English & other languages: click here!

Jeremia 3 - Oproep om terug te keren naar de HEERE


Israël is ontrouw aan haar man en pleegt vele keren overspel. Juda en Israël weigeren zich te bekeren. Ondanks alles komt de HEERE met Zijn lieflijke oproep tot bekering. De HEERE doet een genadig aanbod en belooft een heilrijke toekomst.


Ga naar hoofdstuk:  inleiding/index -  1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 18 - 19 - 20 - 21 - 22 - 23(1) - 23(2) - 24 - 25 - 2627 - 28 - 29 - 30 - 31(1) - 31(2) - 3233 - 34 - 35 - 36 - 37 - 38 - 39 - 40 - 41 - 42 - 43 - 44 - 45 - 46 - 47 - 48(A) - 48(B) - 49(A) - 49(B) - 50(A) - 50(B) - 51(A) - 51(B) - 52 - Safan


Jeremia 3:1 Men zegt: Als een man zijn vrouw wegstuurt, zij bij hem weggaat en de vrouw van een andere man wordt, mag hij nog naar haar terugkeren? Zou dat land niet ten zeerste ontheiligd worden? U echter, u hebt hoererij bedreven met veel vrienden, en dan naar Mij terugkeren? – spreekt de HEERE.


Jeremia brengt Gods wet  onder  de aandacht, zoals dat verwoord is in Deut. 24:1-4 waarin God bepaalt dat wanneer een  man van zijn vrouw scheidt en zij de vrouw wordt van een andere man, zij niet meer naar haar eerste echtgenoot mag terugkeren.

Als het in de Bijbel over hoererij gaat dan heeft dat meestal betrekking op de afgodendienst. Het huwelijk is door God ingesteld om een afspiegeling te zijn van Zijn relatie met Zijn volk op aarde. Dat komt specifiek tot uiting in Jeremia 3:14 “want Ík heb u getrouwd.”

De HEERE vergelijkt Juda met een vrouw met wie Hij getrouwd is. De uittocht uit Egypte is een beeld van de verlovingstijd. De huwelijksakte bevat de  voorwaarden die bij de verbondssluiting op de berg Horeb werden bekend gemaakt. (Exodus 24) God denkt nog met weemoed terug aan die dagen: “ Ik denk aan u, aan de genegenheid van uw jeugd, aan de liefde van uw bruidsdagen, toen u achter Mij aan ging in de woestijn, in een land waarin niet wordt gezaaid”. (Jer. 2:2 - (Ezechiël 16:22). Maar Israël is als vrouw ontrouw geworden aan haar man. Ze had heel veel  minnaars (afgoden).

Zou dat land niet ten zeerste ontheiligd worden? Het land Israël (misschien zelfs de grond) wordt ontheiligd als een vrouw na scheiding en overspel terugkeert tot haar man en hertrouwt.

Deuteronomium 24:4 dan mag haar eerste man, die haar heeft weggestuurd, haar niet terugnemen om hem tot vrouw te zijn, nu zij onrein geworden is; want dat is voor het aangezicht van de HEERE een gruwel. U mag geen zonde brengen over het land dat de HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft.

u hebt hoererij bedreven met veel vrienden ..... Gods vrouw is nu ontrouw aan haar Man en kiest ervoor haar geluk te zoeken bij andere mannen:  dat zijn de afgoden. Jeremía noemt dit hoererij. Het huwelijk is vanuit de vrouw verbroken. Zijn eigen wetten tonen aan dat er in zo’n situatie onacceptabele onreinheid optreedt. Maar toch verlangt Hij ernaar dat Zijn vrouw tot Hem terugkeert.


Jeremia 3:2 Sla uw ogen op naar de kale hoogten, en zie, waar bent u niet beslapen? U bent voor hen langs de wegen gaan zitten, als een Arabier in de woestijn. Zo hebt u het land ontheiligd met uw hoererijen en uw kwaad.


Sla uw ogen op naar de kale hoogten ..... Overal stegen vanaf de hoogten de rookpluimen van de altaren op. De oude Kanaänitische afgodendienst was nog altijd levendig in Israël. 

waar bent u niet beslapen..... dit  ziet op de aanbidding van Baäl en Asherah, waarbij ook wel seks plaatsvond met tempelprostituees bij afgodische heiligdommen op een heuvel.  

