English, click here!

Daniël 9 - Het onderbroken gebed

Daniël bidt in de eerste negentien verzen van dit hoofdstuk, maar dan verschijnt de engel Gabriël en onderbreekt hij zijn gebed! Gabriël geeft Daniël de zo belangrijke vier verzen in de hele Bijbel: 24, 25, 26 en 27.

De meeste mensen springen meteen in die vier verzen, maar die zijn te belangrijk om los te zien van het gebed van Daniël!  Dus ... we beginnen met Daniëls gebed in vers één!

Daniël 9:1 In het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het geslacht van de Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk van de Chaldeeën, 2. in het eerste jaar van zijn regering, merkte ik, Daniël, in de boeken het aantal jaren op waarover het woord van de HEERE tot de profeet Jeremia gekomen was: zeventig jaar zouden na de verwoesting van Jeruzalem voorbij moeten gaan.

Het eerste vers duidt aan de hand van het koningschap van Darius, de tijd aan waarin hetgeen geschreven wordt, plaatsvond! Afgezien van deze kleine punten, willen we kijken naar het belangrijke deel hiervan, namelijk in vers twee!

Dit begint allemaal, omdat de profeet Daniël zijn Bijbel las, het boek Jeremia! Houd er rekening mee dat Daniël Jeremia letterlijk nam! Toen Jeremia het had over 70 jaar gevangenschap, was dat niet allegorisch! Het ging ook niet om een ​​geschat aantal jaren! Daniël gaat ervan uit dat het precies is, en hij weet dat de 70 jaar ongeveer voorbij zijn! Als een gelovige vandaag de Bijbel las en op de één of andere manier ontdekte dat de Heer over drie weken terug zou komen naar de aarde, wat zou hij of zij dan doen? Zouden ze gewoon doorgaan en zeggen "we zien het vanzelf wel" ? Zouden ze zeggen: "Goed, hoe eerder hoe beter?" Dat is niet wat Daniël zou doen ... hij zou bidden! Hij is een voorbeeld voor ons allemaal! Hij wist dat er 70 jaar waren geprofeteerd in Jeremia 25:11, en hij wist dat er ongeveer 67 jaar waren verstreken! Dus hij begreep dat de 70 jaar bijna voorbij waren, en hij raakt opgewonden !! Let tijdens het doornemen van dit hoofdstuk goed op wat hij deed! Nu wij de eindtijd zo dichtbij zien komen zou ook bij ons een heilige verwachting  moeten zijn, we zouden de tekenen van de tijd gaan onderscheiden en we zouden aan de hand van het Woord een gebed om kracht en volharding  tot God richten.

Het boek Jeremia verwijst op twee plaatsen naar zeventig jaar:

Jeremia 25:11 Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen. 12. Maar het zal gebeuren wanneer de zeventig jaar voorbij zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk – spreekt de HEERE – hun ongerechtigheid zal vergelden, en ook het land van de Chaldeeën en Ik zal dat maken tot eeuwige woestenijen.

Jeremia 29:10 Want zo zegt de HEERE: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats.

Dit werd in Jeruzalem geschreven! Dus we hebben deze belofte twee keer in het boek Jeremia. Hieraaan kon Daniël zich aan vastklampen. Hij begreep dat de ballingschap bijna voorbij was! Wat doet Daniël? Laten we hier een les volgen! Hij zegt: "En ik richtte mijn aangezicht tot de Here God, om te zoeken door GEBED en SMEEKBEDEN, met VASTEN en ZAK en AS!" Daniël 9: 3.

Bidden is Gods manier om ons te betrekken in alles wat Hij doet! Bedenk goed wat dat voor ons zou moeten betekenen.

Daniël zocht God ook door middel van vasten! Is het gepast voor nieuwtestamentische gelovigen om te vasten? Vasten ontstaat als je zo bij je gebed betrokken bent, dat je geen tijd neemt om te eten.

Moeten we bidden om de spoedige terugkeer van Christus? Yeshua komt BINNENKORT……het is onvermijdelijk! De Heer leerde ons bidden: "Uw koninkrijk kome". (Matteüs 6:10).

Daniël 9:4 Ik bad tot de HEERE, mijn God, en deed belijdenis en zei: Och Heere, grote en ontzagwekkende God, Die Zich houdt aan het verbond en de goedertierenheid ten aanzien van hen die Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen, 5. wij hebben GEZONDIGD, wij hebben ONRECHT gedaan, wij hebben GODDELOOS GEHANDELD, wij zijn IN OPSTAND GEKOMEN door AF TE WIJKEN VAN UW GEBODEN en bepalingen. 6. Wij hebben niet geluisterd naar Uw dienaren, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaderen, en tot heel de bevolking van het land.

