English & other languages: click here!

Jeremia 30 - Door benauwdheid naar verlossing

Na alle aankondigingen over het oordeel dat God door Babel liet uitvoeren, nu ook berichten over het uur van verlossing. Jeremia heeft vooral gesproken tot Juda, het zuidelijke Tweestammenrijk. Maar in dit en ‘t volgende hoofdstuk komen ook profetieën voor die betrekking hebben op de in 722 v. Chr. weggevoerde bewoners van Israël, het noordelijke Tienstammenrijk. Het lijkt erop dat bij het schrijven van dit hoofdstuk de ballingschap van Juda al in gang is gezet. De HEERE zal zowel het Tweestammenrijk als het Tienstammenrijk terugbrengen naar het land dat Hij Abraham heeft beloofd. Het verbond tussen de HEERE en Zijn volk zal worden vernieuwd. Het volk Israël zal worden verlost,  hersteld en gevormd worden tot een bloeiende natie gegrond op Gods wetgeving. Dit is mogelijk omdat uit hun midden de HEERSER (Jeremia 30:21) is voortgekomen, die vanuit Zijn hart ervoor borg staat om tot God te kunnen naderen


Jeremia 30:1-3 Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia: 2. Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Schrijf voor u al de woorden die Ik tot u gesproken heb, in een boek. 3. Want zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Mijn volk, Israël en Juda, zegt de HEERE, en Ik hen zal terugbrengen naar het land dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het in bezit nemen.


Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia....... De hoofdstukken 30 tot en met 33 zijn vlak voor de aangekondigde val van Jeruzalem geschreven. De inhoud bevat naast de te verwachten zware moeiten ook hoop en uitzicht op een nieuwe toekomst. De HEERE vraagt Jeremia om alle woorden die Hij gesproken heeft op te schrijven.

Schrijf voor u..... Het lijkt bedoeld om het voor Jeremia makkelijker te maken die woorden te onthouden zodat hij standvastig en zeker Gods Waarheid kan vasthouden. 

Jeremia maakte vaak gebruik van zijn secretaris, de schrijver Baruch. Nu alles opgeschreven is, zoals Mozes dat eveneens gedaan heeft, zijn ze ook voor de gelovigen van onze tijd nuttig en waardevol om Gods bedoelingen beter te leren kennen. Deze profetieën gaan over een langere periode in de geschiedenis. Veel van wat hier geprofeteerd wordt moet nog in vervulling gaan. De tijd is meer nabij gekomen.


Jeremia 30:4-7 Dit zijn de woorden die de HEERE gesproken heeft tot Israël en tot Juda. 5. Want zo zegt de HEERE: Een schrikwekkende stem hebben wij gehoord, angst is er, geen vrede. 6. Vraag toch en zie of een man baren kan? Waarom heb Ik dan iedere man gezien met zijn handen op zijn heupen als een barende vrouw, en waarom zijn alle gezichten lijkbleek weggetrokken? 7. Wee! Want die dag is groot, er is er geen als hij. Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden.


de woorden die de HEERE gesproken heeft tot Israël en tot Juda........ Het valt op dat Jeremia, als profeet in Juda, plotseling schrijft over Israël en Juda en dan nog wel als eerste Israël (het verdreven tienstammenrijk) noemt. Maar Jeremia spreekt profetisch Gods woorden. In Gods ogen horen ze ook bij elkaar, al is er door de zonden van de mensen scheiding in aangebracht. Israël en Juda moesten beiden de vloek ervaren die door Mozes was geprofeteerd in Deuteronoium 27.

Een schrikwekkende stem hebben wij gehoord, angst is er, geen vrede...... angst en geen vrede, dat kenmerkt een mens die zonder relatie met God de omstandigheden op zich af ziet komen. Hij voelt zich een speelbal van het lot. Ook een gelovige kan dit zo ervaren, totdat hij zijn rust zoekt en vindt in God.

De spanning in Gods volk stijgt. Babel wordt steeds machtiger en dreigender, en de mensen beginnen de moed op te geven. De wegvoering is al op gang gekomen. Er heerst angst. Je kunt het overal zien. 

