English & other languages: click here!

Jeremia 27 - Buigen onder het juk van Babel

Het is druk in Jeruzalem! Allerlei buitenlandse gezanten zijn er op bezoek voor wat wij zouden noemen ‘een conferentie van mogelijke bondgenoten’ (v. 3). Het doel ervan is duidelijk: samen willen zes landen (Edom, Moab, Ammon, Tyrus, Sidon, Juda) de strijd aanbinden tegen Nebukadnezar, de koning van Babel. Met z’n zessen moet dat toch kunnen! Een politieke en militaire bijeenkomst dus. Vol plannen en goede moed zijn de gezanten gekomen. De bespreking is in volle gang.

Dan komt Jeremia. Helemaal niet gekleed voor die gelegenheid. Integendeel. Hij draagt een juk zoals trek-ossen voor de ploeg dragen, van ruw hout en touw, om te symboliseren hoe Babel een juk zal leggen op de hals van Jeruzalem en Juda. En hij heeft er meer bij zich, voor elke delegatie één. ‘Wen er maar vast aan’, zegt hij, ‘want het duurt niet lang meer voor jullie allemaal het juk van Nebukadnessar zullen moeten dragen’

Jeremía moet met banden en jukken uitbeelden hoe Babel over alle volken zal heersen. De valse profeten roepen op om de koning van Babel niet te dienen. Degenen die zich zullen onderwerpen, mogen volgens Jeremía’s profetie in hun land blijven. Degenen die tegen Babel opstaan, zullen nog harder worden neergeslagen.


Jeremia 27:1-3 In het begin van het koningschap van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, kwam dit woord van de HEERE tot Jeremia: 2. Zo heeft de HEERE tegen mij gezegd: Maak u banden en jukken en leg die op uw nek, 3. en stuur ze naar de koning van Edom, naar de koning van Moab, naar de koning van de Ammonieten, naar de koning van Tyrus en naar de koning van Sidon, door de hand van de gezanten die naar Jeruzalem komen naar Zedekia, de koning van Juda.


In het begin van het koningschap van Jojakim.......Hier zit een moeilijkheid. Er moet hoogstwaarschijnlijk Zedekia in plaats van Jojakim gelezen worden, want de boodschap is duidelijk voor Zedekia bestemd (zie Jeremia 28:1). Of het moet zijn dat de HEERE elf jaar van tevoren tegen Jeremia zei wat hij tegen koning Zedekia moest zeggen. De geschiedenis van Jeremia 27 speelt zich helemaal af in de tijd van koning Zedekia. (Jeremia 28:1)

Maak u banden en jukken en leg die op uw nek.......... God wilde dat Jeremia visuele hulpmiddelen zou gebruiken in zijn profetische werk. Hij moest banden maken - leren riemen die werden gebruikt om jukken vast te maken. Een juk was een houten dwarsbalk die boven de nek van een groot dier werd aangebracht, maar ook een houten ondersteuning onder de nek,  zodat het beest een ploeg kon trekken.

stuur ze naar de koning van Edom, van Moab,van de Ammonieten, van Tyrus en van Sidon,....... 

de afgezanten van deze koningen kwamen om koning Zedekia van Juda te ontmoeten om een ​​opstand tegen Nebukadnezars heerschappij voor te bereiden. Jeremia heeft hen waarschijnlijk toegesproken terwijl hij de banden en jukken droeg. Hij gaf hen een levendige boodschap om mee terug te nemen naar hun koningen. Jeremia bracht hiermee zijn roeping als profeet voor de volken in praktijk (Jeremia 1:10). 


Jeremia 27:4-8 U moet hun gebieden tegen hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zo moet u zeggen tegen uw heren: 5. Ík heb de aarde gemaakt, de mens en het vee die op het aardoppervlak zijn, door Mijn grote kracht en door Mijn uitgestrekte arm, en Ik geef haar aan wie het in Mijn ogen goed is. 6. Welnu, Ík heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn dienaar. Zelfs ook de dieren van het veld heb Ik hem gegeven om hem te dienen. 7. Alle volken zullen hem, zijn zoon, en zijn kleinzoon dienen, totdat ook voor zijn land de tijd komt dat machtige volken en grote koningen zich door hem laten dienen. 8. En het zal gebeuren dat het volk of het koninkrijk dat hem, Nebukadnezar, de koning van Babel, niet wil dienen, en dat niet zijn nek wil geven onder het juk van de koning van Babel, dat volk – spreekt de HEERE – zal Ik straffen met het zwaard, met de honger en met de pest, totdat Ik hen omgebracht zal hebben door zijn hand.


Ík heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn dienaar....... de afgezanten moesten dit woord van YHWH, de Verbondsgod van Israël, mee terugbrengen naar hun koningen. God wilde dat ze wisten dat rebellie tegen Babel zinloos was, omdat Nebukadnezar de macht over hen zou behouden. Hij zou in staat zijn dat te doen omdat God hem die macht gegeven had. (Daniël 2:38) Ze moeten erbij zeggen dat Israëls God de aarde gemaakt heeft en het geeft aan wie het in Zijn ogen goed is.

