English & other languages: click here!

Jeremia 6 - Beleg en wegvoering geprofeteerd

De eerste zes hoofdstukken van Jeremia bestaan hoofdzakelijk uit oproepen tot bekering, want het onheil komt. Mogelijk kan het onheil worden afgewend als men zich bekeert.

Hier laat God Jeremia zien dat de Babyloniërs de prachtige stad Jeruzalem, de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk Juda, aanvallen. Haar paleizen worden vernietigd. Daarom roept hij in vers 1 op:

Breng u in veiligheid, nakomelingen van Benjamin, uit het midden van Jeruzalem!

Jeremia weet dat de legers in aantocht zijn en Jeruzalem zullen belegeen, omsingelen. Dan is er niet meer de mogelijkheid om te vluchten. Voordat de legers komen was er het waarschuwingsvuur. Het plaatsen van waarchuwingsvuren en rooksignalen op verhoogde plaatsen was in die tijd een gebruikelijke manier om boodschappen door te geven. Daaarom wordt er geroepen om de waarschuwingsvuren te plaatsen, want de legers zijn onderweg.  Net zo als het geluid van de ramshoorn en de banier in Jeruzalem, een soort vlag die als noodsignaal een goed zichtbaar teken was om daarheen te vluchten. Jeremia 4:5-6.


Jeremia 6:1-5 Breng u in veiligheid, nakomelingen van Benjamin, uit het midden van Jeruzalem! Blaas de bazuin in Tekoa, geef een vuursignaal af boven Beth-Cherem! Want er ziet onheil neer vanuit het noorden, een grote ramp! 2. Die bekoorlijke en die verwende, Ik roei de dochter van Sion uit. 3. Er komen herders naar haar toe met hun kudden. Zij zetten rondom tegen haar tenten op, ieder weidt zijn stukje af. 4. Verklaar haar de oorlog! Sta op, laten we midden op de dag oprukken! Wee ons, want de dag is bijna verstreken, want de avondschaduwen worden langer. 5. Sta op, laten we dan in de nacht oprukken, laten we haar paleizen te gronde richten!


Breng u in veiligheid, nakomelingen van Benjamin… Het zuidelijke koninkrijk van Juda ontstond toen de twee stammen van Juda en Benjamin trouw bleven aan de dynastie van David in de dagen van Rehabeam en Jerobeam (1 Koningen 12). Vanwege de plaats van de stam Benjamin in het zuidelijke koninkrijk, gebruikt het Woord soms de benaming  Benjamin. Jeremia was trouwens een Benjaminiet en had zorgen om zijn stamgenoten.

Tekoa is een klein stadje in Judea, ongeveer 20 km. ten zuiden. van Jeruzalem, een 25 km. van de Dode Zee. Zij zullen naar het zuiden moeten vluchten, voor de vijand uit.

Die bekoorlijke en die verwende dochter van Sion….. Het is ironisch bedoeld want Juda zag zichzelf als een mooie vrouw met geweldige vaardigheiden en tradities.. Maar wat ze niet kan is opstaan tegen gewelddadige mannen. Het machtige leger van de Babyloniërs marcheert naar Jeruzalem. Jeremia probeert Jeruzalem duidelijk te maken dat ze deze strijd met de Babyloniërs niet kunnen winnen. Ze gaan aanvallen en dat doen ze met groot geweld. De vijandelijke legeraanvoerders, “de herders”, zullen met hun soldaten, “hun kudden”, hun tenten rondom Jeruzalem opslaan en zo de weidegronden in bezit nemen.

Wee ons, want de dag is bijna verstreken…… Dit zegt de vijand. Ze popelen om Jeruzalem aan te pakken. Maar God bepaalt het moment. God herinnerde Juda eraan dat de tijd om zich te bekeren opraakt. Hoewel dit oordeel pas over vele jaren zou komen, was deze zegswijze bedoeld om het veel dichterbij te maken dan ze dachten. Spoedig zou het leger van Babylon naar Jeruzalem komen om haar tempel en paleizen te vernietigen. Ja, als de dag bijna verstreken is, dan is er de nacht waarin ze hun slag zullen slaan.


Jeremia 6:6-8 Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Hak bomen om, werp tegen Jeruzalem een belegeringsdam op. Dit is de stad die gestraft zal worden, enkel onderdrukking is in haar midden! 7. Zoals een bron zijn water opwelt, zo welt zij haar slechtheid op. Geweld en verwoesting wordt in haar gehoord, voor Mijn aangezicht is voortdurend ziekte en plaag. 8. Laat u straffen, Jeruzalem, anders zal Mijn ziel zich van u losrukken, anders zal Ik een woestenij van u maken, een onbewoond land!


