English & other languages: click here!

Jeremia 25 - Profetie 70 jaar ballingschap - oordeel over de naties

We hebben al vaker gemerkt dat de hoofdstukken niet altijd chronologisch zijn gerangschikt. De profetie van dit hoofdstuk is gedateerd enige tijd voor de laatst voorafgaande hoofdstukken. .....In het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, koning van Juda – dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel – Jer. 25:1. Er is ook verondersteld dat Jeremia een herhaling van de gebeurtenissen aan koning Zedekia doorgeeft. Maar Jeremia heeft deze feiten niet eerder gedeeld.

In de eerste 11 verzen profeteert Jeremia dat de ballingschap 70 jaar zal duren. Vanaf vers 12 lezen we over het oordeel over de volken en de Dag van YAHWEH, dat is de oordeelsdag. Hoewel de ballingschap geheel volgens Gods plan plaaatsvindt, zal Babel en zijn koning ervoor worden gestraft (de verzen 12-14) evenals 'alle volken'. (de verzen 15-29) De HEERE begint met Zijn oordeel met Jeruzalem, maar uiteindelijk zullen alle volken worden gestraft vanwege hun goddeloosheid, ook Babel.


Jeremia 25:1-2 Het woord dat tot Jeremia is gekomen over heel het volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, koning van Juda – dit was het eerste jaar van Nebukadrezar, koning van Babel – 2. dat de profeet Jeremia gesproken heeft tot heel het volk van Juda en tot al de inwoners van Jeruzalem:


In het vierde jaar van Jojakim : Dit was 605 voor Christus, een belangrijk jaar in de wereldgeschiedenis en de bijbelse geschiedenis. In de wereldgeschiedenis werden de Egyptenaren door Babel verslagen bij Karchemis (Jeremia 46:2 e.v.) in het moderne Turkije, vlakbij de Syrische grens. Tot die tijd had Juda onder Egyptisch gezag gestaan. Vanaf die tijd werd koning Jojakim een vazalkoning onder gezag van Babel. (2 Kon, 24:1) Niet lang daarna komt Jojakim in opstand.  Nebukadrezar belegert Jeruzalem en de eerste wegvoering vond plaats. Ook Daniël werd meegenomen. (Daniël 1:1-2)

de profeet Jeremia heeft gesproken  tot heel het volk van Juda en tot al de inwoners van Jeruzalem....... de boodschap was voor allen bestemd, maar in hoeverre er aandacht aan is geschonken, is maar zeer de vraag.


Jeremia 25:3 Vanaf het dertiende jaar van Josia, de zoon van Amon, de koning van Juda tot op deze dag – dit is het drieëntwintigste jaar – is het woord van de HEERE tot mij gekomen. Ik sprak vroeg en laat tot u, maar u hebt niet geluisterd. 4. Ook heeft de HEERE tot u al Zijn dienaren, de profeten, vroeg en laat gezonden, maar u hebt niet geluisterd en uw oor niet geneigd om te luisteren. 5. Ze zeiden: Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg en van uw slechte daden. Dan zult u eeuw uit en eeuw in blijven wonen in het land dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft. 6. Ga niet achter andere goden aan om die te dienen en u voor hen neer te buigen. Verwek Mij niet tot toorn door het werk van uw handen, dan zal Ik u geen kwaad doen. 7. Maar u hebt naar Mij niet geluisterd, spreekt de HEERE, zodat u Mij tot toorn verwekte met het werk van uw handen, uzelf ten kwade.


dit is het drieëntwintigste jaar dat het woord van de HEERE tot mij is gekomen......... 

Het Woord van YHWH kwam voor het eerst tot Jeremia in het dertiende jaar van koning Josia, in 627 v,Chr. De profeet begint met een aanklacht tegen het volk. Hij stond 's morgens vroeg op en ging door tot in de avond om Gods woorden tot leven door te geven.

maar u hebt niet geluisterd........Wat frustrerend moet het voor hem zijn geweest. Hij heeft drieëntwintig jaar geprofeteerd, maar er werd niet naar hem geluisterd. Ook de HEERE stuurde vroeg en laat boodschappers.

