Ik hen uit het land Egypte leidde, niet gesproken en hun evenmin iets geboden over zaken die betrekking hebben op brandoffers en slachtoffers. Dit lijkt tegenstrijdig, want God heeft wel degelijk geboden om offers te brengen. Maar bij de ontvangst van de 10 geboden vlak nadat Egypte was verlaten, werd er nog niet gesproken over het brengen van offers. Dat kwam later bij de verbondssluiting op de Sinaï, toen Israël beloofde dat ze alles zouden doen wat hun geboden werd. (Exodus 24:1-8) Verder las ik daarover deze verklaring: “Het Hebreeuwse idioom staat het ontkennen van het ene toe om het andere te benadrukken (vgl. voor een parallel Lukas 14:26). Het idioom is niet bedoeld om de verklaring te ontkennen, maar alleen om het op een secundaire plaats te plaatsen.”

Maar deze zaak heb Ik hun geboden: Luister naar Mijn stem. Dan zal Ik u tot een God zijn, en ú zult Mij tot een volk zijn. Bewandel heel de weg die Ik u gebieden zal en het zal u goed gaan.... Dit had God wel van meet af aan geboden! Alleen binnen de naleving van dit gebod passen ook de geboden om te offeren. Zie ook wat Samuël tegen Saul zei:

1 Samuel 15:22 Maar Samuel zei: Heeft de HEERE evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers als in het gehoorzamen aan de stem van de HEERE? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerkzaam zijn beter dan het vet van rammen

Maar ze gingen in hun eigen opvattingen voort overeenkomstig hun verharde, boosaardige hart....  De New King James vertaalt hier: "counsels and dictates of their evil hearts  NKJV". Als het volk God loslaat en God geeft hen daaraan over, dan brengt het hart strenge, kwaadaardige plannen voort met een dwingend karakter. Dan gaat het "achterwaarts en niet voorwaarts." In deze wereld krijgen we zo vaak het vriendelijk klinkende advies: "volg je hart". Maar wat er in ons hart is moet getoetst worden aan Gods Woord. In Spreuken 3:5-7 worden we gewaarschuwd niet op ons eigen inzicht te vertrouwen! Paulus zegt wat er gebeurt als God de mens overgeeft aan hun eigen ideeën: Romeinen 1:28 En omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen. Ze zijn overgegeven aan "de vrucht van hun denken" Jeremia 6:19. Het gaat hier om afgodische ideologie. Zien we dat in onze tijd niet precies zo ontwikkelen? Deze ontwikkeling leidt onvermijdelijk tot het oordeel. Jeremia "de profeet voor de volken", spreekt ook tot ons, zodat we herkennen wat er in onze tijd en in ons land aan de hand is. 


Jeremia 7:27 U moet al deze woorden tot hen spreken, maar zij zullen niet naar u luisteren. U zult wel tegen hen roepen, maar zij zullen u niet antwoorden.


Je zou zeggen dat het afgelopen zou zijn om dit verharde volk nog aan te spreken.  Maar Jeremia is Gods gehoorzame dienstknecht - al zal hij er wel niet veel zin in hebben - : Als God tegen het volk wil spreken zal Jeremia als Zijn mond fungeren. Het is niet meer de oproep tot bekering, maar een opsomming van redenen die het oordeel rechtvaardigt en bevestigt.


Jeremia 7:28-31 Zeg daarom tegen hen: Dit is het volk dat naar de stem van de HEERE, zijn God, niet luistert en de vermaning niet aanvaardt. De waarheid is vergaan, zij is uit hun mond uitgeroeid. 29. Scheer uw gewijde hoofdhaar af en werp het weg. Hef op de kale hoogten een klaaglied aan, want de HEERE heeft verworpen en verlaten de generatie van Zijn verbolgenheid. 30. Want de Judeeërs hebben gedaan wat kwaad is in Mijn ogen, spreekt de HEERE, zij hebben hun afschuwelijke afgoden opgesteld in het huis waarover Mijn Naam is uitgeroepen, zodat zij dat verontreinigen. 31. En zij hebben de hoogten van Tofet gebouwd, die in het dal Ben-Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters in het vuur te verbranden. Dat heb Ik niet geboden en is niet in Mijn hart opgekomen.


Scheer uw gewijde hoofdhaar af en werp het weg..... Blijkbaar waren er Judeeërs die de Nazireeër belofte hadden afgelegd, waardoor hun hoofdhaar gewijd was. Ze moeten het afknippen en wegwerpen. Als we het hele plaatje bekijken moet dit nazireërschap ook niet meer zijn dan een uiterlijk ritueel  om indruk te maken. God hecht er in ieder geval geen enkele waarde aan. Uiterlijke toewijding heeft alleen waarde als het de weergave van de gezindheid van het hart is. Er is ook een uitleg dat vrouwen het haar moeten afknippen. Maar dat staat er niet bij. Bovendien is dat geen “gewijd” haar.


Hef een klaaglied aan op de kale hoogten waar je de afgoden dient

want de HEERE heeft verworpen en verlaten de generatie van Zijn verbolgenheid.