Hak bomen om, werp tegen Jeruzalem een belegeringsdam op….. Jeremia moet Juda laten weten dat God deze aanval regisseert. God geeft het de vijand in hun hart om bomen om te hakken en een belegeringsdam op te werpen.

Onderdrukking is in haar midden, een bron die haar slechtheid opwelt……… In Jeremia 5:28 kwam dit al ter sprake. Er wordt geen recht gedaan. Zelfs niet aan een wees.  De armen gaan hen niet ter harte. Ze komen de zwakkeren in de samenleving niet tegemoet in hun nood. Dit neent God hun bijzonder kwalijk. Dat het hen onder elkaar aan barnhartigheid ontbreekt is een gevolg van een verbroken relatie met de God die hen liefheeft.

Laat u straffen Jeruzalem…… Het betekent: accepteer de terechte beschuldigingen die een rechtvaardig God heeft vastgesteld. Toon berouw en bekeer je! Handhaaf jezelf niet tot een onvermijdelijk oordeel. De gevolgen van deze onbekeerlijkheid zullen groot zijn. God rukt Zijn ziel van je los en dan ben je overgeleverd aan satanische krachten. Je land en je stad waar je zo trots op bent zal een woestenij worden.


Jeremia 6:9-12 Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zij zullen het overblijfsel van Israël als een wijnstok nauwkeurig nalopen. Laat uw hand terugkeren als een druivenplukker langs de ranken. 10. Tegen wie zal ik spreken, en wie zal ik waarschuwen dat zij zullen luisteren? Zie, onbesneden is hun oor, zodat ze niet in staat zijn om er acht op te slaan, zie, het woord van de HEERE is hun tot smaad, ze vinden er geen vreugde in. 11. Daarom ben ik vol van de grimmigheid van de HEERE, ik ben het moe haar in te houden. Giet haar dan uit over de kleine kinderen op straat, over de kring van de jongemannen bij elkaar. Ja, ook de man zal met de vrouw gevangen worden genomen, de oudere met de hoogbejaarde. 12. Hun huizen zullen overgaan in de handen van anderen, samen met de akkers en de vrouwen, want Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen de inwoners van dit land, spreekt de HEERE.


Zij zullen het overblijfsel van Israël als een wijnstok nauwkeurig nalopen….. 

De Babyloniërs ontzien niemand. Het wordt vergeleken met iemand die alle druiven van de wijnstok afplukt en er geen druifje laat zitten.

Het is de Heer van de Legermachten die dit laat gebeuren. Achter de macht van de Babyloniërs, staat een nog veel Hogere Legermacht! …. en het doet ze helemaal niets!

Het is niet Nebukadnezar die hen verslaat, maar het is God die het in zijn hart geeft om Zijn volk heel hard door elkaar te schudden, opdat ze zich alsnog naar Hem keren.

Tegen wie zal ik spreken, en wie zal ik waarschuwen dat zij zullen luisteren? Jeremia doet niet anders dan Gods boodschap kenbaar te maken. Maar het werkt niets uit. Er wordt gewoon niet geluisterd. Onbesneden is hun oor….. dat maakt dat ze er niet eens op kunnen letten. Als je je hart bewust afkeert van de levende God, dan ben je zo blind en doof dat je ook niet eens meer de liefde en zorg proeft die God voor je heeft. Het is gevolg van een beslissing van je wil. Zoals Yeshua later zegt: “ge hebt niet gewild”. (Math. 23:37)

Het woord van YHWH is hun tot smaad….. met dat heilige Woord, wat vreugde zou moeten uitwerken, wordt de spot gedreven. Hoewel ze gewoontegetrouw hun formele plechtigheden van de tempeldienst in stand hielden, waren hele families bezig met het maken van offerkoeken voor Ishtar, de “koningin van de hemel”. (Jer. 7:18)

Ik ben vol van de grimmigheid van de HEERE…. God is woedend en Hij kan Zijn heilige boosheid niet langer inhouden. God laat iets zien van Zijn wezen dat hier vol van grimmigheid, vol woede is. Die heftige reactie ontstaat vanwege de miskenning van Zijn liefde die Hij het volk heeft bewezen. Nu zal die woede worden uitgegoten over de kleine kinderen op straat, de jongemannen die bij elkaar komen, man en vrouw zullen beiden gevangen genomen worden, ook de hoogbejaarden zullen niet aan het oordeel ontkomen. Huizen en akkers komen in handen van de vijand en zo zal YHWH Zijn hand uitstrekken over Zijn volk.   