Bekeer u toch, ieder van zijn slechte weg en van uw slechte daden.....Daar kwam nog bij dat ze niet alleen Jeremia niet wilden horen, maar dat ze ook  de andere knechten van God maar lieten praten.

De profeten hebben opgeroepen zich te bekeren en geen afgoden (het werk van uw handen) te dienen. 

Zo heeft men God tot toorn verwekt, "uzelf ten kwade". Inderdaad, ze hadden zichzelf daarmee. Steeds gaf YHWH het volk de kans zich te bekeren en het oordeel af te wenden. God heeft er werkelijk alles aan gedaan, maar men heeft niet gewild! (Matth.23:27)


Jeremia 25:8-11 Daarom, zo zegt de HEERE van de legermachten: Omdat u niet naar Mijn woorden hebt geluisterd, 9. zie, Ik ga een boodschap zenden en Ik zal alle geslachten uit het noorden halen, spreekt de HEERE, en ook een boodschap zenden naar Nebukadrezar, de koning van Babel, Mijn dienaar. Ik zal hen over dit land brengen, over zijn inwoners en over al deze volken rondom. Ik zal hen slaan met de ban en hen stellen tot een verschrikking, tot een aanfluiting, en tot eeuwige puinhopen. 10. Ik zal uit hun midden doen verdwijnen de stem van de vreugde, de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, het geluid van de molenstenen en het licht van de lamp. 11. Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen.


Daarom, zo zegt YHWH van de legermachten....... deze "intro" moet ons alert maken en moet hier Juda wakker schudden. De Opperste Bevelhebber van de hemelse legermachten spreekt. 

Ik zal alle geslachten uit het noorden halen...... Vanwege de ongehoorzaamheid stuurt God volksstammen (bondgenoten van Babel) uit het noorden onder leiding van Nebukadnezar

Nebukadrezar, de koning van Babel, Mijn dienaar. Ik zal hen over dit land brengen..... Nebukadnezar, wordt  een dienaar van God genoemd. (Jeremia 27:6 en Jeremia 27:43). Hij is zeker een knecht van God, want Nebukadnezar is door God aangesteld als het “Gouden Hoofd van de volken". Nebukadnezar was het hoofd van het beeld met die wereldrijken, beschreven in Daniël 2.

Daniël 2:37 U, o koning, bent een koning der koningen, want de God van de hemel heeft u het koningschap, macht, sterkte en eer gegeven. 38. Overal waar de mensenkinderen wonen, heeft Hij de dieren van het veld en de vogels in de lucht in uw hand gegeven. Hij heeft u aangesteld tot heerser over dit alles. U bent dat gouden hoofd.

Ik zal hen slaan met de ban en hen stellen tot een verschrikking, tot een aanfluiting, en tot eeuwige puinhopen.........

Nebukadnezar kreeg die titel niet omdat hij rechtvaardig was in Gods ogen, maar omdat hij als het instrument van de Heer het goddelijke plan voor Juda en de naties moest uitvoeren. Hij deed onbewust Gods wil door hen, die onder de vloek vielen, uit te roeien. God maakt gebruik van de wereldmachten om Zijn volk tot Hem terug te brengen.

Ik zal uit hun midden doen verdwijnen de stem van de vreugde, de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid....... dat alles zal er niet meer zijn. Deze woorden tekenen de verlatenheid, de troosteloosheid, de dodelijke stilte, de ijzige sfeer, in wat eens het Land van de Belofte was.

Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen...... Hier geeft God aan Jeremia een openbaring, zodat dit tot troost zal zijn. Aan deze situatie zal een einde komen. Vaak werden deze getallen in de kerken symbolisch genomen, maar als we gaan ontdekken dat God ons letterlijke aanwijzingen geeft in Zijn Woord, gaan we ineens veel meer begrijpen. De zeventig jaar ballingschap is een rond getal, gerekend vanaf het vierde jaar van Jojakim (605 v. Chr.) tot het begin van de terugkeer onder koning Kores (Cyrus), ongeveer 536 v.Chr.  Zacharia 1:12; 2 Kronieken 36:20-23).

Daniël ontdekte bijna 70 jaar later deze profetie!