Ze hebben kwaad gedaan

Niet geluisterd

De waarheid telt niet meer

Er staan afschuwelijke afgoden in het huis waarover Gods Naam is uitgeroepen

De tempel is verontreinigd

Ze hebben de hoogten van Tofet gebouwd in het dal Ben Hinnom

Om hun zonen en dochters in het vuur te offeren



Het dal van de zoon van Hinnom ligt ten zuiden van de tempelberg in Jeruzalem. Het werd zowel gebruikt als vuilnisbelt (met voortdurend smeulende vuren) en als plaats waar kinderen aan de Moloch geofferd werden.


Jeremia 7:32-34 Daarom, zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat het niet meer Tofet of het dal Ben-Hinnom zal genoemd worden, maar Moorddal. Men zal in Tofet begraven, omdat er nergens anders plaats zal zijn. 33. De dode lichamen van dit volk zullen tot voedsel zijn voor de vogels in de lucht en de dieren op de aarde, en niemand zal ze schrik aanjagen. 34. En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem de stem van de vreugde en de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid doen ophouden, want het land zal tot een verwoesting worden


Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat het niet meer Tofet of het dal Ben-Hinnom zal genoemd worden, maar Moorddal.
Soms worden niet alleen personen gestraft die zondigen, maar ook de plaatsen waar de zonde bedreven wordt. (Lev. 18:26-30; Jer. 2:7; Ez. 36:17-18; Micha 2:10) Dan wordt een goddeloze plaats tot een plaats van Gods oordelen. Zo is het oordeel over Tofeth gekomen. De plaats waar afgoderij werd gepleegd zal een begraafplaats worden.

Gods oordeel

Het woordje ‘daarom’ geeft aan dat het oordeel komt vanwege de Molochdienst die in Tofeth bedreven werd. Het woordje ‘zie’ legt nadruk op wat gezegd wordt. Het Joodse volk moet er aandacht aan geven, het oordeel komt zeker en is nabij. Jojakim was koning en regeerde elf jaar. Zijn zoon Jojachin regeerde drie maanden. Daarna regeerde Zedekia elf jaren. Toen kwam de Babylonische ballingschap. Op zijn hoogst zou het dus nog ruim tweeëntwintig jaar duren. “De dagen komen” namelijk van de wegvoering van het Joodse volk. De tijd is nabij. “Spreekt de HEERE”: het oordeel komt zeker.

 

Want het land zal een woestenij zijn: Toen het oordeel over Juda kwam, leek het alsof alle geluk en hoop uit het land waren verdwenen. Er zou niet meer de stem van vrolijkheid en de stem van blijdschap zijn.

Wat heeft het ons te zeggen?

Ook ons wordt het oordeel aangezegd. Veel christenen denken 'het zal mijn tijd wel duren'...of  ‘zo’n vaart zal het wel niet lopen…’ en ze zijn blij als ze weer kunnen overgaan tot de orde van de dag.  'Oordeel'.... de gedachte daaraan maakt je alleen maar onrustig. Dan lijken we best wel op de inwoners van Juda.  Een echte gelovige ziet uit naar de komst van Gods Koninkrijk, waaraan dat oordeel vooraf gaat. Hoe vaak bidden we mischien wel gedachteloos 'Uw Koninkrijk kome....".  Houden we ook echt rekening met die komst? Sommige christenen denken dat ze zelf dat Koninkrijk op aarde moeten realiseren. Ze zullen zich dan ook heel goed thuis voelen bij de plannen van de antichrist. Het zal echter blijken dat ze achter de verkeerde 'verlosser' zijn aangegaan. Maar dan is het te laat. Er is er maar Eén die het Koninkrijk op aarde kan realiseren, dat is Yeshua/Jezus. 

Het Koninkrijk verwachten betekent: 'op je knieën gaan' en God de leiding te laten nemen over je leven, je gedachten, je daden. Het betekent dat je jezelf moet voeden met Zijn Woord, zodat het Woord van God rijkelijk in je kan wonen. Kol. 3:16 NBG Yeshua/Jezus zei: ‘De mens zal van brood alleen niet leven, maar van alle woord dat door de mond van God uitgaat’ (Matth. 4:4). Hoe meer wij ons daarmee voeden, hoe meer wij het lief zullen krijgen

Als we alleen zijn met God, dan horen we Zijn stem en laten we Zijn Woord in ons hart binnendringen (Hebr. 4:12). Dan gaan we ook zien dat alles wat hier op aarde wordt georganiseerd en gepraktiseerd, steeds meer tegengesteld is aan de bedoelingen van God. De goedkope geruststelling in oppervlakkige bemoedigingen als "peace", "be happy", "love" verbloemen wat God echt verstaat onder vrede, geluk en liefde.  Dat gaat veel dieper. We kunnen veel leren van wat Jeremia heeft ervaren van een onwillig geslacht. Want het verschrikkelijke oordeel kwam in Juda en Jeruzalem, niet direct...... God gaf ruim de tijd voor bekering.  En zo is het nu ook.....

Sommigen denken dat Hij treuzelt, maar dat is niet zo. Hij wacht alleen met het vervullen van zijn belofte, omdat Hij zoveel geduld heeft. Hij wil niet dat er iemand verloren gaat, maar dat alle mensen tot bekering komen. 2 Petrus 3:9 HTB