Jeremia 6:13. Want van hun kleinste tot hun grootste, ieder van hen is uit op winstbejag. Van profeet tot priester pleegt ieder van hen bedrog. 14. Zij genezen de breuk van Mijn volk op het lichtst, door te zeggen: Vrede, vrede! Maar er is geen vrede. 15. Staan zij beschaamd, omdat zij een gruweldaad gedaan hebben? Ze schamen zich niet in het minst, ja, zij weten van geen blozen. Daarom zullen zij vallen onder hen die vallen; ten tijde dat Ik hen zal straffen, zullen zij struikelen, zegt de HEERE.


Ieder van hen is uit op winstbejag. Van profeet tot priester pleegt ieder van hen bedrog. God keek naar de cultuur van het koninkrijk Juda en zag hoe door en door hebzuchtig en corrupt het was. Zelfs – of misschien vooral – de profeet en de priester maakten deel uit van de hebzucht en corruptie. Zij gingen het volk voor in het kwade.

Zij genezen de breuk van Mijn volk  op het lichtst, door te zeggen: Vrede, vrede! Maar er is geen vrede. Je hebt zwarte magie en witte magie, en zo is het ook met de zonden. Het wrede, pijnlijke kwaad en het lieflijk klinkende kwaad. Dat kennen we in alle culturen en tijden.

Het woord vrede “shalom” houdt heel veel in. Het betekent ook rust, welbevinden, geheel of compleet. 

Het was daar - maar is ook hier - een uitgehold begrip. De profeten en priesters gebruiken onwaarachtige woorden om mensen te troosten en te kalmeren. Daarom zal het onheil vooral hen treffen; zij zullen struikelen en ten val komen vanwege hun eigen profetische mooipraterij.

In de brief aan de Filippenzen wordt de echte vrede mooi omschreven.

Filippenzen 4:7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. 

Hier plakken we icoontjes of stickers met het woord “peace”. Oppervlakkig gezien is “vrede” de afwezigheid van oorlog. Als zo die vrede in Jeruzalem als “genezing” gebruikt werd, zouden ze spoedig merken dat er ook van die zogenaamde vrede geen sprake meer is.

Ze schamen zich niet en weten van geen blozen…. Dan ben je al ver heen als je iedere schaamte over je zonden mist. Dan word je te schande.

Jeremia 7:19 Verwekken zij Mij tot toorn? spreekt de HEERE. Doen zij het zichzelf niet aan, tot schande van hun eigen gezicht?

Moge Gods toorn en grimmigheid de schaamte en bekering bewerken.


Jeremia 6:16 Zo zegt de HEERE: Ga staan op de wegen, en zie, vraag naar de aloude paden, waar toch de goede weg is, en bewandel die. Dan zult u rust vinden voor uw ziel. Maar zij zeggen: Wij bewandelen die niet. 17. Ik heb wachters over u aangesteld: Sla acht op het geluid van de bazuin! Maar zij zeggen: Daar slaan wij geen acht op.


Zo zegt de HEERE: Ga staan op de wegen, en zie, vraag naar de aloude paden…. Wat zijn die “aloude paden?”  De aloude paden is het leven met God, zoals Hij dat had bedoeld. In vers 19 staat: “ze hebben Mijn wet verworpen”.  Ook in Jer. 18:11 “ze hebben mijn Tora niet in acht genomen”.

Dan zult u rust vinden voor uw ziel. Deze zin wordt door Yeshua geciteerd in Mattheüs 11:29. Als ze Gods geboden zouden houden zou dat rust betekenen. Blijkbaar merkten ze de onrust in hun ziel niet op. Ze hadden geen belang bij Gods wet. .

Maar zij zeggen: Wij bewandelen die niet. Dat zeggen ze doodleuk, alsof dat geen consequenties heeft. Dit brutale antwoord kenmerkt hun goddeloosheid. Het maakt heel duidelijk dat ze een verkeerde keuze hebben gemaakt. Ze willen het niet. “Ge hebt niet gewild”. (Math. 23:37) Ze letten ook niet op het geluid van de bazuin en ze luisteren niet naar “de wachters”. Wachters die wij uit die periode vanuit Gods Woord kennen zijn Jeremia en Habakuk. Die hadden het niet makkelijk.  