Waarom heb Ik dan iedere man gezien met zijn handen op de heupen.....   Het doet mij denken aan gendergelijkheid waarin deze eindtijd zich profileert. Mannen die verwekelijken alsof ze tot 'het zwakke geslacht' behoren. Geen mannen die in Gods kracht de strijd kunnen aanbinden, want God heeft hen verlaten. Iedereen loopt lijkbleek rond en krom van spanning en angst. 

Wee! Want die dag is groot.......  Als de Bijbel schrijft over "die dag" dan heeft dat altijd betrekking op het grote oordeel, dat niet persé een dag van 24 uur hoeft te zijn. Hier heeft het zeker ook betrekking op de inval van Babel die voor de poorten staat, maar uit heel de profetie blijkt dat dit een voorvervulling is van het oordeel aan het eind van deze bedeling. (Joël 2:3)

Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob.........Het zal voor Jacob een benauwdheid zijn zoals die er nooit eerder geweest is.

Er vindt loutering plaats. Maar het in Yeshua gerechtvaardigde overblijfsel zal daaruit gered worden. God zal hen beschermen (zoals in Openbaring 12:6 ) en hen tot geloof brengen in Yeshua de Messias ( Jeremia 23:6 , Romeinen 11:26 ). Dit geldt ook voor hen die door enting aan Jacob/Israël verbonden zijn en gerechtvaardigd zijn in Christus. Hij (Jacob) zal daaruit verlost worden!

De hier geprofeteerde benauwdheid van Jacob heeft zijn voorvervulling gehad in Jacobs worsteling: Genesis 32. (Zie de studie daarover) en zal opnieuw plaatsvinden voor geheel Israël, voorafgaand aan de komst van het Vrederijk, geprofeteerd in Zacharia 12:9-14

Het is de "grote verdrukking" waarover Yeshua spreekt in Mattheüs 24. Door deze tijd heen van onvergelijkelijke verdrukking die tegen Gods volk zal komen, zal God het getrouwe overblijfsel redden. Zij die roepen "Baruch Hashem Adonai" - Gezegend Hij die komt in de Naam van de HEER. 

Hij zal hen beschermen (zoals in Openbaring 12:6).  en hen tot geloof brengen in hun Messias, Yeshua (Jeremia 23:6, Romeinen 11:26). Het is de rode Verbondsdraad die door de hele geschiedenis heen loopt. God Zelf brengt een keer in het lot van Zijn volk. Hij is hun HERE en Schepper. Ook al namen zij Zijn tuchtigingen niet ter harte, waardoor de weg die zij gingen zo vreselijk zwaar werd, Hij zal hen verlossen. Niet omdat zíj zo trouw Zijn Naam hebben aangeroepen, maar omdat Híj hen bij hun naam geroepen heeft! Baruch HaShem!!


Jeremia 30:8-9 Want op die dag zal het geschieden, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik zijn juk van uw nek zal breken en uw banden zal verscheuren. Vreemden zullen zich niet meer door hem laten dienen, 9. maar zij zullen de HEERE, hun God, dienen, en hun Koning David, Die Ik hun zal doen opstaan.


op die dag........ dat ik zijn juk zal breken........We zien dat het juk dat door Jeremia werd uitgebeeld in Jeremia 27 niet alleen betrekking had op de ballingschap in Babel. Het juk blijft aanwezig totdat Yeshua de overwinning behaalt in de eindstrijd. God belooft dat er dan een andere tijd zal komen. Buitenlanders zullen hen niet meer tot slaaf maken. (Staat in de HSV onduidelijk vertaald).God zal het weer een koning naar zijn hart geven.

zij zullen de HEERE, hun God, dienen, en hun Koning David........ Zijn volk zal als geheel de HERE weer echt dienen. En David zal opnieuw hun koning zijn. God zal hem doen opstaan.

Hosea 3:5 Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HEERE, hun God, zoeken en David, hun koning. Zij zullen zich in diep ontzag tot de HEERE en Zijn goedheid wenden, in later tijd.


