English & other languages: click here!

Jeremia 40 - Jeremia bij Gedalia

Jeremía mag in Juda blijven wonen. Hij blijft bij Gedália, die door Nebukadrézar is aangesteld als landvoogd over de steden van Juda. Het verwoeste land verkeert in chaos, maar Gedalia is een wijs bestuurder. Onder zijn leiding mochten ze zich verheugen in goede oogsten: wijn, zomervruchten en olie. Gedália wordt uiteindelijk bedreigd met de dood. Hij ziet zelf de ernst van de zaak niet in. Deze geschiedenis is ook vermeld in 2 Koningen 25:22-26.


Ga naar hoofdstuk:  inleiding/index -  1 - 2 - 3 - 4 - 5 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 17 - 18 - 19 - 20 - 21 - 22 - 23(1) - 23(2) - 24 - 25 - 26 -  27 - 28 - 29 - 30 - 31(1) - 31(2) - 32 - 33 - 34 - 35 - 36 - 37 - 38 39 - 40 - 41 - 42 - 43 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48(A) - 48(B) - 49(A) - 49(B) - 50(A) - 50(B) - 51(A) - 51(B) - 52 - Safan


Jeremia 40:1 Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, hem uit Rama weg had laten gaan, toen hij hem gevangengenomen had, en hij in ketenen geboeid was te midden van alle ballingen uit Jeruzalem en Juda, die weggevoerd werden naar Babel.


Nadat Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht, hem uit Rama weg had laten gaan..... Veel Judeeërs zijn geboeid in Rama samengedreven. Rama, je weet wel, de plaats waar Rachel stierf en begraven werd en waarover Jeremia een profetie uitsprak die betrekking had op de ballingschap, maar ook op de toekomstige kindermoord in Bethlehem. (Jeremia 31:15) Deze plaats heet tegenwoordig Er-Ram en ligt ongeveer 8 km ten noorden van Jeruzalem.

te midden van alle ballingen uit Jeruzalem en Juda, die weggevoerd werden naar Babel....... De geboeide gevangenen staan op het punt om op transport te worden gesteld naar Babel (v. 1). Onder hen is Jeremia. Per ongeluk is hij in deze groep terechtgekomen. Nebukadnezar had zelf bevel gegeven om Jeremia een speciale behandeling te geven. Hij moest alle vrijheid krijgen. 


Jeremia 40:2-4 De bevelhebber van de lijfwacht liet Jeremia halen en zei tegen hem: De HEERE, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats uitgesproken, 3. en de HEERE heeft het doen komen en gedaan zoals Hij gesproken had, want u hebt tegen de HEERE gezondigd en niet naar Zijn stem geluisterd. Daarom is dit woord aan u geschied. 4. Nu dan, zie, ik heb u vandaag losgemaakt van de ketenen die om uw handen waren. Als het goed is in uw ogen om met mij naar Babel te komen, kom mee, en ik zal mijn oog op u gericht houden. Maar is het kwalijk in uw ogen om met mij mee naar Babel te komen, laat het. Zie, heel het land ligt vóór u: Ga daarheen, waar het in uw ogen goed en juist is te gaan.


De HEERE, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats uitgesproken en de HEERE heeft het doen komen en gedaan zoals Hij gesproken had....... Nebuzaradan kende blijkbaar Jeremia en zijn profetieën. Hij wist dat dit het oordeel van Yahweh tegen Zijn volk was, omdatzij tegen de HEERE hadden gezondigd .De Babylonische Nebuzaradan geloofde meer in het woord van God dan het verbondsvolk van Yahweh. Maar God vergeet Jeremia niet. Nebuzaradan heeft zijn werk goed gedaan en Jeremia opgespoord. In deze verzen zie je iets van het niveau van de inlichtingendiensten in die tijd. De Babyloniërs waren woordelijk op de hoogte van de boodschap die Jeremia in Jeruzalem had verkondigd 

ik heb u vandaag losgemaakt van de ketenen die om uw handen waren........    Nebuzaradan had respect voor Jeremia, vanwege zijn voortdurende oproep aan koning en volk, om zich over te geven aan de Babyoniërs. 

Als het goed is in uw ogen om met mij naar Babel te komen, kom mee, en ik zal mijn oog op u gericht houden...... ook uit deze woorden blijkt dat Nebuzaradan het goede voor had met Jeremia.

Maar is het kwalijk in uw ogen om met mij mee naar Babel te komen, laat het.......Jeremia mag kiezen wat hij doet: òf meegaan naar Babel, waar hij met alle achting behandeld zal worden, òf blijven in Juda (v. 4). Hij besluit tot het laatste (v. 6).