Mijn dienaar....... Het is in mensenogen een zeer neerbuigende manier om te spreken over de machtigste man op aarde: 'mijn dienaar Nebukadnezar' (Jeremia 25:9; Jeremia 43:10). Het is het soort taal dat een koning in oude tijden zou gebruiken om een ​​van zijn vazallen te beschrijven. Voor wie God liefheeft zou het juist een eretitel zijn. De Here geeft hem de genoemde landen en zelfs de dieren. Dit zal zo zijn totdat Babel op zijn beurt weer andere machtige volken gaat dienen. Dit zal gebeuren wanneer de Perzen Babel gaan veroveren, in 539 v.Chr.

het zal gebeuren dat het volk of het koninkrijk dat hem, Nebukadnezar, de koning van Babel, niet wil dienen,...... Via Jeremia en zijn boodschappers waarschuwde God de koningen in deze regio, dat ze zich moesten onderwerpen aan de heerschappij van de koning van Babel. Als ze dat niet deden, zou God Zelf hen straffen met het zwaard, de hongersnood en de pest, totdat zij omgekomen zijn door de hand van Nebukadnezar.


Jeremia 27:9-11 U dan, luister niet naar uw profeten, naar uw waarzeggers, naar uw dromers, naar uw wolkenduiders en naar uw tovenaars, die tegen u zeggen: U mag de koning van Babel niet dienen. 10. Want zij profeteren u leugen, om u ver uit uw land te brengen, zodat Ik u verdrijf en u omkomt. 11. Maar het volk dat zijn nek zal voegen onder het juk van de koning van Babel en hem zal dienen, dat zal Ik in zijn eigen land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bewerken en daarin wonen.


luister niet naar uw profeten, naar uw waarzeggers, naar uw dromers, naar uw wolkenduiders en naar uw tovenaars,

Net als de koningen van Juda, hadden de koningen van de omringende volken profeten en waarzeggers die hen vertelden dat Babel zou vallen en hen niet zou veroveren. God waarschuwde de koningen, luister niet naar hen, want zij profeteren leugens!

Het volk dat zijn nek zal voegen onder het juk van de koning van Babel en hem zal dienen, dat zal Ik in zijn eigen land laten,......

God beloofde de volken dat, als ze zich zouden buigen voor het juk van Babel, Hij hen zou toestaan ​​om te ontsnappen aan de gedwongen ballingschap die de Babyloniërs vaak oplegden.

Onderwerping aan Babel? Ja, maar dat is indirect onderwerping aan Gods wil. De HERE had immers de straf aangekondigd? Onderwerping aan vreemde volken was allang voorzegd door de profeten die het volk wezen op de gevolgen van de ontrouw aan God. Jeremia waarschuwt dat verder verzet het alleen maar erger maakt. Als je je onderwerpt aan Gods macht en wil, heb je nog een kans.  Zo niet, dan raak je alles kwijt!


Jeremia 27:12-15 Daarop sprak ik tot Zedekia, de koning van Juda, overeenkomstig al deze woorden: Breng uw nekken onder het juk van de koning van Babel, dien hem en zijn volk, en u zult leven. 13. Waarom zouden u en uw volk sterven door het zwaard, door de honger en door de pest, zoals de HEERE gesproken heeft van het volk dat niet de koning van Babel wil dienen? 14. Luister dan niet naar de woorden van de profeten die tegen u zeggen: U mag de koning van Babel niet dienen, want zij profeteren u leugen. 15. Want Ik heb hen niet gezonden, spreekt de HEERE, zij profeteren in Mijn Naam leugen, zodat Ik u zal verdrijven en u zult omkomen, u en de profeten die tegen u profeteren.


Breng uw nekken onder het juk van de koning van Babel, dien hem en zijn volk, en u zult leven...... Dit was aan Zedekia gericht. God wilde dat de koningen van de omringende volken wisten dat dit dezelfde boodschap was die Hij aan de koning van Juda bracht. Ze zouden de koning van Babylon moeten dienen om een ​​nog erger lot te vermijden.

Waarom zouden u en uw volk sterven.........  deze oproep legde Zedekia naast zich neer. Uit het verloop van de geschiedenis weten we welk vreselijk lot hij heeft ondergaan door zijn halstarrigheid, terwijl hij gewaarschuwd was. 

Ik heb die leugenprofeten niet gezonden, spreekt de HEERE, zij profeteren in Mijn Naam leugen....... er zijn profeten die 

Zedekia wijs willen maken dat hij niet zal worden onderworpen aan Babel. Dat wil Zedekia graag horen. Maar God heeft deze profeten niet gezonden. God heeft ze ook niet tegengehouden. 

Hij stond toe dat ze hun valse boodschap brachten, opdat het volk en de heersers van Juda een echte keuze zouden hebben tussen het valse en het ware.

Zo belangrijk is het ook in onze tijd dat we God vragen om het onderscheid te kunnen maken tussen wat uit Hem is en wat uit satan komt.  