Jeremia 30:10-11 U dan, wees niet bevreesd, Mijn dienaar Jakob, spreekt de HEERE, wees niet ontsteld, Israël, want zie, Ik ga u verlossen uit verre landen, uw nageslacht uit het land van hun gevangenschap, zodat Jakob terugkeert, rust heeft en zonder zorgen is, en niemand hem schrik aanjaagt. 11. Want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen, want Ik maak een vernietigend einde aan alle heidenvolken waarheen Ik u verspreid heb, maar aan u zal Ik geen vernietigend einde maken. Ik zal u bestraffen met mate, maar u beslist niet voor onschuldig houden.


wees niet bevreesd, Mijn dienaar Jakob........ ook al is er sprake van een grote benauwdheid voor Jakob, ze mogen onder die moeite de verwachting voor ogen houden dat ze verlost worden, waar ze ook zijn ter wereld. Yahweh zegt:
"Ik ga u verlossen uit verre landen"....

Jakob zal rust hebben en zonder zorgen zijn, en er is niemand die hem schrik aanjaagt....... op heel kleine schaal is dit gebeurd bij de terugkeer uit Babel onder Ezra en Nehemia.  Maar je kunt niet zeggen dat er niets was dat hen schrik bezorgde. Dit was hoogstens een voorvervulling, maar de volle zegen zal er zijn bij het aanbreken van het Vrederijk.

Aan onderdrukking en angst komt een eind.Hoe erg het ook voor Gods volk was, er zal weer reden zijn om lofliederen te zingen en feest te vieren. Er is nog toekomst voor Gods volk. Een goede toekomst. In eigen land. 

Ik maak een vernietigend einde aan alle heidenvolken waarheen Ik u verspreid heb...... De vijanden en de onderdrukkers zullen door God weggedaan worden en gestraft voor hun daden. 

maar aan u zal Ik geen vernietigend einde maken...... God zal het volk van Jakob wel bestraffen (met mate), maar niet vernietigen (Exodus 34:7). Omdat ze gezondigd hadden, zou een rechtvaardig God hen niet geheel onschuldig houden.


Jeremia 30:12-15 Want zo zegt de HEERE: Ongeneeslijk is uw breuk, pijnlijk uw wond. 13. Er is niemand die uw zaak behartigt; voor een gezwel zijn er medicijnen, maar voor u is er geen herstel. 14. Al uw minnaars zijn u vergeten, zij vragen niet naar u, want Ik heb u getroffen met een wond als door een vijand, met een bestraffing als door een meedogenloze, vanwege de grootheid van uw ongerechtigheid, omdat uw zonden machtig veel zijn. 15. Wat schreeuwt u het dan uit vanwege uw breuk, omdat uw leed ongeneeslijk is? Vanwege de grootheid van uw ongerechtigheid, omdat uw zonden machtig veel zijn, heb Ik u deze dingen aangedaan.


Want zo zegt de HEERE.......De woorden ‘want zo zegt de HEERE’ geven aan dat er een nieuwe profetie volgt (Jeremia 30:12-17). Deze profetie heeft betrekking op Sion, zo blijkt uit Jer. 30:17.

Ongeneeslijk is uw breuk....... Zijn breuk is zo ernstig dat hij dodeljk kan zijn (Jer.14:17). God sprak eerlijk tot het Joodse volk over hun zondige toestand, en dat er onder de mensen niemand was om uw zaak te behartigen. Niemand kwam voor hen op, sprong voor hen in de bres.  Door de geschiedenis heen zijn er maar weinig niet-Joden geweest die Israël en de Joden wilden steunen als gevolg van diepgewortelde Jodenhaat.

Al uw minnaars zijn u vergeten...... in die tijd waren het de omliggende buurlanden met wie ze samen de vijand zouden bestrijden. (Jeremia 22:20-22)  in de eindtijd zijn er de politieke bondgenoten, Amerika, de verenigde naties, de toeristische en religieuze Israël-fans; waar zijn ze nu? 

Wat schreeuwt u het dan uit vanwege uw breuk..... huil liever om je zonden....

omdat uw zonden machtig veel zijn, heb Ik u deze dingen aangedaan...... ze hadden het er immers zelf naar gemaakt dat God wel moest ingrijpen...


