English & other languages: click here!


Jeremia 31 : 1-26 De terugkeer van Israël


Na zoveel oordeelprofetieën komt er nu een blijde boodschap: God wil zijn volk weer terug hebben, weer opbouwen. Zijn liefde voor Zijn volk is eeuwig (31:3). In allerlei beelden wordt geschetst hoe de HERE weer in liefde voor zijn volk zal gaan zorgen. Er zal weer gedanst en gezongen worden en er zullen weer goede oogsten zijn (31:4-6,10-12). De weg terug naar huis zal een effen weg zijn, en onderweg zal het het volk aan niets ontbreken, want de HERE zorgt voor de zijnen (31:7-9).

Na alle verdriet over de ballingschap en de straf van God zal er weer vreugde zijn, en troost. Zomaar? Nee, niet helemaal. Efraïm (dat wil zeggen: het Tienstammenrijk Israël) heeft ingezien dat het de HERE is die het gestraft heeft, heeft ingezien dat er bekering nodig is, heeft ingezien dat de HERE zijn God is (31:18). En dan antwoordt God: ‘Efraïm, je bent mijn troetelkind, Ik ben vol van liefde voor jou’ (31:20). Zo lang de hemel en de aarde bestaan, zal Hij het nageslacht van Israël vasthouden. Een hoofdstuk vol van beloften!


Jeremia 31:1-2 In die tijd, spreekt de HEERE, zal Ik al de geslachten van Israël tot een God zijn, en zíj zullen Mij tot een volk zijn. 2. Zo zegt de HEERE: Het volk dat aan het zwaard ontkomen was, heeft genade gevonden in de woestijn, toen Ik op weg ging om hem, Israël, tot rust te brengen.


In die tijd........ deze woorden verbinden de tekst met het voorafgaande: Jeremia 30:24 waar de HSV schrijft "in later tijd", maar waarbij een noot staat "Letterlijk: Aan het einde van de dagen.". De meeste beloften uit dit hoofdstuk komen tot hun volle vervulling bij het aanbreken van Gods Koninkrijk (Het Vrederijk) op aarde. Er zijn wel bemoedigende voorvervullingen. 

Ik zal de geslachten van Israël tot een God zijn........ bij de vernieuwing van het verbond (Jer. 30:22) zullen alle stammen betrokken zijn. Er is dus geen onderscheid meer tussen het Tien- en het Tweestammenrijk. Jeremia beschreef de bekering van het overblijfsel tot God en Zijn Messias, die zal plaatsvinden "in de laatste dagen". Zoals Paulus schreef, "zo zal heel Israël zalig worden" (Romeinen 11:26).

Het volk dat aan het zwaard ontkomen was.......Zij die ontkomen aan het zwaard, zijn degenen die, door in ballingschap te gaan, niet omgekomen zijn door het zwaard van Nebukadnezar. Zij vinden genade in de woestijn van Babel, net als de Israëlieten na de uittocht van Egypte (Ex. 33:12-17). Dit heeft ook betrekking op wat beschreven is in Openbaring:

Openbaring 12:6 En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen.

 De ‘rust’ verwijst naar de rust van het beloofde land, dat zij in het Vrederijk zullen bezitten


Jeremia 31:3-6 Van verre tijden af is de HEERE aan mij verschenen: Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. 4. Ik zal u weer bouwen en u zult gebouwd worden, maagd Israël. Opnieuw zult u zich tooien met uw tamboerijnen, opnieuw zult u uittrekken in een reidans van vrolijke mensen. 5. Opnieuw zult u wijngaarden planten op de bergen van Samaria: de planters zullen planten en de vruchten genieten. 6. Want er zal een dag zijn dat de wachters zullen roepen op het bergland van Efraïm: Sta op, laten wij opgaan naar Sion, naar de HEERE, onze God!


Van verre tijden af is de HEERE aan mij verschenen..... Hiermee plaatst Jeremia zijn pofetieën in eeuwigheidsperspectief. Verleden en toekomst, het zit allemaal opgesloten in wat God hem openbaart. 

Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad....... Met Gods geweldige boodschap aan Israël verzekerde Hij hen van Zijn liefde. Verankerd in het verleden, strekte Zijn liefde voor Israël zich uit tot in de eeuwigheid. Het was en is een eeuwige liefde. Hoe kunnen mensen, als ze dit hoofdstuk lezen, zeggen dat Israël nu niet meer het uitverkoren volk is, dat het volk een volk is als ieder volk? 

daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid...... In Hosea 4:11a lezen we "Ik trok hen met menselijke touwen, met koorden van liefde". Het was Zijn Verbondsliefde, de" chessed" חָסֶד  dat ook 'goedertierenheid' en 'genade' betekent.

Ik zal u weer bouwen en u zult gebouwd worden...... De HEERE zal Israël opnieuw bouwen. De jonge vrouw Israël zal worden gebouwd, dat wil zeggen: ze zal nakomelingen krijgen (Gen. 16:2). Het land zal worden opgebouwd en het inwonersaantal zal stijgen. Zij, die eerder het verwijt kreeg een hoer te zijn, wordt nu 'jonge vrouw' of - in sommige vertalingen 'maagd' genoemd. 

u zult zich tooien met uw tamboerijnen, opnieuw zult u uittrekken in een reidans....... . Er zal weer gedanst en gezongen worden. Er zal blijdschap zijn en er zullen weer goede oogsten zijn (31:4-6,10-12). De weg terug naar huis zal een effen weg zijn, en onderweg zal het het volk aan niets ontbreken, want de HERE zorgt voor de zijnen  

Opnieuw zult u wijngaarden planten op de bergen van Samaria.....  er wordt inmiddels wijn geproduceerd van de rijke opbrengst in de bergen van Samaria. Nati Rom is zo'n wijnbouwer daar. De wachters van Israël  hoeven niet meer te waarschuwen voor naderende vijanden. (Jer. 4:5)

Sta op, laten wij opgaan naar Sion, naar de HEERE, onze God!.....  de wachters zullen nu pelgrims begroeten op weg naar Sion! In Sion staat de tempel! 

Psalm 122:1-2 Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen: Wij zullen naar het huis van de HEERE gaan! 2. Onze voeten staan binnen uw poorten, Jeruzalem!


Jeremia 31:7-9 Want zo zegt de HEERE: Zing vrolijk over Jakob, met blijdschap! Juich om het hoofd van de heidenvolken! Laat het horen, prijs Hem en zeg: Verlos Uw volk, HEERE, het overblijfsel van Israël. 8. Zie, Ik doe hen komen uit het land van het noorden, Ik zal hen bijeenbrengen van de uithoeken van de aarde; onder hen zijn blinden en verlamden, zwangeren en barenden met elkaar: met een grote menigte zullen zij hierheen terugkomen. 9. Onder geween zullen zij komen, onder smeekbeden zal Ik hen leiden. Ik zal hen doen gaan naar waterbeken, op een rechte weg, waarop zij niet zullen struikelen, want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm – Mijn eerstgeborene is hij.


Zing vrolijk over Jakob, met blijdschap! Juich om het hoofd van de heidenvolken!...... In deze profetie worden we opgeroepen om blij te juichen over wat God voor Jacob (Israël) in petto heeft. Israël/Jacob is het hoofd der volken! Zoals dat door Mozes geprofeteerd werd in "de zegen en vloek", die over Israël werd uitgesproken.

Deuteronomium 28:13 De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied dat u ze in acht neemt en houdt,

Jeremia die als profeet het dieptepunt van de vervloekingen meemaakte, krijgt van God doorzicht in het hoogtepunt van de zegeningen, die het uiteindelijke doel zullen zijn. Een heerlijke bemoediging!

Zie, Ik doe hen komen uit het land van het noorden, van de uithoeken van de aarde

God beloofde het Joodse volk van over de hele aarde te verzamelen, een vergadering zo compleet dat zelfs blinden en kreupelen komen; een grote menigte zal daar terugkeren. Er is niet alleen een terugkeer naar Jahweh, het is ook een terugkeer naar het land . De belofte van het land blijft voor Israël.  Een groot wonder gebeurde in 1948, toen Israël opnieuw werd opgericht als een Joodse staat in hun oude land. Hoe wonderbaarlijk dat ook was, het vervult de glorie van deze belofte nog niet. 