Het begon er allemaal mee, dat de profeet Daniël tijdens zijn ballingschap zijn Bijbel las: het boek Jeremia, waar wij nu ook mee bezig zijn! Hij ontdekte daarin dit gedeelte, waarin Jeremia profeteerde dat de ballingschap 70 jaar zou duren. Daniël nam dat letterlijk en begon te rekenen! 

Jeremia 25:11 Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen. 12. Maar het zal gebeuren wanneer de zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk – spreekt de HEERE – hun ongerechtigheid zal vergelden, en ook het land van de Chaldeeën en Ik zal dat maken tot eeuwige woestenijen.

Jeremia 29:10 Want zo zegt de HEERE: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats.

Daniël las deze beide teksten waarvan hij wist dat ze ver weg in Jeruzalem waren geschreven: Hier kon Daniël zich aan vastklampen. Hij begreep dat de ballingschap bijna voorbij was! Wat doet Daniël dan?  Hij zegt: "En ik richtte mijn aangezicht tot de Here God, om te zoeken door GEBED en SMEEKBEDEN, met VASTEN en ZAK en AS!" Daniël 9:3. God gaf hem wijsheid en inzicht. En zo kon hij zich met zijn volksgenoten voorbereiden op de terugreis, die onder koning Kores (Cyrus) mogelijk werd gemaakt. Door dit gebeuren bij Daniël zitten we ook even verder in de tijd. We gaan nu weer terug naar de tijd van Jeremia, vlak voor de ballingschap.


Jeremia 25:12-14 Maar het zal gebeuren wanneer de zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk – spreekt de HEERE – hun ongerechtigheid zal vergelden, en ook het land van de Chaldeeën en Ik zal dat maken tot eeuwige woestenijen. 13. Ik zal over dat land al de woorden brengen die Ik daarover gesproken heb, al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. 14. Want vele volken en grote koningen zullen zich door hen laten dienen. Zo zal Ik hun naar hun daden en naar het werk van hun handen vergelden.


Maar het zal gebeuren wanneer de zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk – spreekt de HEERE – hun ongerechtigheid zal vergelden,......

Aan het einde van de zeventig jaren zal de HEERE Zelf Babylon vernietigen. Het rijk dat dan geregeerd wordt door Belsazar, wordt overwonnen door de Perzen, (Ezra 1:1-2; 2 Kron. 36:22 en Jes. 45:13 

Zo zal Ik hun naar hun daden en naar het werk van hun handen vergelden.......Veel volken en grote koningen zullen zich door de Babyloniërs (Chaldeeën) laten dienen. De onderdrukker wordt zelf slaaf! De Meden en de Perzen zullen vanaf 539 v.Chr. de baas worden in Babel en later, in 331 v.Chr. de Grieken. (Daniël 8:20-21) Nebukadnezar en de Babyloniërs waren Gods dienaar 

daden en werken van hun eigen handen .......Ze dienden met eigen handen onbewust Gods doel, maar het was geen excuus of rechtvaardiging voor hun daden.( Jeremia 25:9 ) bij het voltrekken van Gods oordeel over Juda; ze zouden geoordeeld worden naar hun kwaadwilligheid.  (Zach. 1:15)

vele volken en grote koningen.......het gaat hier om de Meden en de Perzen met hun vele bondgenoten of schatplichtige koningen onder Kores (Cyrus de Grote). Ze zouden dwangarbeid opleggen aan de voorheen onoverwinnelijke Babyloniërs.


Jeremia 25:15-16 Want zo heeft de HEERE, de God van Israël, tegen mij gezegd: Neem deze beker van de wijn van de grimmigheid uit Mijn hand, en geef die te drinken aan al de volken tot wie Ik u zend, 16. zodat zij drinken en waggelen en zich als een waanzinnige gedragen vanwege het zwaard dat Ik onder hen zend.


Neem deze beker van de wijn van de grimmigheid uit Mijn hand........ De volgende verzen gaan over een  rechtsgeding met Juda’s omringende volken. Hiervoor wordt het beeld van een beker gebruikt, een beeld dat we op talrijke plaatsen in Gods Woord tegenkomen. Jeremia moet deze beker,  die is gevuld met Gods toorn (wijn der grimmigheid), te drinken geven aan alle volken waarheen de HEERE hem zendt.