Jeremia 30:16-17 Evenwel zullen allen die u verslinden, zelf verslonden worden, al uw tegenstanders – zij allen zullen in gevangenschap gaan. Wie u plunderen, zullen tot buit worden, allen die u uitplunderen zal Ik als buit geven. 17. Ja, Ik zal uw herstel bevorderen, u van uw wonden genezen, spreekt de HEERE, al noemen ze u: Verdrevene, het is Sion, niemand vraagt naar haar.


allen die u verslinden, zelf verslonden worden....... de rollen worden omgedraaid! Het kwaad dat de volken Israël hebben aangedaan komt op hun eigen hoofd neer. Gods rechtvaardig oordeel was tot troost van Israël. Deze profetie verwijst naar Babel, dat hen heeft geplunderd en weggevoerd. Babel wacht hetzelfde lot. (Jeremia 50-51)

Ja, Ik zal uw herstel bevorderen, u van uw wonden genezen... 

Jeremia gebruikt nog steeds het beeld van iemand die gebroken is (Jer. 30:12,15). YHWH zal gezondheid geven. Sion wordt de ‘verdrevene’ genoemd, naar wie niemand vraagt. Ondanks alles zegt de HEERE dat hij een omkeer zal brengen in de gevangenschap van de tenten van Jakob. 


Jeremia 30:18-20 Zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga een omkeer brengen in de gevangenschap van de tenten van Jakob en zal Mij ontfermen over zijn woningen. De stad zal herbouwd worden op haar ruïne en het paleis zal op zijn rechtmatige plaats gelegen zijn. 19. Van hen zal dankzegging uitgaan, en het geluid van vrolijke mensen. Ik zal hen talrijk maken, ze zullen niet in aantal verminderen. Ik zal hen tot aanzien brengen, ze zullen niet veracht worden. 20. Zijn zonen zullen zijn als vanouds, en zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden. Ik zal al zijn onderdrukkers straffen.


Ik ga een omkeer brengen in de gevangenschap van de tenten van Jakob..... Opnieuw bemoedigt YHWH het volk dat Hij na de eerder beloofde 70 jaar een omkeer zal brengen in de gevangenschap (ballingschap) van de tenten van Jakob,

Van hen zal dankzegging uitgaan.....  Er zal dankzegging zijn, blijde lofzang: het geluid van vrolijke mensenBij de 'vrolijke mensen' van vers 19 staat een tekstverwijzing naar Jeremia 31:4 waar sprake is van de maagd Israël die God weer zal prijzen met de reidans en de tamboerijn.

Ik zal hen talrijk maken....... Hoewel  het wat aantal betreft een overblijfsel zal zijn, geschreven "in het boek des levens" zal het weer toenemen en tot volle sterkte komen. Ze worden niet meer veracht maar aanzien hebben omdat ze nauw verbonden zijn aan de Allerhoogste God. 

Hij zal de stad herbouwen op zijn ruïne...... Hij zal de stad herbouwen op zijn ruïne en het paleis zal zoals vroeger op de juiste plaats gegrondvest zijn. Dit is de vervulling van de oproep: "Bid om vrede voor Jeruzalem" (Psalm 122:6)!!  Bidden om vrede nu, hoe goedbedoeld ook, is zelfs in strijd met de wil van God. Immers, Yeshuas profeteerde: “Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn” (Luk. 21:24). Dat is een oordeel van God over Zijn volk, vanwege hun ongeloof. Toen de Heere Jezus naar Jeruzalem trok en in de verte de stad zag liggen, zei Hij in tranen: “Och, dat u ook nog op deze uw dag zou onderkennen wat tot uw vrede dient (Luk. 19:42).
zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden....... hier vinden we in het eerste testament (OT) het woord "gemeente", waarvan sommige stromingen zeggen dat de gemeente pas in Handelingen 2 is ontstaan. Toch komen we het begrip "gemeente" 101 keer tegen in het eerste testament. Nu gaat het hier in Jeremia 30 over de toekomstige gemeente in het Vrederiijk, maar het is wel gebruikt als een bekend begrip. De gemeente van Jeruzalem zal dan voor Gods aangezicht bevestigd worden. Mijns inziens ligt daar het verschil..... de gemeente zoals die doorgaans functioneerde werd niet voor Gods aangezicht erkend. Maar de gemeente, zoals die bijvoorbeeld onder leiding van Mozes functioneerde, werd wel degelijk voor Gods aangezicht erkend. De vraag is dan ook in hoeverre de gemeentes in onze tijd voor Gods aangezicht worden erkend en bevestigd. 