Het is niet alleen Juda dat uit Babel terugkomt, maar ook de tien stammen die al eerder door de Assyriërs waren weggevoerd. Onder hen zijn zieken en kwetsbare personen, zij zullen niet achterblijven. In Ezechiël worden bovendien de gelovigen in de Messias uit de volkeren ingesloten. Die worden daar de chaverim – gabbers” genoemd. Zij komen bij het huis van Israël en het huis van Juda. Zij allen hebben deel aan dat tweede, nieuwe, eeuwige verbond met de Heilige Israëls.

Ezechiël 37: 16-17 En u, mensenkind, neem een stuk hout voor uzelf en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de Israëlieten, zijn metgezellen (uit de volken: chaverim – gabbers). Neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: Voor Jozef, het stuk hout van Efraïm, en van heel het huis van Israël, zijn metgezellen. 17 Breng ze dan bij elkaar, het ene bij het andere, tot één stuk hout, zodat ze in uw hand één worden.

De grootste vervulling moet nog komen. Geregisseerd door God. Het zal een overblijfsel zijn, zoals er de eeuwen door Joden afvielen. Een uitleg daarover is te lezen in de studie over Micha 5:6 - 6:8 Het overblijfsel van Israël.

Maar met dat overblijfsel zal God bereiken wat Hem voor ogen staat, tot eer van Zijn Naam en tot heil van Zijn volk.

zij  zullen niet struikelen, want Ik ben Israël tot een Vader......   zij zullen Gods Woord en Zijn geboden begrijpen en liefhebben  want God zal hen leiden in de waterbeken, en op een rechte weg. 

De weg terug naar huis zal een effen weg zijn, en onderweg zal het het volk aan niets ontbreken, want de HERE zorgt voor de zijnen (31:7-9). 

We lezen over de ontroerende vaderlijke zorg voor Israël en Zijn eerstgeboren zoon Efraïm. Efraïm lijkt soms heel Israël te vertegenwoordigen. Toch is het veelbetekenend dat Efraïm in feite niet de eerstgeboren zoon van Jakob was, maar God beschouwde hem als eerstgeborene. Jakob gaf op zijn sterfbed Efraïm die zegen in plaats van Ruben (Gen.35:22). Dit toont aan dat eerstgeborenen naar meer dan geboortevolgorde verwijzen. De eerstgeborene is in de Schrift degene die het hoogste erfrechthet beste en hoogste lotsdeel (= gebied dat door het lot wordt toegewezen), ontvangt.  Het is hier een goddelijke uitverkiezing. (zie deze uitleg)


Jeremia 31:10-12 Hoor het woord van de HEERE, heidenvolken, verkondig het in de kustlanden van ver weg, en zeg: Hij Die Israël verstrooid heeft, zal het weer bijeenbrengen en het hoeden, zoals een herder zijn kudde hoedt. 11. Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht, en hem verlost uit de hand van hem die sterker was dan hij. 12. Zij zullen komen en juichen op de hoogte van Sion, zij zullen toestromen naar het goede van de HEERE: naar het koren, naar de nieuwe wijn en naar de olie, naar de lammeren en runderen. Hun ziel zal zijn als een bevloeide hof, zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.


Hoor het woord van de HEERE, heidenvolken, verkondig het in de kustlanden van ver weg....... Jeremia heeft een boodschap van God voor de volken, hij is ook immers aangesteld tot profeet voor de volken (Jeremia 1:5). Vandaag spreekt hij tot ons.

Hij Die Israël verstrooid heeft, zal het weer bijeenbrengen .......  nu weten de naties die hen gevangen namen dat het niet hun overmacht of verdienste was, maar dat het van God uitging. Het feit dat ze dit met kwade bedoelingn deden maakt ze wel schuldig. Maar God brengt Zijn erfdeel weer bij elkaar op hun eigen grond. Dat kan geen Hamas, Mahmoud Abbas of Iran verhinderen en ook de Verenigde Naties kunnen dat niet.  

zoals een herder zijn kudde hoedt...... hier proef je de liefde van een toegewijde Herder voor Zijn kudde. En wat is er allemaal al niet voor ze voorbereid: koren, nieuwe wijn, olie, lammeren en runderen. "Hun kostje is gekocht!" 