Psalm 75:9 Want in de hand van de HEERE is een beker. Daarin schuimt de wijn, overvloedig gekruid. Hij schenkt eruit; zelfs zijn droesem moeten alle goddelozen van de aarde tot op de bodem opdrinken.

Jesaja 51:17 Ontwaak, ontwaak, sta op, Jeruzalem! U die uit de hand van de HEERE gedronken hebt de beker van Zijn grimmigheid; de droesem uit de beker van bedwelming hebt u gedronken, opgedronken.

Yeshua's  kruisdood was ook een drinken van "de beker der gramschap (grimmigheid) van God".  Het is de beker van het oordeel. Yeshua werd als het ware een vijand van God. Hij werd veroordeeld en vanuit Zijn reddende liefde, genoodzaakt de beker van de toorn van de Vader te drinken, zodat wij niet uit die beker hoefden te drinken. Het nemen van deze figuurlijke beker bezorgde Hem de grootste strijd in Zijn verlossingswerk. Het is dan ook alleszins begrijpelijk dat Hij in Getsemane vroeg of de beker aan Hem voorbij mocht gaan (Lukas 22:42). Maar er was geen andere weg om Gods kinderen van het oordeel vrij te spreken. Ik denk ook dat Lukas 12:50 dezelfde benauwdheid van Yeshua uitdrukt. Maar in Getsemane overwon Hij, gesterkt door een engel, Zijn zware zielenstrijd. Hij was Overwinnaar in Zijn strijd en in Zijn vernedering en klaar om de "beker van Gods toorn" te drinken. Toen het arrestatieteam op Hem af kwam vroeg Hij: "Wie zoekt u?" antwoordden ze "Jezus de Nazarener".  Yeshua zei: "Ik ben het!" en toen deinsden zij terug en vielen op de grond. (Joh.18:4-6) Niemand nam Zijn leven, maar Yeshua gaf het uit Zichzelf. (Joh.10:17-18) 

Alle volken die worden genoemd in de verzen 17-26 zullen Gods toorn moeten indrinken. Vanwege de wijn zulen de volken waggelen en zich als een waanzinnige gedragen.


Jeremia 25:17-26 Toen nam ik deze beker uit de hand van de HEERE en gaf die te drinken aan al de volken tot wie de HEERE mij gezonden had: 18. aan Jeruzalem en de steden van Juda, zijn koningen en zijn vorsten, om die te maken tot een puinhoop, tot een verschrikking, tot een aanfluiting en tot een vloek, zoals het heden ten dage is, 19. aan de farao, de koning van Egypte, zijn dienaren, zijn vorsten en heel zijn volk, 20. aan alle mensen van allerlei herkomst en al de koningen van het land Uz, aan al de koningen van het land van de Filistijnen, aan Askelon, Gaza, Ekron en het overblijfsel van Asdod, 21. aan Edom, Moab en de Ammonieten, 22. aan al de koningen van Tyrus, al de koningen van Sidon, en de koningen van de kustlanden die liggen aan de overkant van de zee, 23. aan Dedan, Tema, Buz, en allen die kaalgeschoren zijn aan hun slapen, 24. aan al de koningen van Arabië en al de koningen van de gemengde bevolking die in de woestijn woont, 25. aan al de koningen van Zimri, al de koningen van Elam en al de koningen van Medië, 26. aan al de koningen van het noorden, die dichtbij en veraf zijn, de een na de ander; ja, aan al de koninkrijken van de aarde, die op de aardbodem zijn. Na hen zal de koning van Sesach drinken.


Toen nam ik deze beker uit de hand van de HEERE en gaf die te drinken aan al de volken tot wie de HEERE mij gezonden had...... De oordelen die Jeremia over de volken moet uitspreken, worden door de satan uitgevoerd, want het zijn slechte heersers die de volken veroveren en verdelgen. Zij laten zich niet leiden door God, maar door de satan. Toch is ook de satan uiteindelijk niet meer dan een middel in Gods hand om de volken tot de erkenning te brengen dat YHWH, de HEERE, God is.