Jeremia 6:18-20 Daarom, heidenvolken, luister, weet, gemeenschap, wat er onder hen leeft! 19. Luister, aarde, zie, Ik breng onheil over dit volk. Dat is de vrucht van hun gedachten. Want op Mijn woorden hebben zij geen acht geslagen, en Mijn wet, die hebben zij verworpen. 20. Waarom zou voor Mij wierook uit Sjeba moeten komen en de beste kalmoes uit een ver land? Uw brandoffers zijn Mij niet welgevallig, en uw slachtoffers zijn Mij niet aangenaam.


Daarom, heidenvolken, luister, weet, gemeenschap,….luister aarde….. Hier worden alle wereldbewoners aangesproken, met uitzondering van Juda, want over hen gaat het. Wat door de HSV met “gemeenschap” is vertaald, is het Hebreeuwse woord  עֵדָה  “edah”, waarmee het tienstammenrijk werd aangesproken, wat meestal met “gemeente” wordt vertaald. En wat moeten ze horen, waar moeten ze naar luisteren?

Ik breng onheil over dit volk. Dat is de vrucht van hun gedachten. Geen acht geslagen op de woorden die God door Jeremia sprak, de wet van God verworpen…… Niet de zonden zelf zijn in de eerste plaats de reden voor het oordeel, maar het feit dat ze niet willen luisteren en dat ze Gods wet niet accepteren. Het is de vrucht van hun gedachten, d.w.z. het is niet Gods idee, het komt voort uit hun eigen gedachten, die niet getoetst zijn aan de Tora. God zou de zonden graag vergeven, als ze die zouden erkennen. Voor ons geldt hetzelfde en God wil de zonden graag vergeven door het bloed van Zijn Zoon dat ook gevloeid heeft voor Gods kinderen tijdens het oude verbond. (Heb. 9:15)

YHWH heeft helaas geen contact met Juda. Ze leggen al Gods woorden naast zich neer. God verlangt naar een liefdevolle, vertrouwelijke omgang met Zijn volk. Eerst geloof, vertrouwen van waaruit de werken zullen volgen.

Waarom zou voor Mij wierook uit Sjeba moeten komen…. Ja waarom? Dat is het verleggen van de aandacht op bijzaken. Wierook was nodig voor het reukoffer, een beeld van de gebeden van de gelovigen. Het ging God juist om die gebeden. Dat zou gemeenschap inhouden, maar of wierook uit Sjeba komt is van minder belang. Kalmoes voor de heilige zalfolie hoefde ook niet uit een ver land te komen. Hetzelfde zag ik in een Nederlandse kerk, waar voor de besprenkeling van kinderen (kinderdoop), water uit de Jordaan was overgevlogen. Brandoffers en slachtoffers zonder gelovig zondebesef, maken God alleen maar boos. Dat zijn allemaal dingen die en soort religieuze bevrediging dienen. Maar de Here zoekt een hart dat voor Hem open staat.

2 Kron. 16:9a Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat


Jeremia 6:21 Daarom, zo zegt de HEERE:Zie, Ik ga dit volk struikelblokken geven waarover zij zullen struikelen: de vaders samen met de zonen, de buurman met zijn naaste, zij zullen omkomen.


God legt struikelblokken neer. Niet Nebukadnezar, niet de Babyloniërs…. die doen dat alleen maar omdat ze door God gestuurd zijn, al doen ze er waarschijnlijk wel een schepje bovenop. Het is God die de vaders en de zonen, de buren die naast elkaar wonen, straft. Ze zullen omkomen!


Jeremia 6:22 Zo zegt de HEERE: Zie, een volk komt uit het land in het noorden, een grote natie zal opgewekt worden van de uithoeken van de aarde. 23. Boog en werpspies grijpen zij vast, meedogenloos is het, zij zullen geen medelijden hebben. Hun geluid bruist als de zee, en zij rijden op paarden, als mannen opgesteld voor de strijd tegen u, dochter van Sion. 24. Wij hebben het gerucht over hem gehoord, wij hebben de moed verloren, benauwdheid heeft ons aangegrepen, smart als van een barende vrouw. 25. Trek het veld niet in, ga de weg niet op, want daar is het zwaard van de vijand, angst van rondom.6. Dochter van Mijn volk, omgord u met een rouwgewaad, wentel u in de as, bedrijf rouw over een enig kind, betoon een zeer bittere rouwklacht, want plotseling zal over ons de verwoester komen.