Zie je dat Daniël zegt: "We hebben gezondigd!?" Dat is vreemd voor Daniël om te zeggen! De engel Gabriël noemt Daniël in vers 23 "geliefd/zeer gewenst" door God, al betekent dit niet dat hij zondeloos was. Daniël bidt niet alleen voor hem persoonlijk, maar ook voor zijn volk! Hij vereenzelvigt zich daarmee. Hij begrijpt heel goed  dat de ballingschap het gevolg is van de zonde van zijn volk dat de sabbatsjaren niet had gehouden. Voor elk niet gehouden sabbatsjaar is het volk één jaar in ballingschap gegaan. (zie ook Lev. 26:34, 35 en 43). Nu de zeventig jaar ballingschap bijna ten einde is zal het volk terugkeren en hersteld worden.

Daniël gaat verder in Daniël 9: 7

Daniël 9:7 Bij U, Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de schaamte op het gezicht – zo is het heden ten dage bij de mannen van Juda, bij de inwoners van Jeruzalem en bij heel Israël, bij hen die dichtbij zijn en die ver weg zijn, in alle landen waarheen U hen verdreven hebt om hun trouwbreuk, die zij tegenover U gepleegd hebben.

8 Heere, bij ons staat de schaamte op het gezicht, bij onze koningen, bij onze vorsten, bij onze vaderen, omdat wij tegen U gezondigd hebben.

9 De Heere, onze God, is vol barmhartigheid en menigvuldige vergeving, hoewel wij tegen Hem in opstand zijn gekomen.

10 Wij hebben niet geluisterd naar de stem van de HEERE, onze God, om volgens Zijn wetten te wandelen, die Hij ons gegeven heeft door de hand van Zijn dienaren, de profeten.

11 Maar heel Israël heeft Uw wet overtreden en is afgeweken door niet te luisteren naar Uw stem. Daarom is over ons de vervloeking en de eed uitgegoten die beschreven is in de wet van Mozes, de dienaar van God, want wij hebben tegen Hem GEZONDIGD.

 

Hij zegt dat de bestemming van Israël als volk wordt bepaald door hun gedrag! Waren er onder hen die gered waren? Natuurlijk, maar dat verandert niets aan hun bestemming als natie, hetgeen een uitvloeisel is van hun gedrag als volk!

Daniël 9:12 Hij heeft Zijn woorden gestand gedaan die Hij gesproken heeft tegen ons en tegen onze richters die ons leiding gaven, door over ons een groot onheil te brengen, dat zich onder heel de hemel nergens heeft voorgedaan zoals zich dat in Jeruzalem voorgedaan heeft.

13 Zoals het beschreven is in de wet van Mozes, is al dat onheil over ons gekomen. Wij hebben het aangezicht van de HEERE, onze God, niet getracht gunstig te stemmen door ons af te keren van onze ongerechtigheden en verstandig met Uw waarheid om te gaan.

14 Daarom heeft de HEERE over het onheil gewaakt en heeft Hij het over ons gebracht. Want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken die Hij gedaan heeft, aangezien wij naar Zijn stem niet geluisterd hebben.

15 Nu dan, Heere, onze God, U, Die Uw volk met sterke hand uit het land Egypte geleid hebt en U een Naam gemaakt hebt zoals hij heden ten dage is – wij hebben gezondigd, wij hebben goddeloos gehandeld.

15 Heere, laten toch Uw toorn en Uw grimmigheid zich afwenden van Uw stad Jeruzalem, Uw heilige berg, op grond van al Uw gerechtigheden, want om onze zonden en om de ongerechtigheden van onze vaderen zijn Jeruzalem en Uw volk tot smaad geworden voor allen die ons omringen.

Dit alles was een erkenning van zonde! De focus is Jeruzalem, en het volk van God! Maar let op wat er begint te gebeuren terwijl zijn gebed doorgaat ... het is fascinerend! Zelfs in het Nederlands begint de frequentie van die werkwoorden toe te nemen! We kunnen de intensiteit, de emotie, het beven als het ware voelen.

 

Daniël 9:17 Nu dan, onze God, luister naar het gebed van Uw dienaar en naar zijn smeekbeden. Doe, omwille van de Heere, Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is.

18 Neig Uw oor, mijn God, en hoor! Open Uw ogen om onze verwoestingen en de stad te zien waarover Uw Naam is uitgeroepen, want wij werpen onze smeekbeden niet voor U neer op grond van onze gerechtigheden, maar op grond van Uw grote barmhartigheid.

19 Heere, luister. Heere, vergeef. Heere, sla er acht op en doe het, wacht niet langer – omwille van Uzelf, mijn God. Over Uw stad en over Uw volk is immers Uw Naam uitgeroepen. 

En toen werd het gebed onderbroken......

Daniël 9:20. Terwijl ik nog sprak en bad, en belijdenis deed van mijn zonde en van de zonde van mijn volk Israël, en mijn smeekbede uitstortte voor het aangezicht van de HEERE, mijn God, omwille van de heilige berg van mijn God –

 

Ida