Jeruzalem en de steden van Juda.........

Het oordeel zou beginnen onder het volk van God.  Zij zouden de eersten zijn die de beker van Gods toorn zouden drinken.  (Spreuken 11:31)  De oordelen  worden door Jeremia profetisch uitgesproken en zullen van kracht zijn. De oordelen over vele volken die hier worden genoemd, zal Jeremia later in dit boek uitvoeriger beschrijven, in Jeremia 46-51.

Juda moet de "beker van Gods toorn" als eerste drinken. Jeruzalem zal worden verwoest in 586 v.Chr.

Bij het 10-stammenrijk was dat al meer dan 100 jaar eerder gebeurd. 

Dit is geschreven voor het komende oordeel:

1 Petrus 4:17 Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn? 18. En als de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en de zondaar verschijnen?

De lijst van volken begint met Egypte (vers 19), de andere wereldmacht van die tijd. Dit werd gevolgd door een lange lijst van andere volkeren en naties, met speciale aandacht voor hun koningen of leiders. Deze lijst heeft zijn uiteindelijke vervulling aan het einde van het tijdperk in het oordeel van de naties. (Matth. 25:31-46) De lijst eindigt met Sesach (vers 26). Door meerdere uitleggers wordt aangenomen dat hier Babel bedoeld wordt, wat na de opsomming van de voorgaande rijken wel aannemelijk is. Na de oordelen die Babel als de tuchtroede van de HEERE over de diverse volken heeft uitgevoerd, zal dat volk zelf de beker van Gods toorn moeten drinken. Zij verdienen dat oordeel omdat ook zij zich aan vele misdragingen hebben schuldig gemaakt. Ze hebben niets geleerd van de oordelen die ze hebben uitgevoerd, maar hebben dit in hoogmoed gedaan. Omdat Babel de laatste is die uit de beker van Gods toorn drinkt,  bereikt dit ook het hoogtepunt van Gods oordelen. In de eindtijd heerst satan over alle rijken en de corrupte wereldpolitiek is in Gods hand. Maar de wereldpolitiek wil God van het toneel, zoals ze ook Yeshua wilden doden bij Zijn eerste komst. Je hoort dit heel duidelijk in de uitspraken van de Joodse professor Harari, die een vertrouwensman is bij menig wereldlijk politiek leider en vooral bij het World Economic Forum (WEF). Maar Yeshua zal bij Zijn tweede komst niet als lijdende Knecht verschijnen, maar als Rechter! 

We zien wat in de toekomst gaat gebeuren allemaal al lang geleden geprofeteerd in "Het Lied van Mozes":

Deuteronomium 32:39 Zie nu in dat Ik, Ik Die ben, er is geen God naast Mij. Ík dood en Ik maak levend, Ik verwond en Ík genees en er is niemand die uit Mijn hand redt! 40. Want Ik hef Mijn hand op naar de hemel en zeg: Zo waar Ik in eeuwigheid leef: 41. Als Ik Mijn glinsterend zwaard wet, Mijn hand het grijpt voor het oordeel, zal Ik de wraak laten terugkomen op Mijn tegenstanders, en het hun die Mij haten, vergelden. 42. Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten van het bloed van de gesneuvelde en de gevangene, van het hoofd van de vijand met zijn loshangende haar. 43. Juich, heidenen, met Zijn volk! Want Hij zal het bloed van Zijn dienaren wreken. Hij zal de wraak laten terugkomen op Zijn tegenstanders, en Zijn land en Zijn volk verzoenen!


Jeremia 25:27-29 Dan moet u tegen hen zeggen: Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Drink, word dronken, spuw uit, val neer zodat u niet weer opstaat, vanwege het zwaard dat Ik onder u zend. 28. Mocht het gebeuren dat zij weigeren de beker uit uw hand te nemen om te drinken, dan zult u tegen hen zeggen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Drinken zult u! 29. Want zie, in de stad waarover Mijn Naam is uitgeroepen, begin Ik met onheil aan te richten en zou u dan in enig opzicht voor onschuldig worden gehouden? U zult niet voor onschuldig worden gehouden, want Ik roep het zwaard op tegen alle bewoners van de aarde, spreekt de HEERE van de legermachten.


Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Drink, word dronken, spuw uit.......  het bevel dat door de Opperste Bevelhebber van de hemelse legermachten uitgesproken wordt, bevat het woord  קָיָה  qayah, wat nogal "netjes" vertaald wordt met "spuw uit". Het betekent gewoon "braken" of "braaksel". (Strong 7006)  Het zwaard zal onder hen worden rondgezonden. 

als zij weigeren de beker uit uw hand te nemen om te drinken...... en weer is hier de Opperste Bevelhebber van de hemelse legermachten aan het woord.  Dan zegt Hij: Drinken zult u! Denk maar niet dat je onschuldig bent aan het onheil in Jeruzalem.  Jeruzalem is door de tijden heen een "steen des aanstoots" geworden, waaraan de naties zich vertillen. Zacharia 12:3

want Ik roep het zwaard op tegen alle bewoners van de aarde, spreekt de HEERE van de legermachten......  Door de geschiedenis heen heeft God gehandeld met elk van de naties die in de vorige verzen zijn opgesomd. Toch wijst de wereldwijde reikwijdte van dit oordeel op zijn uiteindelijke vervulling aan het einde van de tijd. YHWH van de hemelse legers – de Opperste Bevelhebber van de hemelse legermachten  – heeft het zo bepaald.

Het oordeel over Juda bleef beperkt tot zeventig jaar. Na die zeventig jaar is de tijd gekomen dat God ook Zijn tuchtroede, Babel, zal oordelen (Jer. 25:12). Hij heeft dat gedaan omdat Nebukadnezar in het uitvoeren van zijn opdracht verder is gegaan dan YHWH wil. De HEERE gebruikt Babel niet vanwege enige voortreffelijkheid van dat volk, maar vanwege de zonden van Zijn eigen volk. Ook de volken oogsten wat ze zaaien. Dat is een algemeen geldende regel voor ieder mens en elk volk (Galaten 6:7). Wat toen op kleinere schaal gebeurde zal in de loop van de geschiedenis zich uitbreiden over het hele wereldrond. Denk maar weer aan het beeld in de droom van Nebukadnezar, beschreven in Daniël 2.

God zal Zijn oordeel over Babel – en ook over andere volken – brengen overeenkomstig alles wat in dit boek van Jeremia staat en wat Jeremia heeft gesproken (Jer.25:13). Jeremia is tot profeet voor al de volken aangesteld (Jer. 1:10). Afgezien van zijn onvrijwillige deportatie, aan het eind van zijn leven, naar Egypte, staat het nergens beschreven dat Jeremia naar de andere volken ging. Maar hij moest wel namens YHWH het oordeel over hen uitspreken. In dat opzicht was hij een profeet voor de volken. Het is dan ook goed dat wij zijn woorden namens YHWH gesproken, ter harte nemen. 


Jeremia 25:30-33 En ú moet tegen hen al deze woorden profeteren, en tegen hen zeggen: De HEERE zal brullen als een leeuw vanuit de hoogte, vanuit Zijn heilige woning Zijn stem laten klinken. Hij zal geweldig brullen tegen Zijn woonplaats, Hij zal een vreugderoep als van druiventreders aanheffen tegen alle bewoners van de aarde. 31. Vreselijk gedruis zal komen tot aan het einde der aarde, want de HEERE heeft een rechtszaak met de volken; Híj zal een rechtszaak voeren met alle vlees. De goddelozen heeft Hij overgegeven aan het zwaard, spreekt de HEERE. 32. Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zie, onheil gaat uit van volk tot volk. Een zware storm wordt opgewekt van de uithoeken van de aarde. 33. De door de HEERE dodelijk gewonden zullen op die dag van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde liggen. Er zal over hen geen rouw bedreven worden, zij zullen niet verzameld en niet begraven worden: tot mest op de aardbodem zullen zij zijn.