Zie, een volk komt uit het land in het noorden, een grote natie zal opgewekt worden van de uithoeken van de aarde. Je ziet hier dat Jeremia’s profetie verder reikt dan de tijd waarin hij leeft.  De grote natie uit het noorden is duidelijk Babel. Mar dit is een voorlopige afbeelding van wat er aan het eind van de dagen in het groot over deze wereld zal komen. Ook dan zal dat grote leger door God gestuurd worden.

Meedogenloos is het, zij zullen geen medelijden hebben. In Jeremia 4:29 werd ook een barende vrouw tijdens de belegering als voorbeeld gegeven, ook daar werd ze dochter van Sion genoemd. Je zult maar met grote moeite je eerste kind baren terwijl om je heen de oorlog woedt. Zo wordt een beeld gegeven van de totale wanhoop van de dochter van Sion, het gebrek aan medelijden. Overal is paniek, angst, gevaar en dood.

Omgord je met een rouwgewaad.....rol je door het as.


Jeremia 6:27 Ik heb u aangesteld tot keurmeester onder Mijn volk, tot een vesting, opdat u hun weg zou kennen en beproeven. 28. Zij allen zijn de afvalligsten van de afvalligen, zij gaan rond met lasterpraat, als koper en ijzer zijn ze, verdervers zijn het, allemaal. 29. De blaasbalg is verbrand, het lood is door het vuur vergaan, tevergeefs heeft de smelter zo ijverig gesmolten, want de slechten zijn niet uitgezuiverd. 30. Verworpen zilver noemt men hen,  want de HEERE heeft hen verworpen.


De profeet wordt vergeleken met een keurmeester of zilversmid, die edel metaal onderzoekt in een smeltkroes. Hij moet de waarde bepalen van het metaal Juda en hij moet kijken of er nog iets verfijnd kan worden van het metaal. Daarbij jaagt hij het vuur aan met een blaasbalg. De toetsing leidt tot een teleurstellend resultaat, want hoe heter het vuur wordt, des te meer slakken en afval komen bovendrijven. Daarom wordt het zilver verworpen, d.w.z. afgekeurd. Zo zal het ook Juda vergaan; wanneer God hen keurt, krijgt Hij alleen maar weerbarstige ongehoorzaamheid te zien. Daarom worden zij door Hem afgekeurd. Jeremia 9:7. Zie ook Ez. 22:18 vv.  Juda zelf dacht dat ze een bijzonder kostbaar metaal waren te vergelijken met zilver, goud of platina. Wanhopig wordt er gezocht naar iets wat nog waardevol is. Er werd lood bijgevoegd als vloeimiddel om de onzuiverheden aan te trekken en toen werd de profeet Jeremia als de balg zelf gebruikt om het op te stoken tot een intense hitte door het vuur, maar Juda, het veronderstelde edele metaal, was zo hard en zo onzuiver dat het louteringswerk op niets uitliep.

Het vuur wordt verhit om te zuiveren. Het vuur moet heter, dus Jerermia gebruikt de blaasbalg, het vuur wordt heter en heter en het vuur wordt zo heet als het maar kan worden. Helaas, de uitslag van de keuring is dat er niets is dat waard is om het te bewaren. Het is nutteloos en terzijde gelegd: verworpen.

Dit betekent niet dat Israël heeft afgedaan! Waarom heeft God hen terug laten keren met Ezra en Nehemia?  Dit oordeel gold alleen voor deze specifieke situatie in die tijd. Er was geen ontkomen aan. Je mag dit niet lezen als een permanente verwerping van Gods Verbond met Israël. 

Dat zou nooit op deze manier gebeuren. Over dat louteringsproces lezen in Gods woord: 

1 Korinthe 3:11 Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus.
12. Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro,
13. ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven.
14. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen.
15. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.

Ik kan me voorstellen dat iemand die zwaar beproefd wordt denkt “o, dat ben ik, ik ben niets waard. Ik voel de hitte van het vuur...   God onderzoekt me en er is niets dat de moeite waard is. God zal me wegwerpen"  Die angst hoef je niet te hebben  als je je vertrouwen op de Yeshua uit Gods Woord hebt gesteld. Want dan is er iets van waarde, iets van overtreffende waarde in jou. God kan je nu onder het vuur verfijnen, louteren.  Het kan zuiverend en moeilijk zijn. 