Jeremia 30:21-22 Zijn Machtige zal één van hem zijn, zijn Heerser zal uit zijn midden voortkomen. Ik zal Hem naderbij doen komen, en Hij zal tot Mij naderen. Want wie is hij die met zijn hart borg wordt om tot Mij te naderen? – spreekt de HEERE. 22. En u zult Mij tot een volk zijn en Ík zal u tot een God zijn.


Zijn Machtige zal één van hem zijn....... met die Machtige wordt ongetwijfeld Yeshua de Messias bedoeld.  Maar wie is die "hem" in deze zin? Het "hem" staat niet met een hoofdletter geschreven, dus hier is niet God bedoeld.  Als het volk Israël of Juda zou zijn bedoeld had er "hen" gestaan (een klein verschil in schrijfwijze). Het  lijkt me daarom dat het hier om Israël gaat, die als Jacob eerder in het hoofdstuk als personificatie van het volk werd omschreven. Zoals Bileam ongewild moest profeteren: "er zal een ster uit Jacob voortkomen" (Numeri 24:17b). 

Ik zal Hem naderbij doen komen, en Hij zal tot Mij naderen...... Yeshua de Messias is de enige die YHWH kan naderen. Hij is de Heerlijke en Heerser uit het midden van hen, Die met Zijn hart borg wordt, of, met andere woorden: Die - beladen met onze zonden - zijn leven waagt om tot God te naderen (Jer. 30:21). Hij de Hogepriester naar de orde van Melchizedek. Hij zal Koning zijn over Israël als een heilig volk (Ex. 19:6; Jer. 3:17). Wat een bemoedigende belofte voor een volk dat in Babel de harpen aan de wilgen zou hangen. 

En u zult Mij tot een volk zijn en Ík zal u tot een God zijn...... Dit is de heerlijke uitkomst van de nadering van de Koning-Priester. Gods volk wordt ingeleid in een hechte en diepe relatie met YAHWEH!


Jeremia 30:23-24 Zie, een storm van de HEERE, grimmigheid is uitgegaan, een aanhoudende storm, op het hoofd van de goddelozen zal hij blijven. 24. De brandende toorn van de HEERE zal zich niet afwenden, tot Hij gedaan en tot Hij tot stand gebracht heeft de gedachten van Zijn hart. In later tijd zult u dat begrijpen.


Zie, een storm van de HEERE, grimmigheid is uitgegaan...... De goddelozen wacht het oordeel. Gods toorn is te vergelijken met storm, wervelwind of onweer. Deze storm op het hoofd van de  "de goddelozen" heeft niet plaatsgevonden in die tijd. Dit hoofdstuk is duidelijk gelinkt aan het oordeel dat nog over de wereld zal komen. Maar die grimmigheid van God is er al  wel....Hierover is al vaker geprofeteerd, Habakuk bijvoorbeeld:

Habakuk 2:3 Voorzeker, het visioen wacht nog op de vastgestelde tijd, aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet. Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.

De profeet Jeremia wordt vaak verweten dat hij alleen maar slecht nieuws en klaagzangen te brengen zou hebben. Daar komt ons woord ‘jeremiëren’ vandaan. Maar in dit hoofdstuk komen ook hele bemoedigende boodschappen aan bod. 
De brandende toorn van de HEERE zal zich niet afwenden....... Even lijkt het alsof Jeremia opnieuw met slecht nieuws gaat beginnen. We lezen in Jeremia 30:23,24 over Gods gramschap en toorn. 

tot Hij tot stand gebracht heeft de gedachten van Zijn hart...... De HERE keert Zich nu tegen de zondige heidenen, er is geen ontkomen aan! Hier gaat het over de 'goddelozen', de vijandige heidenen en de Joden die Yeshua moedwillig afwijzen. En dat is geen slecht nieuws voor de gelovigen. Wel voor de zondaars, die zich niet willen bekeren. Zo wordt de weg vrij gemaakt voor de komst van Gods Koninkrijk op aarde.  Gods brandende toorn zal pas overgaan als Hij de gedachten van Zijn hart heeft volbracht, als Hij Zijn plannen heeft uitgevoerd. In later tijd zult u dat begrijpen........In het laatste der dagen zal het volk dit begrijpen. Dat is de tijd waarin Israël de HEERE tot een volk zal zijn en de HEERE Israël tot een God (Jeremia 39:22).