Jeremia 40:5-6 Zolang hij nog niet terugkeert, wendt u zich dan tot Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, die de koning van Babel heeft aangesteld over de steden van Juda, en verblijf bij hem te midden van het volk. Of ga daarheen, waar het in uw ogen juist is te gaan. Daarop gaf de bevelhebber van de lijfwacht hem voedsel voor onderweg en een geschenk, en liet hij hem gaan. 6. Zo kwam Jeremia bij Gedalia, de zoon van Ahikam, in Mizpa. Hij verbleef bij hem te midden van het volk dat in het land was overgebleven.


Zolang hij nog niet terugkeert...... misschien weifelde Jeremia nog even. Waar moest hij heen gaan? Het advies van Nebuzaradan was vervolgens: 'ga maar Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, die de koning van Babel heeft aangesteld over de steden van Juda. Maar als je liever ergens anders naar toe gaat'..... Maar de naam van Gedalia, de kleinzoon van Safan, was een vertrouwd persoon. (zie de zonen van Safan)

Ondertussen hebben de Babyloniërs een stadhouder aangesteld over de achtergebleven Judeeërs, ene Gedalia. Hij is geen slechte keus. Een redelijk figuur, die goed inziet hoe de situatie ligt. Hij beseft dat de Judeeërs niet anders kunnen dan nu de heerschappij van de Babyloniërs accepteren. 

Nebuzaradan gaf hem voedsel voor onderweg en een geschenk, en liet hem gaan.....
Dit toont Gods opmerkelijke zorg voor Jeremia, zelfs uit de handen van een heidense autoriteit. Er was de laatste tijd vrijwel geen brood en ander voedsel meer en in zijn gevangenschap moest hij ook maar afwachten wat ze konden missen.

Zo kwam Jeremia bij Gedalia, de zoon van Ahikam, in Mizpa. Hij verbleef bij hem te midden van het volk dat in het land was overgebleven....... De strijd is tenminste voorbij, het gezag is duidelijk en het gewone dagelijkse leven, dat door de oorlog tijden heeft stilgelegen, kan weer op gang komen. Dat is het programma van Gedaiia, een politiek waar Jeremia ook altijd al voor gepleit heeft: acceptatie van de overheersing van Babel en een stil en gerust leven leiden onder de hoede van de HEERE (v. 9,10)

Het nieuwe begin ziet er zowaar rooskleurig uit. De in oorlogstijd gevluchte Judeeërs durven de stap aan om weer terug te keren naar hun land. En de HERE onthoudt zijn zegen niet. De eerste oogst is buitengewoon overvloedig (v. 11,12). Deze Judeeërs hebben geen invloedrijk bestaan, maar wel een bestaan zonder gebrek. Met zo’n stadhouder als Gedalia zijn er toch weer lichtpuntjes voor de toekomst, hoe verschrikkelijk Juda ook geleden heeft. Een zegen van God.


Jeremia 40:7-10 Toen nu alle bevelhebbers van de legers die in het veld waren, zij en hun mannen, hoorden dat de koning van Babel Gedalia, de zoon van Ahikam, over het land had aangesteld en dat hij hem had aangesteld over de mannen, de vrouwen en de kleine kinderen, en over enigen van de armsten van het land, van hen die niet weggevoerd waren naar Babel, 8. kwamen zij naar Gedalia in Mizpa toe, namelijk Ismaël, de zoon van Nethanja, Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai uit Netofa, en Jezanja, de zoon van iemand uit Maächa, zij en hun mannen. 9. Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen: Wees niet bevreesd voor het dienen van de Chaldeeën. Blijf in het land, dien de koning van Babel, dan zal het u goed gaan. 10. En ik, zie, ik blijf in Mizpa om in dienst van de Chaldeeën te staan die naar ons toe komen. Maar wat u betreft, verzamel wijn, zomervruchten en olie, doe ze in uw vaten, en verblijf in uw steden die u ingenomen hebt.


Toen nu alle bevelhebbers van de legers die in het veld waren....... Toen de Babyloniërs het volk van Juda veroverden, waren er enkele overgebleven militaire aanvoerders en hun mannen die ontsnapt waren. (Jer, 52:8) Ze moesten kiezen of ze de strijd zouden voortzetten als een ondergronds verzet of dat ze zich zouden onderwerpen aan de Babylonische heerschappij.