Hun ziel zal zijn als een bevloeide hof......ze gingen ook naar de waterbeken van het Woord (Jer. 31:9) en David zei het al: "Uw getuigenissen zijn mij een bron van blijdschap!" (Psalm 119:24a) De treurigheid is voorbij!


Jeremia 31:13-14 Dan zullen jonge vrouwen zich verblijden in een reidans, ook de jongemannen en de ouderen met elkaar. Ik zal hun rouw veranderen in vreugde, Ik zal hen troosten, Ik zal hen blij maken na hun verdriet. 14. Ik zal de ziel van de priesters verzadigen met overvloed, Mijn volk zal met het goede van Mij verzadigd worden, spreekt de HEERE.


Dan zullen jonge vrouwen zich verblijden in een reidans, ook de jongemannen en de ouderen met elkaar........ de rouw is ingeruild voor vreugde. Ook het "Troost, troost Mijn volk" van Jesaja 40:1 komt nu tot vervulling. Het is God die het zegt, het is God die Zelf troost!

Ik zal de ziel van de priesters verzadigen met overvloed, Mijn volk zal met het goede van Mij verzadigd worden...... het woord 'overvloed' moest  eigenlijk als 'vet' vertaald worden. Bij deze woorden schoot me een deel van de oude berijmde psalm 85 in gedachten:

Dan zal de HEER ons 't goede weer doen zien;
Dan zal ons 't land zijn volle garven biên;
Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht,
Hij zet z' alom, waar Hij Zijn treden richt.

 


Jeremia 31:15-17 Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een rouwklacht, een zeer bitter geween: Rachel weent over haar kinderen. Zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, want zij zijn er niet meer. 16. Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen, want er is loon voor uw werk, spreekt de HEERE. Zij zullen uit het land van de vijand terugkomen, 17. en er is hoop voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE, uw kinderen zullen terugkomen naar hun gebied.


Rachel weent over haar kinderen........ Hier sprak YHWH door een poëtisch beeld.  Rachel had zo naar kinderen verlangd. Toen Jozef werd geboren gaf ze hem een naam die betekent "De Heere voege toe (een andere zoon)"  Die andere zoon kwam, weliswaar onder een zware bevalling, zomaar tijdens de reis naar Hebron. Ze noemde hem Benoni "zoon van mijn verdriet", maar vader Jakob veranderde dat in  Benjamin: "zoon van de rechterhand". Rachel stierf en werd langs de weg begraven. De plaats waar Rachel begraven is ligt ten noorden van Jeruzalem in de stam Benjamin, waar ook Jeremia's geboorteplaats Anathot ligt. (1 Samuël 10:2)
Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen... Zij zullen uit het land van de vijand terugkomen. 

Als God zijn volk terugbrengt, is er geen reden meer tot rouw. Rachel, Jakobs liefste vrouw, moeder van Jozef en Benjamin en oma van Efraïm en Manasse, huilde om het lot van haar kinderen (31:15).  Haar nageslacht, in wiens midden ze begraven ligt, wordt weggevoerd. Rachel moeder is van Jozef (één van de stammen uit het 10-stammenrijk) en Benjamin (één van de stammen uit het 2-stammenrijk). Rama ligt in het grensgebied van Benjamin (2-stammenrijk) en Efraïm (10-stammenrijk). Omdat ze er niet meer zijn....... Rachel huilt om het 10-stammenrijk dat al in ballingschap is gegaan en anderzijds om het 2-stammenrijk dat nu in ballingschap gaat. Ze kijkt als het ware geestelijk gezien boven haar graf uit en constateert dat ze er niet meer zijn.  Ze is verdrietig en weigert getroost te worden, net zo als bij haar sterven.  Mattheüs de evangelieschrijver begreep dit als een afbeelding van de gruwelijke slachting van kinderen in Bethlehem en de omliggende gebieden vanwege zijn angst voor de geboorte van de Koning der Joden (Mattheüs 2:16-18).