De Judeeërs gaven niet toe dat ze verkeerd bezig waren. Jeremia 2:35. Ze zouden heus niet zeggen dat ze de Here niet meer dienden, maar “gewoon”  wat afgoden erbij voegden. Maar juist die vermenging was een gruwel in Gods ogen. De liefde voor Hem kon niet oprecht zijn als ze die deelden met zoveel andere goden.

U bent voor hen langs de wegen gaan zitten ..... Ze werden er niet toe verleid, ze zochten het zelf op. Zoals een hoer in die tijd langs de weg ging zitten om zichzelf aan te bieden.

als een Arabier in de woestijn .... De vergelijking met die Arabier in de woestijn is wat moeilijker te verklaren. Waarschijnlijk bood hij daar zijn koopwaar aan.


Jeremia 3:3-5 Daarom werden de regendruppels ingehouden en is er geen late regen geweest. U hebt het voorhoofd van een hoer, u weigert daarvoor beschaamd te zijn. 4. Zult u dan niet van nu af aan tot Mij roepen: Mijn Vader,U bent de Leidsman van mijn jeugd? 5. – Zou Hij soms voor eeuwig Zijn toorn handhaven of die voor altijd vasthouden? –Zie, zo spreekt u, maar u doet alles wat slecht is, en speelt het klaar!


De regenval in Israël hing altijd samen met het al of niet gehoorzaam zijn aan God. Het was een graadmeter voor de verhouding met  God.  Er was veel  te weinig regen gevallen, zelfs de late regen (maart/april) was uitgebleven.  Het had hen te denken moeten geven.

En dat  terwijl ze de vruchtbaarheidsgoden aanbaden. Ze hadden om zo te zeggen “een bret voor de kop” en weigerden zich ervoor te schamen.

Mijn Vader, U bent de Leidsman van mijn jeugd”.....  Juda kan dat wel roepen en o, wat klinkt dat aanhankelijk!

... en dan maar denken dat God de zonden wel vergeeft en niet altijd boos blijft. Maar ondertussen gaat men wel  door met zondigen. Het zijn mooie, maar bedriegelijke woorden, want er vindt geen bekering plaats.


Jeremia 3:6-11 In de dagen van koning Josia zei de HEERE tegen mij: Hebt u gezien wat het afvallige Israël gedaan heeft? Zij ging elke hoge berg op en onder elke bladerrijke boom, en bedreef daar hoererij. 7. Ik zei, nadat zij al deze dingen gedaan had: Keer terug naar Mij, maar zij keerde niet terug. Dat zag haar trouweloze zuster Juda. 8. Maar Ik zag, toen Ik vanwege alles waarin het afvallige Israël overspel had gepleegd, haar weggestuurd had en haar een echtscheidingsbrief gegeven had, dat Juda, haar trouweloze zuster, niet bevreesd werd. Zij ging zelf ook hoererij bedrijven. 9. Zo gebeurde het dat het land door haar lichtzinnige hoererij ontheiligd werd, want zij pleegde overspel met steen en met hout. 10. Zelfs in dit alles heeft haar trouweloze zuster Juda zich niet tot Mij bekeerd met heel haar hart, maar slechts in schijn, spreekt de HEERE. 11 Daarom zei de HEERE tegen mij: Het afvallige Israël heeft zichzelf nog rechtvaardig doen lijken, vergeleken bij het trouweloze Juda.


In de dagen van koning Josia .... Hier wordt teruggekeken naar de dagen van de godvrezende koning Josia. Hij was weliswaar koning van Juda, maar had blijkbaar ook bepaalde taken voor het noordelijk rijk Israël. In dit gedeelte worden de twee rijken Israël en Juda als zussen voorgesteld. God herinnert Jeremia aan die tijd.

Zij ging elke hoge berg op en onder elke bladerrijke boom.. ....Israël zocht ook alle hoge plaatsen en bladerrijke bomen op om afgoderij c.q. hoererij te bedrijven.  Toen had God hen geroepen terug te keren naar Hem: dus bekering. Maar dat deed Israël niet. 

Dat alles had de bevolking van Juda, eveneens ontrouw, meegekregen. God had afstand genomen van het tienstammenrijk als vrouw.

en haar een echtscheidingsbrief gegeven had ... Hij had haar een scheidbrief gegeven. In het jaar 722 werd Noord Israël in ballingschap weggevoerd naar Assyrië. Dat was nog vóór de tijd van Jeremia.