Ik heb hierover een bemoedigend artikel van Derek Prince gevonden, wat ik hieronder plaats:

 

...dat uw geloof niet ophoudt

In Maleachi 3:2-3 schildert de profeet een prachtig beeld van Jezus als de langverwachte Messias, die tot Zijn volk komt en het behandelt zoals een goudbewerker zijn goud en zilver: 
 
Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? Wie zal bij Zijn verschijning standhouden? Want Hij is als vuur van een edelsmid, en als zeep van de blekers. Hij zal zitten als iemand die zilver smelt en reinigt. Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver. Dan zullen zij de HEERE een graanoffer brengen in gerechtigheid. 
 
Bij het louteren van goud en zilver deed de smelter het onzuivere metaal in een pot boven het heetste vuur dat hij kon maken. Als het metaal in de pot kookte, werd de 'droesem' - dat wil zeggen de onzuiverheden - naar de oppervlakte gedreven en eraf geschept (zie Spreuken 25:4). Dit proces ging net zolang door totdat alle onzuiverheden verwijderd waren en er niets anders dan alleen het zuivere metaal was overgebleven. Er wordt gezegd dat de smelter, als hij zich over de pot heen boog, pas tevreden was als hij zijn spiegelbeeld helder en zuiver kon zien in het oppervlak. Zo blijft ook de Heer, als onze smelter, ons voortdurend onderwerpen aan vuurproeven, totdat Hij Zijn Eigen beeld zonder vervormingen in ons leven weerspiegeld ziet. Beproevingen en moeiten zijn de smeltkroes waarin God Zijn volk zuivert en reinigt, totdat ze aan de eisen van Zijn heiligheid beantwoorden. Verschillende oudtestamentische profeten passen dit beeld schitterend toe op het overblijfsel van Israël, dat bestemd is om Gods oordelen te overleven en in Zijn gunst hersteld te worden. Hij zegt in Jesaja 48:10 bijvoorbeeld tegen hen:
 Zie, Ik heb u gelouterd, maar niet als zilver; Ik heb u beproefd in de smeltkroes van ellende. 
En opnieuw in Zacharia 13:9: 
Ik zal dat derde deel in het vuur brengen en het louteren, zoals men zilver loutert. Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft. Het zal Mijn Naam aanroepen en Ik zal het verhoren. Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God. 
Metalen die door de smeltoven heen zijn gegaan, worden 'gelouterd' genoemd. Alleen deze metalen zijn erkend als waardevol. Metalen die de proef niet hebben doorstaan, heten 'afgekeurd'. In Jeremia 6:30 werd Israël verworpen zilver genoemd, omdat zelfs de meest zware en herhaalde oordelen van God niet bij machte waren geweest hen te louteren. In het Nieuwe Testament benadrukken Petrus, Jacobus en Paulus dat het ons geloof is wat beproefd wordt. Dat is het 'metaal' van buitengewone waarde, dat pas geaccepteerd wordt nadat het de vuurproef heeft doorstaan. Tijdens het laatste avondmaal waarschuwde Jezus Petrus dat hij spoedig zijn Heer zou verloochenen en in dit verband zei Hij tegen hem: Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt (Lukas 22:32). Gezien de druk die Petrus te wachten stond en de zwakheden in zijn karakter, was zijn falen, toen de crisis kwam, onvermijdelijk. Niets kon dat voorkomen of tegenhouden. Toch zou niet alles verloren zijn. De weg zou voor hem open blijven om terug te keren en zijn Heer opnieuw te belijden, op één voorwaarde: dat zijn geloof niet zou ophouden... 
 
Ditzelfde geldt voor elk van ons. Er zullen tijden van beproeving komen die ondraaglijk lijken. Het kan zijn dat we, net als Petrus, toegeven en tijdelijk falen. Maar dan nog is alles niet verloren! Er is een weg terug, op één voorwaarde: dat ons geloof niet ophoudt. Geen wonder dus dat geloof kostbaar wordt genoemd, oneindig veel meer dan het materiële tegenbeeld, het ...goud dat vergaat... (1 Petrus 1:7). Zolang we onder verdrukking ons geloof niet laten varen, zullen we in staat zijn om met Job in zijn uur van beproeving en onheil, te zeggen: Maar Hij (God) kent de weg die ik ga. Laat Hij mij beproeven - ik zal er als goud uitkomen. (Job 23:10)
 
 
Vader, laat mijn geloof de vuurproef van verdrukking en moeite doorstaan, zodat uw spiegelbeeld in mijn leven zichtbaar worde - niet troebel en vaag, maar helder en scherp. Dank U dat U mij - door de verdrukking heen - voortdurend ziet en bewaart, zodat ik niet verbrand, maar Uw heerlijkheid weerspiegel. Amen.