er is hoop voor uw nakomelingen, uw kinderen zullen terugkomen naar hun gebied. Zij zullen uit het land van de vijand terugkomen

Het vervolg van de tekst in Jeremia wijst op de terugkeer van de ballingen uit beide ballingschappen en de komst van de Messias bij het aanbreken van het Vrederijk. Door de verwijzing in Mattheüs naar deze tekst in Jeremia krijgt de kindermoord in Betlehem een bijzondere betekenis. Het "wenen van Rachel" wordt gevolgd door een aankondiging van de terugkeer uit de ballingschap en de komst van de Messias. Zo wil Mattheüs duidelijk maken dat de kindermoord vreselijk is, maar toch gevolgd zal worden door de messiaanse heilstijd.  

RAMA

Uit Jeremia 40:1 e.v. weten we dat ook Jeremia door het leger van Babel als balling geketend werd afgevoerd. Maar onderweg bij Rama kwam er een boodschapper van Nebukadnezar om Jeremia vrij te laten. De andere Joodse krijgsgevangenen trekken verder langs Rama op weg naar het land van ballingschap  ….… 

Jeremia 40:1 Het woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste der trawanten, hem had laten gaan van Rama; als hij hem had laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden aller gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel gevankelijk werden weggevoerd.


Jeremia 31:18-20 Ik heb zeker gehoord dat Efraïm zichzelf beklaagt: U hebt mij gestraft, ik ben gestraft als een ongetemd kalf. Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn, want U bent de HEERE, mijn God. 19. Want nadat ik bekeerd was, heb ik berouw gekregen. Nadat ik met mijzelf bekend ben gemaakt, heb ik mij op de heup geslagen. Ik ben beschaamd, ja, ook te schande geworden, omdat ik de smaad van mijn jeugd meedraag. 20. Is Efraïm voor Mij niet een dierbare zoon, is hij voor Mij niet een lievelingskind? Want zo dikwijls als Ik tot hem spreek, denk Ik nog voortdurend aan hem. Daarom is Mijn binnenste bewogen over hem, Ik zal Mij zeker over hem ontfermen, spreekt de HEERE.


Ik heb zeker gehoord dat Efraïm zichzelf beklaagt........Na alle verdriet over de ballingschap en de straf van God zal er weer vreugde zijn, en troost. Zomaar? Nee, niet helemaal. Efraïm (dat wil zeggen: het Tienstammenrijk Israël) heeft ingezien dat het de HERE is die het gestraft heeft, heeft ingezien dat er bekering nodig is.

U hebt mij gestraft, ik ben gestraft als een ongetemd kalf......  Efraïm leek wel een ongetemd kalf. (Hosea 4:16). 

Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn,......Hij bidt om bekering en erkent daarmee zelf niet in staat te zijn deze bekering te bewerken (Klaagl. 5:21). Hij heeft ingezien dat de HERE zijn God is (31:18).
Want nadat ik bekeerd was, heb ik berouw gekregen....... Efraïm zegt tot berouw te zijn gekomen. Hij heeft zichzelf op de heup geslagen, om uiting te geven aan zijn schuldbesef (Ezechiël 21:12). Hij schaamt zich, omdat hij de zonden van zijn jeugd met zich meedraagt.

Is Efraïm voor Mij niet een dierbare zoon, een lievelingskind......? En dan antwoordt God: ‘Efraïm, je bent mijn troetelkind, Ik ben vol van liefde voor jou’ (31:20). Uit zo'n reactie blijkt dat er helemaal niets meer tussen Efraïm en de vader in staat. Vader denkt niet meer aan dat verleden. Geen verwijten, hem niet toch een beetje minderwaardigheidsgevoel geven. Zo gaat het bij mensen onderling. God is radicaal afkeurend over de zonde, maar ook radicaal in Zijn vergeving. Hij ontving en omhelsde Israël als Zijn geliefde zoon, net zoals de vader in het verhaal van 'de verloren zoon' zijn bekeerde zoon omhelsde (Lucas 15:20).