Dat zag haar trouweloze zuster Juda....  Je zou denken dat dit een waarschuwing inhield voor Juda, maar niets is minder waar. Ze begonnen er zelfs mee  hoererij/afgoderij te plegen met steen en hout. Het gaat hier om zelfgemaakte afgodische attributen. God verklaart dan dat het land daardoor ontheilligd werd. En dan lezen we Gods droevige conclusie:

dat zuster Juda zich niet tot Hem bekeerd heeft met heel haar hart, maar slechts in schijn.  Deze huichelachtige bekering (tijdens de hervormingen van Josia) maakt het allemaal nog erger. In vergelijking met het trouweloze Juda beschouwt God Israël als nog rechtvaardiger.

Wat zou de reden kunnen zijn om Israël rechtvaardiger dan Juda te noemen?

  • Juda was de stam waaruit Yeshua geboren zou worden, die koning zou worden
  • Juda had het voorbeeld van Israël om van te leren, een voordeel dat Israël niet had.
  • Juda was dichter bij de tempel en het centrum van de ware aanbidding.
  • Juda had betere en meer geestelijke koningen dan Israël.
  • Juda's probleem was verraad vanwege de schijn van berouw; Israël was eerlijker in hun zonde.

Jeremia 3:12-13 Ga deze woorden prediken tegen het noorden, en zeg: Keer terug, afvallig Israël, spreekt de HEERE, Mijn aangezicht is tegenover u niet betrokken, want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE, Ik handhaaf Mijn toorn niet voor eeuwig. 13. Alleen, erken uw ongerechtigheid, want u bent tegen de HEERE, uw God, in opstand gekomen, en u hebt zich in alle richtingen verspreid op zoek naar de vreemden, onder elke bladerrijke boom, maar u hebt niet geluisterd naar Mijn stem, spreekt de HEERE.


Ga deze woorden prediken tegen het noorden.... Dat is vreemd! Israël  is niet meer in Kanaän, maar gedeporteerd naar Assyrië.  Maar er is nog wel een overblijfsel  van het tienstammenrijk in Jeruzalem! Jaren geleden was Hizkia aan de macht en hij had hen uitgenodigd om het Pesach feest in Jeruzalem te houden. Dit is beschreven in 2 Kronieken 30:

2 Kronieken 30:1 Daarna stuurde Hizkia boden naar heel Israël en Juda, en hij schreef ook brieven aan Efraïm en Manasse dat zij naar het huis van de HEERE in Jeruzalem moesten komen om voor de HEERE, de God van Israël, Pascha te houden.

2 Kronieken 30:10 Zo trokken de ijlboden van stad tot stad door het land van Efraïm en Manasse, tot Zebulon toe, maar men lachte hen uit en bespotte hen. 11. Maar toch vernederden sommigen van Aser, Manasse en van Zebulon zich en kwamen naar Jeruzalem.

...Ik ben goedertieren....

Mijn aangezicht is tegenover u niet betrokken.... Nadat God hen wel als afvallig bestempelde nodigde Hij hen uit terug te keren:  te bekeren.  Ook zij waren meegegaan met Juda in die afgodische ontwikkeling. Niettemin  verzekert God  hen ervan dat Hij “goedertieren” is en dat Hij niet eeuwig boos blijft.

Onder elke bladerrijke boom...  Steeds weer komen die bladerrijke bomen als afgodendienst naar voren. Afgodendienst met bomen komt ook in onze tijd voor. Er zijn ontelbare  vormen van afgodendienst.

Alleen, erken uw ongerechtigheid, u hebt niet geluisterd naar Mijn stem... daar zit nu het struikelblok: toegeven dat je gezondigd hebt. Om het Bijbels te zeggen: je zonden belijden. De mens worstelt met het punt van “jezelf handhaven” dat tot oordeel leidt. Daar tegenover staat  het voor God's aangezicht erkennen van schuld, dat  tot vergeving leidt. Je luisterde niet naar Zijn stem die in Gods Woord naar je toe kwam. Deze woorden van toen zijn ook nu relevant! We moeten ons niet verheffen boven het zondige Israël. Al stellen wij ons vertrouwen op andere zaken dan God, het is niet minder zondig. Dat kunnen zelfs onze godsdienstige 

organsaties, kerken en politiek zijn. De koningshuizen die verafgood worden. En hoeveel alternatieve religieuze stromingen zijn er niet in de mode.  