Jeremia 27:16-17 Ook tot de priesters en heel dit volk sprak ik: Zo zegt de HEERE: Luister niet naar de woorden van uw profeten, die tegen u profeteren: Zie, de voorwerpen van het huis van de HEERE worden nu snel uit Babel teruggebracht, want zij profeteren u leugen. 17. Luister niet naar hen. Dien de koning van Babel, en u zult leven. Waarom zou deze stad tot een puinhoop worden?


LEUGEN! Zie, de voorwerpen van het huis van de HEERE worden nu snel uit Babel teruggebracht LEUGEN!  ........

Dit was de valse mooi klinkende boodschap van de leugenachtige profeten uit de tijd van Jeremia. Ze zeiden dat de  tempelvaten die Nebukadnezar bij eerdere invasies had meegenomen, spoedig naar de tempel zouden worden teruggebracht. Tijdens een eerdere invasie van Babel (587 v.Chr.) waren vaten uit de tempel meegenomen. (2 Kron. 36:7). Normaal werden in een oorlog de afgodsbeelden van de god van dat land in beslag genomen. Maar omdat die er (toen) niet waren had men enig tempelgerei meegenomen. 

Luister niet naar hen. Dien de koning van Babel, en u zult leven....... Opnieuw die goede raad! Luister niet naar die valse profeten, onderga de straf van het juk van Babel en je zult leven. Gehoorzaamheid in vertrouwen op God is LEVEN!!


Jeremia 27:18 Maar als zij profeten zijn en als het woord van de HEERE bij hen is, laten zij toch bij de HEERE van de legermachten erop aandringen dat de voorwerpen die in het huis van de HEERE, in het huis van de koning van Juda en in Jeruzalem zijn overgebleven, niet in Babel terechtkomen.


als zij profeten zijn en als het woord van de HEERE bij hen is...... Zij die beweerden profeten te zijn, konden en moesten worden beproefd. Wat ze zeiden mag niet blindelings worden aanvaard.

laten zij toch bij de HEERE van de legermachten erop aandringen...... laten zij dan voorbede doen dat de voorwerpen die toen in het Huis van de Heer zijn achtergebleven in Jeruzalem blijven en niet in Babel komen. 

Jeremia wist dat zo'n gebed niet verhoord zou worden en dan zouden de Judeeërs kunnen weten dat het leugenprofeten waren. Het was een vergelijkbare reactie als toen Elia op de Karmel de valse profeten aanspoorde om tot Baäl te bidden.(1 Koningen 18)


Jeremia 27:19-22 Want zo zegt de HEERE van de legermachten over de pilaren, over de zee, en over de onderstellen en over de rest van de voorwerpen die in deze stad zijn overgebleven, 20. die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft meegenomen, toen hij Jechonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, van Jeruzalem naar Babel in ballingschap voerde, met al de edelen van Juda en Jeruzalem – 21. ja, zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, over de voorwerpen die in het huis van de HEERE, het huis van de koning van Juda en in Jeruzalem zijn overgebleven: 22. Naar Babel zullen zij gebracht worden en daar zullen ze zijn tot de dag dat Ik ernaar zal omzien, spreekt de HEERE. Dan zal Ik ze weghalen en naar deze plaats terugbrengen.


over de pilaren, over de zee, en over de onderstellen en over de rest van de voorwerpen die in deze stad zijn overgebleven..... dit waren de kostbaarheden die bij de tempel hoorden en die Nebukadnezar nog niet had ingenomen. Ten tijde van Jeremia's profetie verbleven ze nog steeds in of bij de tempel. Maar ze zullen binnenkort ook worden weggehaald. (2 Kon. 25: 13 en 2 Kon. 25:29)

Het volk dient God er toch niet mee, het wil de goden van àndere volken dienen. Het dient zelfs de goden uit Babel!

Volgens Jeremia 52:17 werden de bronzen pilaren beschadigd en in 587 v.Chr. naar Babylon gebracht. Er wordt geen melding gemaakt van de "Ark van het Verbond".  

toen hij Jechonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, van Jeruzalem naar Babel in ballingschap voerde...... Dit gebeurde in 598 v.Chr., tijdens de tweede van Nebukadnezars drie invasies van Jeruzalem. De koning van Babylon nam alle edelen van Juda en Jeruzalem mee, waaronder Daniël, maar liet een deel van de tempelschatten achter.

Naar Babel zullen zij gebracht worden en daar zullen ze zijn tot de dag dat Ik ernaar zal omzien...... De voorwerpen uit de tempel zullen daar niet altijd blijven. Op Gods tijd zal Babel gestraft worden en zullen de tempelschatten weer terugkomen. Totdat in het jaar 70 na Chr. opnieuw Jeruzalem en de tempel verwoest werd door de Romeinen. 

Hieronder een afbeelding aangebracht op de triomfboog in Rome. Hier zien we het wegvoeren van de tempelschatten door Romeinse soldaten. Op Gods tijd zal ook Rome daarvoor gestraft worden en zal alle schade die men Israël heeft berokkend worden vergoed aan het getrouw overblijfsel.  Meer over de tempelschatten in Rome, zie dit artikel. 

Wat menselijke machthebbers ook verzinnen, Gods besluiten zijn sterker. Hij komt tot Zijn doel met Zijn volk.