Jeremia 31:21-22 Richt u merktekens op, zet u wegwijzers neer. Richt uw hart op de gebaande weg, de weg die u bent gegaan. Keer terug, maagd Israël, keer terug naar deze steden van u. 22. Hoelang blijft u draaien, afvallige dochter? Voorzeker, de HEERE heeft iets nieuws geschapen op de aarde: een vrouw zal een man omvatten.


Richt u merktekens op, zet u wegwijzers neer....... Dit gaat niet meer over de geliefde zoon Efraïm, die zich bekeerd had. Jeremia stelt hier een duidelijke weg voor met wegwijzers en oriëntatiepunten die Israël terug naar het land zouden leiden en de relatie met hun verbondsgod zouden herstellen. Ze zouden terugkeren naar de relatie die ze ooit hadden (de weg die je bent gegaan), naar hun eerste liefde voor God. Zo zullen ze straks de terugtocht goed kunnen vinden (31:21). Geen angst, geen aarzeling -zelfs al lijkt het onmogelijk -, God kan dingen scheppen die voor ons onmogelijk zijn en buiten onze gedachten vallen. Hij is niet gebonden aan vaste patronen !
Keer terug, maagd Israël, keer terug naar deze steden van u..... hier wordt weer 'de jonge vrouw", de dochter Sions, aangesproken, die afgeweken is van de gebaande weg. Keer terug naar de weg genoemd in Jeremia 31:9b en de waterbeken van Gods Woord! Zo zullen ze naar hun steden kunnen terugkeren. 

YHWH heeft iets nieuws geschapen op de aarde: een vrouw zal een man omvatten..... deze tekst heb ik - en velen met mij - altijd heel vreemd gevonden. Volgens mij heeft dit niets met emancipatie tussen man en vrouw te maken. Maar nu ik met deze Bijbelstudie bezig ben besef ik dat het voorgaande eerst de personificatie van een man betrof "Efraïm" (het tienstammenrijk) en direct daarna "de maagd", "de dochter Sions" de personificatie van het tweestammenrijk.

Het kan ook betekenen dat de maagd Maria in haar schoot door de Heilige Geest de MAN Yeshua ontvangt en omvangt. 


Jeremia 31:23-25 Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zij zullen in het land Juda en in zijn steden weer dit woord zeggen, wanneer Ik een omkeer zal brengen in hun gevangenschap: Moge de HEERE u zegenen, woonplaats van gerechtigheid, heilige berg. 24. Daarin zullen Juda en al zijn steden met elkaar wonen, akkerbouwers en wie met de kudde rondtrekken. 25. Want Ik heb de vermoeide ziel te drinken gegeven en elke treurig geworden ziel heb Ik met voedsel vervuld. 26. Hierop ontwaakte ik en ik keek. Mijn slaap was mij aangenaam geweest.


Moge de HEERE u zegenen, woonplaats van gerechtigheid, heilige berg......   dan staat er "ze zullen weer dit woord zeggen", dat wijst er op dat dit een bekende zegengroet is. Deze zegenbede en tempelzang doet me denken aan Psalm 84 en Psalm 122. Deze zegen geeft aan dat Israël  rechtvaardig wordt bestuurd door Koning David, met afgeleid gezag van de Messias, die zetelt te Jeruzalem in een huis van gerechtigheid op de berg van heiligheid. De plaats waar Hij begeerde te wonen

Akkerbouwers zullen in Juda en al zijn steden wonen en wie met de kudde rondtrekken.... ook het gewone dagelijkse leven zal weer worden opgepakt. Landbouwers, herders en degenen die ambachten uitoefenen, zullen hun werk met vreugde en zegenrijk kunnen doen. 

Want Ik heb de vermoeide ziel te drinken gegeven en elke treurig geworden ziel heb Ik met voedsel vervuld..... alle moeiten, verdriet en tekortkomingen zijn ruimschoots vergoed door de overvloed van Gods liefdevolle genade. 

Hierop ontwaakte ik en ik keek. Mijn slaap was mij aangenaam geweest...... God had al deze dingen in de slaap aan Zijn profeet Jeremia geopenbaard. Vergeleken met de voorgaande profetieën was het een verademing om te zien waar alles op uit loopt. Het mag ook ons bemoedigen nu we voor eenzelfde tijd staan waarin men ons probeert te vangen in het wereldwijde net van satan.