De HEERE zal brullen als een leeuw vanuit de hoogte, vanuit Zijn heilige woning...... Wanneer het oordeel komt, zal Gods stem worden gehoord als het gebrul van een machtige leeuw. Hij zal geweldig brullen tegen Zijn woonplaats, dit is Jeruzalem. Zijn stem kun je niet ontlopen. Je kunt er niet voor weglopen.  

Hij zal een vreugderoep als van druiventreders aanheffen tegen alle bewoners van de aarde.... 

 

Het uitpersen van druiven  met de voeten was in de tijd van de Bijbel een vertrouwd begrip. Yeshua is geestelijk gezien de druiventreder in het eindoordeel. Hij vertreedt heel alleen Zijn vijanden. Het bloed spat op Zijn kleed. Zijn brullen is tegelijk een vreugderoep, want het oordeel over alle bewoners van de aarde betekent tegelijk de uitredding van het gelovig overblijfsel.

Jesaja 63:2-6 Waarom is dat rood aan Uw gewaad, en is Uw kleding als die van iemand die de wijnpers treedt? 3. Ik heb de pers alleen getreden; er was niemand uit de volken met Mij. Ik heb hen vertreden in Mijn toorn, hen vertrapt in Mijn grimmigheid. Hun bloed is op Mijn kleding gespat, heel Mijn gewaad heb Ik besmet. 4. Want de dag van de wraak was in Mijn hart, het jaar van Mijn verlosten was gekomen. 5. Ik keek rond, maar er was niemand die hielp; Ik ontzette Mij, want er was niemand die ondersteunde. Daarom heeft Mijn arm Mij heil verschaft, en Mijn grimmigheid, die heeft Mij ondersteund. 6. Ik heb de volken vertrapt in Mijn toorn, Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid, Ik heb hun bloed ter aarde doen neerdalen.

Zie, onheil gaat uit van volk tot volk..........Steeds weer wordt het wereldwijde karakter van het oordeel benadrukt.

De door de HEERE dodelijk gewonden zullen op die dag van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde liggen....... Dit afschuwelijke beeld is bijna niet te bevatten. Toch past het bij de beschrijvingen van oordeel in het boek Openbaring (Openbaring 19:11-18), waar ook de wijnpersbak ter sprake komt en het met bloed bevlekte kleed, zoals hierboven uit Jesaja 63 is geciteerd.

zij zullen tot mest op de aardbodem zijn...... De aanblik na het voltrekken van de grote oordelen maakt een mens onpasselijk. Overal  liggen dode lichamen, (Jer. 16:4) Geen rouw, geen begrafenis.....maar mest. (Jer. 8:2) Een grote schande in het Oude Oosten (Jer. 22:19), maar voor ons is dat net zo goed onverteerbaar als we daarbij zouden blijven stilstaan. 


Jeremia 25:34-38 Weeklaag, herders, en schreeuw het uit! Wentel u in de as, gebieders van de kudde! Want uw dagen zijn aangebroken, dat men afslachten zal, en uw verstrooiing, zodat u zult vallen als kostbaar vaatwerk. 35. De mogelijkheid tot ontvluchten voor de herders gaat verloren, de mogelijkheid tot ontkoming voor de gebieders van de kudde. 36. Hoor het geschreeuw van de herders, en het gejammer van de gebieders van de kudde, omdat de HEERE hun weide verwoest. 37. De vredige weiden worden vernield vanwege de brandende toorn van de HEERE. 38. Als een jonge leeuw heeft Hij Zijn schuilplaats verlaten, want hun land is geworden tot een woestenij vanwege de brandende toorn van de onderdrukker, ja, vanwege Zijn brandende toorn.


Weeklaag, herders, en schreeuw het uit!....... De herders die hier bedoeld worden zijn de koningen en leiders van de volken die in de verzen 17 tot met 26 opgesomd werden. In de oude cultuur werden zij allen herders genoemd. Ze zullen worden verstrooid en in stukken vallen als kostbaar aardewerk of fijn porselein. Er is geen mogelijkheid meer om te vluchten. Wie zou ook een toornige God kunnen ontvluchten? Als God je vijand is dan is Hij niet met menselijke moed te bestrijden. Je zult het moeten afleggen tegen Gods oordeel. 