Jeremia 3:14-15 Keer terug, afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ík heb u getrouwd. Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en Ik zal u naar Sion brengen. 15. Ik zal u herders geven naar Mijn hart, die u zullen weiden met kennis en verstand.


Keer terug, afkerige kinderen, spreekt de HEERE.... hier spreekt YHWH tot beide zusters, Juda en Israël en dat ondanks de scheidbrief. Het huwelijk was immers vanuit de vrouw verbroken, maar God beschouwt het Verbond van Zijn kant nog altijd geldig......... want Ík heb u getrouwd. Zijn vrouw is hiervoor echter blind en gaat tegen beter weten in haar eigen weg. Omdat ze ontkent dat ze heeft gezondigd, gaat God met haar in het gericht (Jer. 2:35).

één uit een stad en twee uit een geslacht ....... Nee, het is niet het hele volk dat zich zal bekeren: hier en daar één persoon en soms twee in een familie. Maar voor die bekeerlingen gelden dan ook heerlijke beloften: God zal hen naar Sion brengen (in het Vrederijk) en daar herders geven naar Gods hart. De woorden “kennis en verstand” waarmee God de herders van het volk begiftigt, zijn bedoeld voor “het kennen van de HEERE”.


Jeremia 3:16 En het zal gebeuren in die dagen, wanneer u zich vermeerdert en vruchtbaar wordt in het land, spreekt de HEERE, dan zal men niet meer zeggen: de ark van het verbond van de HEERE. Zij zal niet meer in het hart opkomen. Men zal er niet meer aan denken en niet meer naar haar omzien. Zij zal niet opnieuw gemaakt worden. 17. In die tijd zal men Jeruzalem de Troon van de HEERE noemen.  Alle heidenvolken zullen er samenstromen, tot de Naam van de HEERE, tot Jeruzalem. Zij zullen niet meer hun verharde, boosaardige hart achternagaan.


En het zal gebeuren in die dagen...... de profetie over het toekomstige Vrederijk gaat verder. Het kleine overblijfsel vermeerdert en is vruchtbaar. De Israëlieten zullen dan niet meer denken aan de ark van het Verbond, dat de afbeelding was van Gods aanwezigheid en de genadetroon symboliseerde. Een plek waar de heerlijkheid van YAHWH af en toe verscheen.  In Ezechiël 43:5-7 lezen we hoe de heerlijkheid des HEEREN via de Oostpoort de nieuwe tempel binnenkomt om daar voor eeuwig te wonen.

Mensenkind, dit is de plaats van Mijn troon en de plaats van Mijn voetzolen, waar Ik voor eeuwig wonen zal onder de Israëlieten.

De poort werd daarna gesloten, want die was alleen voor YHWH bestemd, en Hij verliet die tempel niet meer.  Dit is de troon van de HEERE in Jeruzalem.

Alle heidenvolken zullen er samenstromen .... Prachtig om dan te lezen dat alle heidenvolken naar Jeruzalem komen om de God van Israël te eren.  Geen heidenvolken met verharde boze harten, maar begerig om die God te leren kennen.


Jeremia 3:18 In die dagen zal het huis van Juda naar het huis van Israël gaan. Tezamen zullen zij komen uit het land in het noorden naar het land dat Ik uw vaderen in erfelijk bezit heb gegeven.


In die dagen.... dit heeft betrekking op de nieuwe toekomst in het Vrederijk, hoewel we daarvan ook wel voorvervullingen zien in deze tijd. Hiermee gaan heel veel profetieën in vervulling.

tezamen..... zullen ze terugkomen uit de ballingschap en het land beërven dat aan Abraham, Izaäk en Jakob is beloofd. (Gen. 12:1; Gen. 13:14-17; Gen. 15:7-21; Micha 2:12) Ook de profetieën uit Romeinen 9-11 en Jeremia 23:3-8 komen hiermee tot vervulling. Ze zullen weer één volk zijn. (Ezechiël 37:16,17)

het huis van Juda zal naar het huis van Israël gaan..... Bijzonder om te lezen dat het huis van Juda naar het huis van Israël zal gaan. Dat is ongetwijfeld een gevolg van de éénwording die in Ezechiël 37 is beschreven. Het huis van Juda voelde zich altijd wat belangrijker dan het tienstammenrijk. Maar nu verandert ook het denken.