Toen zij hoorden dat de koning van Babel Gedalia, de zoon van Ahikam, over het land had aangesteld.......Gedalia verzekert hen dat ze niet bang hoeven te zijn voor de Babyloniërs en dat ze in het land moeten blijven. Als ze de koning van Babel dienen, zal het goed met hen gaan. Gedalia bekrachtigt zijn beloftes met een eed, Gedalia zegt vanuit Mizpa de Judeeërs te willen vertegenwoordigen bij de Babyloniërs. 

Verzamel wijn, zomervruchten en olie, doe ze in uw vaten, en verblijf in uw steden die u ingenomen hebt.....

Het nieuwe begin ziet er zowaar rooskleurig uit. De in oorlogstijd gevluchte Judeeërs durven de stap aan om weer terug te keren naar hun land. En de HEERE onthoudt zijn zegen niet. De eerste oogst is buitengewoon overvloedig (v. 11,12). Deze Judeeërs hebben geen invloedrijk bestaan, maar wel een bestaan zonder gebrek. Met zo’n stadhouder als Gedalia zijn er toch weer lichtpuntjes voor de toekomst, hoe verschrikkelijk Juda ook geleden heeft. Een zegen van God.

Onder Gedalia wordt gewerkt aan een nieuw bestaan in het verwoeste Juda. Maar waar God zegent, ligt de duivel op de loer. Mattheüs 10:16 Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven.


Jeremia 40:13-14 Maar Johanan, de zoon van Kareah, en al de bevelhebbers van de legers die in het veld waren, kwamen naar Gedalia in Mizpa. 14. Zij zeiden tegen hem: Weet u wel dat Baälis, de koning van de Ammonieten, Ismaël, de zoon van Nethanja, gestuurd heeft om u om het leven te brengen? Gedalia, de zoon van Ahikam, geloofde hen echter niet.


Weet u wel dat Baälis, de koning van de Ammonieten, Ismaël, de zoon van Nethanja, gestuurd heeft om u om het leven te brengen? .......Opnieuw komen de bevelhebbers, onder wie Johanan, naar Mizpa om met Gedalia te spreken. Ze vragen hem of hij weet dat Baälis, koning van Ammon, Ismaël heeft gestuurd om hem te vermoorden.  Deze Ismaël stamt af van Elisama (1 Kron. 3:6), een zoon van koning David en Batseba. Het lijkt er dan ook op dat haat of jaloezie de drijfveer was. De koning van Ammon wist wel wie hij deze klus moest laten klaren. 

Gedalia, de zoon van Ahikam, geloofde hen echter niet....... Gedalia weigert deze beschuldiging te geloven. Ook als Johanan enige tijd later in het geheim hierover met hem spreekt en hem voorstelt Ismaël uit de weg te ruimen, wil Gedalia hiervan niets weten. Naar de reden kun je gissen. Maar als je tweemaal hiervoor gewaarschuwd wordt zou er toch wel een lampje moeten gaan branden. 


Jeremia 40:15-16 Daarop zei Johanan, de zoon van Kareah, in Mizpa in het geheim tegen Gedalia: Laat mij toch eropuit gaan, en Ismaël, de zoon van Nethanja, doodslaan, en niemand zal het weten. Waarom zou hij u om het leven brengen, zodat heel Juda dat zich bij u gevoegd heeft, verspreid wordt en het overblijfsel van Juda omkomt? 16. Gedalia, de zoon van Ahikam, zei echter tegen Johanan, de zoon van Kareah: Doe deze zaak niet, want u spreekt leugens over Ismaël.


Laat mij toch eropuit gaan, en Ismaël, de zoon van Nethanja, doodslaan, en niemand zal het weten...... deze voormalige militaire bevelhebben Johanan bezoekt Gedalia in het geheim. Hij wil de goedkeuring van de stadhouder om de moordenaar een slag voor te zijn, zodat het leven van Gedalia zal worden gespaard. Gedalia kan ook denken dat Johanan zijn goedkeuring vraagt voor een moord die hemzelf goed uitkomt. Zou hij de HEERE hierover hebben geraadpleegd?
Doe deze zaak niet, want u spreekt leugens over Ismaël...... Gedalia lijkt te goed van vertrouwen. Het lijkt edel als je geen kwaad van een ander wilt horen. Maar de realiteit is dat satan de mensheid, voor zover die los van God staat, onder zijn beheer heeft. Eén van de edelen rondom Gedalia, ene Ismaël, is het werktuig in satans handen (v. 13-16) …  Let op diens tactieken! Satan legt nooit zijn wapens neer en probeert altijd zijn voordeel te doen met datgene waardoor onze weerstand verzwakt wordt. In het geval van Gedalia: gebrek aan waakzaamheid.