Amos 2:14 Dan gaat voor de snelle de kans op ontvluchten verloren, de sterke zal zijn kracht niet inzetten, geen held zijn leven redden. 

Er zal gejammer zijn bij de leiders, als ze zien dat hun winstgevende terreinen verwoest zijn door een onderdrukkende macht, in dienst van God. De vredige weiden zijn veranderd in........ wat ik net las over het Afrikaanse Arlit: "de grond is vervuild met radioactief afval en we kunnen er niets tegen doen. We zijn volledig overgeleverd aan de wil van een multinational."    

Als een jonge leeuw heeft Hij Zijn schuilplaats verlaten........ De God van het oordeel wordt hier afgebeeld als een jonge leeuw die op de herders en de kudden afkomt. Ze zouden Hem niet kunnen weerstaan ​​zoals eens de herder David een leeuw doodde (1 Samuël 17:34-36).

 

2 Timotheüs 4: 3. Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. 4. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels.

Naschrift 

De profetie van Jeremia herhaalt zich en we zien onze tijd er in terug. Ook nu luistert men niet naar wat God te zeggen heeft, maar laat zich, zonder dat men zich dat realiseert, door satan overreden.  Satan werkt door middel van de "rede", dat is het "menselijk denkvermogen". Een vermogen dat God in ons geschapen heeft om in gehoorzaamheid aan Hem te functioneren. De satan heeft vele aanhangers die door hem tot redenaars zijn gemaakt, of liever gezegd "de rede als god" hebben en ons een "voorgeschreven werkelijkheid" voorhouden. Maar de Werkelijkheid is Christus! Veel mensen zien het verschil tussen waarheid en leugen niet meer, omdat ze zich niet of slechts oppervlakkig door God en Zijn Woord laten leiden. Ze bouwen in feite op menselijke wijsheden, de rede, zoals  die vaak op onze universiteiten als de hoogste wijsheid wordt beschouwd. Religie en politiek gaan hand in hand als de hoer op het beest. Om het onderscheid te leren zien heb je Woord en Geest nodig en dan ben je snel uitgepraat met mensen die "de rede" als hoogste wijsheid zien en daarmee Gods wijsheid afwijzen.

Jeremia ontmoette ze ook, de vele valse profeten, die hun eigen wijsheid als Gods wijsheid presenteerden. Het waren redenaars. Ze konden het zo mooi zeggen. Het is vleierij! Jeremia noemt het "woordenkramerij" (Jer. 23:32 NBG). Ze werden naar de ogen gekeken door de Judeeërs. Zoals zij hun boodschap brachten, dat was tenminste positief, dat streelde hun hart. Jeremia kon, in opdracht van God, steeds opnieuw roepen dat de mensen zich moesten bekeren van de afgodendienst die werd gecombineerd met het gaan naar de tempel. Hun profeten zagen  geen kwaad in die vermenging. De afgodendienaars werden zelfs door hen bemoedigd. Ze zegenden de zondaars in de naam van de HEER.  Maar Jeremia ging maar door met te zeggen dat het niet goed ging. Dat er geen recht werd gesproken en dat er niet om de armen werd gedacht. Dat de zonde niet als zonde werd benoemd. Dat ze hun hart op God moesten richten, Hem gehoorzamen en zich bekeren van de zonde. Anders zou het oordeel komen! Ballingschap, dood en verderf en de verwoesting van de mooie stad en tempel, waarop ze zo trots waren. Koning Zedekia liet Jeremia gevangen nemen omdat hij niet profeteerde wat de koning graag wilde horen.

Het oordeel, wat men lachend had afgewezen, kwam. En hoe......... 
Laten wij onze omgeving oproepen zich te bekeren. Laten we in ons denken, spreken en handelen ons houden aan de wijsheid die God in Zijn Woord gaf en niet aankomen met wereldse oneliners. Bekeer je waar nodig! Geef je over aan Yeshua/Jezus om te ontkomen aan het oordeel. Kom uit je comfortzone, want ook bij ons komt Gods oordeel. 

Laten we bidden zoals David dat deed: 

Psalm 139:23-24 Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. 24. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.