Jeremia 3:19-20 Ík had wel gezegd: Hoe kan Ik u tot kinderen maken en u een begerenswaardig land geven, het sierlijke erfelijk bezit van de heidenvolken? Ik zei: U zult tot Mij roepen: Mijn Vader, en u zult zich van achter Mij niet afkeren. 20. Voorwaar, zoals een vrouw haar levensgezel ontrouw wordt, zo bent u Mij ontrouw geworden, huis van Israël, spreekt de HEERE.


Hoe kan Ik u tot kinderen maken en u een begerenswaardig land geven....  Dit is een vraag die YHWH zichzelf had gesteld. De mens is geneigd zijn leven naar eigen ideeën en verlangens in te richten, maar beseft niet dat hij van nature onder invloed van een moordenaar en leugenaar staat. Om het een beetje platvloers  uit te drukken: de mens moest worden “tam” gemaakt en dat is een leerproces met regels die een dier ook liever van zich afschudt. Natuurlijk is dit een voorbeeld dat niet helemaal in alles opgaat.

Maar God had een goed plan en wilde voor een begerenswaardige leefomgeving zorgen. Het sierlijkste land tussen alle volken was voor hen bestemd.  Hij wilde op een rechtvaardige, liefdevolle manier omgang met de mens hebben.

U zult tot Mij roepen: Mijn Vader.....  Hij wilde een Vader voor de mens zijn! Nu zal de mens Hem vast en zeker niet meer verlaten.... Maar het tegendeel gebeurt. Zoals een vrouw haar man ontrouw wordt, zo liep Zijn volk bij Hem vandaan.


Jeremia 3:21 Er wordt een geluid gehoord op de kale hoogten, een geween, smeekbeden door de Israëlieten, want zij hebben hun weg krom gemaakt, zij hebben de HEERE, hun God, vergeten. 22. Keer terug, afkerige kinderen, Ik zal u van uw afdwalingen genezen. Zie, hier zijn wij. Wij komen tot U, want U bent de HEERE, onze God.


Er wordt een geluid gehoord op de kale hoogten...  Hier ziet Jeremia profetisch in de toekomst en hij hoort de Israëlieten vanaf de kale hoogten berouwvol  huilen. Jeremia “ziet” profetisch wat ook Zacharia profetisch te zien kreeg. (Zacharia 12:10-14). Ze hebben alles aan de Baäl en andere afgoden geofferd, tot hun kinderen toe.  Ze schamen zich voor hun gedrag, hun opstandigheid, hun ongeloof.

 Keer terug, Ik zal u van uw afdwalingen genezen ...... God staat klaar om Zijn volk te ‘genezen” van hun zonden. Wat een heerlijk moment... het antwoord van het volk:

“Zie, hier zijn wij. Wij komen tot U, want U bent de HEERE, onze God.”


Jeremia 3:23-25 Voorwaar, tevergeefs verwacht men het van de heuvels, en de menigte van de bergen. Voorwaar, in de HEERE, onze God, is het heil van Israël. 24. Die schande heeft de arbeid van onze vaderen verslonden, van onze jeugd af, hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochters. 25. Wij liggen in onze schande en onze smaad overdekt ons, want tegen de HEERE, onze God, hebben wij gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd af tot op deze dag, wij hebben niet geluisterd naar de stem van de HEERE, onze God.


Voorwaar, tevergeefs verwacht men het van de heuvels.... Nu ziet Israël in dat de hoge plaatsen, de heuvels en de bergen, die de valse goden vertegenwoordigen, geen hulp voor hen is geweest in tijden van nood, integendeel!  Al die schapen, runderen en kinderen die zij en hun vaderen hebben prijsgegeven, wat een schande. Hoe hebben ze het kunnen doen....

Voorwaar, in de HEERE, onze God, is het heil van Israël.... dit is de belijdenis waarop God heeft gewacht.  

Die schande heeft de arbeid van onze vaderen verslonden.... vanaf hun jeugd hebben ze schande over zich heen gehaald, ze belijden dat en ze belijden ook de zonden van hun vaderen. De behoefte om zichzelf  ‘schoon’ te praten , is verdwenen. Hun hart ligt open en bloot voor de Vader die hen liefheeft. Geen excuses, geen uitleg.... gewoon en berouwvol “wij hebben gezondigd!”. En dan is er de wetenschap die vrede in het hart bewerkt: “in de HEERE, onze God, is het heil van Israël”.