Jeremia 32 - de koop van een akker

 

Jeremia was de profeet die namens God het volk en de koning steeds weer op de zonden wees. Hij was daarom bepaald niet zo’n geliefd persoon. Koning Zedekia liet hem daarom ook opsluiten in de gevangenis. Jeremia had Zedekia gewaarschuwd dat hij zich beter kon overgeven aan de Chaldeeën. Maar ja, om je status en trots te moeten opgeven valt niet mee voor een koning die de Here niet vreest. Om deze boodschap tot zwijgen te brengen werd Jeremia in de gevangenis gezet.

 

In die gevangenis kreeg  Jeremia bezoek van zijn neef Hanameël. Dat was geen verrassing, want God had Jeremia al voorbereid op dit bezoek.  Jeremia wist precies wat hem te doen stond. Hanameël vroeg Jeremia: “Koop toch mijn akker die in Anathoth is, dat in het land van Benjamin is, want u hebt het recht van bezit en u hebt het recht van lossing. Koop hem voor uzelf! “. Toen wist Jeremia dat dit van God kwam.  Hanameël heeft het over “lossing” en dat past helemaal bij het onderwerp dat we in Leviticus 25 bestudeerden. Adonai wil dat Jeremia het land loskoopt dat aan één van zijn familieleden toebehoort. Zoals we zagen kon het land om de vijftig jaar vrijgekocht worden door de oorspronkelijke eigenaar of zijn familieleden.

 

Maar wat doe je met een stuk land als de belegeringswallen tegen de stadsmuren zijn opgebouwd? Als de Chaldeeën klaar staan om het land in te nemen? Maar Gods gedachten zijn anders dan onze menselijke overwegingen. En in vertrouwen gehoorzaamt Jeremia God, al zal hij het waarschijnlijk niet begrepen hebben.  De koopakte wordt opgesteld, getekend en verzegeld. Het geld wordt in zilver afgewogen. Het was blijkbaar heel belangrijk dat er getuigen bij waren. Behalve Hanameël, Baruch, vriend en secretaris van Jeremia, waren er nog Judeeërs op het binnenplein die er getuige van waren. De bijbel gebruikt hierbij tweemaal de uitdrukking “voor hun ogen”, d.w.z. dat deze transactie plaatsvond voor de ogen van getuigen.

 

In de Tora (Genesis 23) lezen we eveneens  dat Abraham een stuk land koopt van Efron in Machpela, om zijn vrouw Sara te kunnen begraven.  Ook daar staat “voor de ogen van de Hethieten” die daar dus de getuigen waren.

 

In het gedeelte verwerkt in de chiastische structuur spreekt Jeremia met God over de koop die zo onwerkelijk lijkt, gezien de omstandigheden. Hij komt tot de conclusie, zie de centrale as, dat het gaat om Gods Naam, HaShem. Het is net zo als de slotwoorden van veel hoofdstukken in Ezechiël:


Dan zullen ze weten dat Ik, YHWH, hun God, met ze ben, en dat ze Mijn volk zijn, het huis van Israël, spreekt de YHWH. (Ez. 34:30)
Dan zullen zij weten dat Ik YHWH ben.  (Ez. 35:16)

Dan zullen zij weten dat Ik YHWH ben. (Ez. 36:38)

Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik YHWH ben, Die Israël heiligt, wanneer Mijn heiligdom voor eeuwig in hun midden zal zijn. (Ez. 37:28)

Zo zal Ik Mijn grootheid tonen en Mij heiligen en voor de ogen van vele heidenvolken bekend worden. Dan zullen zij weten dat Ik YHWH ben. (Ez. 38:23)

Dan zullen zij weten dat Ik, YHWH, hun God ben, omdat Ik hen onder de heidenvolken in ballingschap voerde, maar hen ook weer verzamelde in hun land en niemand van hen daarginds nog liet achterblijven. (Ez. 39:28)

Jeremia moest de koopakte in een aarden pot verpakken, zodat het document heel lang bewaard zou blijven. En ook al gaat het volk Israël in ballingschap en staat het land op het punt om ingenomen te worden door Babel, het Land behoort nog steeds aan YHWH. In Joël 3:2 zegt God: “Mijn land”. En wie weet komt deze koopakte in deze eindtijd boven water, nu er aan alle kanten beweerd wordt dat Israël geen recht heeft op het Land.  Zou dat voor de Heere te wonderlijk zijn?  Jeremia zegt in vers 17 dat niets voor YHWH te wonderlijk is. Dat zegt God dan ook in vers 27: “Zou ook maar iets voor Mij te wonderlijk zijn?

 

YHWH vroeg aan Abraham en Sara toen Hij hen een zoon beloofde;
Genesis 18:14 Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn?

 

Als Gabriël aan Maria vertelt dat ze zwanger zal zijn en dat haar nicht Elizabeth zwanger is
Lukas 1:37 Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

 

Als de situatie bij ons moeilijk wordt, zal God aan ons vragen “zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?”

De naam van Yeshua IS WONDERLIJK!

En men noemt Zijn Naam WONDERLIJK, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader,


In Richteren 13:17-18 vraagt Manóah de Engel des HEEREN (Die Yeshua voorstelt in het Oude Testament) naar Zijn naam. Deze antwoordt:

"Waarom vraagt Gij dus naar Mijn Naam? Die is toch 'Wonderlijk'!"


En dan staat er in vers 19 dat de Engel des HEEREN (Yeshua) iets WONDERLIJKS deed; hij steeg namelijk op in de vlam van het bokje dat geofferd werd.

 

Straks zal geen enkel gericht en geen enkele autoriteit bewijs kunnen leveren dat het land van Israël niet voor het volk van Israël kan zijn. Men zal met geen wapentuig er beslag op kunnen leggen.

 

Het Internationaal Strafhof ICC  in ons land zal met schaamte en schande moeten afdruipen samen met politici en Sabeel met zijn Palestijnse bevrijdingstheologie.  Ze zullen als “bokken” weggezonden worden naar het eeuwige vuur. Math. 25:41

 

En dan zullen ze weten dat God de YHWH is van eeuwigheid tot eeuwigheid.

God maakt Zichzelf een Naam boven alle naam.